Ga door naar hoofdcontent
Artikelen28e internationale kartografische conferentie in Washington, 3-7 juli 201

28e internationale kartografische conferentie in Washington, 3-7 juli 201

Donderdag 14 september 2017Afbeelding 28e internationale kartografische conferentie in Washington, 3-7 juli 201

Elke twee jaar organiseert de Internationale Kartografenvereniging (ICA) een grote conferentie, dit jaar in Washington (DC). Aan deze 28e conferentie ging een speciale algemene vergadering van de ICA vooraf, bedoeld om een verandering in de statuten te effectueren, maar de bestuursvoorstellen hiertoe werden slechts voor een deel overgenomen door de vergadering: Bijvoorbeeld de geplande mogelijkheid om ongeschikte commissievoorzitters tussentijds te vervangen werd niet aangenomen.

De opening van de conferentie, met toespraken van USGS-directeur Kari Craun en ICA-president Menno-Jan Kraak werd opgeluisterd door het Howard University Gospel Choir, wat meteen de toon zette voor een meeslepend gebeuren, de opening van alle tentoonstellingen en de 11 parallelle zittingen die daarna van start gingen, gevolgd aan het einde van de middag door de Icebreaker party.

De tweede conferentie dag, was het de Fourth of July, de dag waarop Amerika’s onafhankelijkheid gevierd wordt, en dat betekende ‘s avonds een openbaar concert bij de South Lawn van het Capitool, waar duizenden Amerikanen en veel congresgangers kwamen picknicken, en na afloop van de muziek nableven om het traditionele vuurwerk te bekijken.

De opkomst voor de conferentie was teleurstellend: nog geen duizend congresgangers en de technische tentoonstelling annex beurs was beperkt; de kaartententoonstelling was aardig, de kindertekeningen van de Barbara Petchenik wedstrijd weer even leuk als altijd, de kwaliteit van de papers was hoog en de vak excursies waren super. Wat dat betreft kreeg men zeker waar voor zijn geld – de registratiekosten (à $550, aanvankelijk begroot om inclusief de lunches te zijn), bleken 4 jaar na de ingediende begroting toch onderschat. De toegezegde gratis lunches waren tot één keer gratis een broodje teruggebracht (wat vooral jammer was voor onderlinge contacten)

De plaats van de conferentie was het Marriott Wardman hotel in de buitenwijken van Washington , en de combinatie van hotel en conferentieoord was zeer efficiënt omdat men geen tijd verloor met heen en weer reizen; Het was wel duidelijk dat het hotel het verlies geleden met de gunstige kamerprijzen trachtte terug te verdienen door andere zaken duur in rekening te brengen. In de buurt waren gelukkig genoeg alternatieve gelegenheden om te lunchen.

De opzet van de conferentie was zodanig dat er elke dag wel een plenaire meeting was met een bijzondere gastspreker. De meest bijzondere daarvan waren: Tom Patterson, de kartograaf van de National Park Service over de kartering van het Grand Canyon National Park; Robert Cardillo over de State of Mapping in the National Geospatial-Intelligence Agency (van het ministerie van defensie, die bijvoorbeeld uitrekenen in hoeverre de Noord-Koreaanse raketten de VS kunnen bereiken); Lee Schwartz, the US-Geographer, verbonden aan het Dept. of State, over Maps in support of US foreign policy (inclusief humanitaire hulpverlening); en Mikel Maron over een Open streets map-achtig gebeuren (community mapping in Kibera, Nairobi)

Verder waren er posters (veel Russische kartografen hadden geen visum gekregen wat vooral bij de posters te merken was) en 4×10 parallelle zittingen waarbij op elke zitting 3-5 papers werden gepresenteerd. Een highlight was de serie van 18 posters over de 17 VN Global Sustainability development goals die lieten zien hoe kartografen het bereiken van al die doeleinden (zoals het uitbannen van armoede en honger en het verzachten va de effecten van natuurrampen) konden ondersteunen. Er waren ruime koffie-, thee- en lunchpauzes waarbij de koffie en thee in de expositieruimte geschonken werd, zodat men elkaar daar voor discussie kon treffen.

Er waren maar liefst 40 conferentiethema’s onderscheiden, maar de meeste zittingen waren gewijd aan de thema’s Data quality, data standards (11 sessies); Cognitive issues in map use and design (9), Visual analytics, geovisualization, dynamic cartography (9), Sustainable development (8), Maps and internet (8), Education (7), Open source and Open geospatial data (7), Early warning, risk reduction (6), History of cartography (6), Mountain cartography (6), Projections (6), Atlas cartography (6), Spatial analysis (6), Generalization (6), User studies (6), Location-based services (5), Cartographic heritage (5) en Map design (5). Hoewel dat in bovenstaande lijst niet tot uitdrukking komt was er veel aandacht voor 3D-ontwikkelingen, ook al zijn de toepassingen nog beperkt, en was er veel over LIDAR-broninformatie, met voorbeelden van landen zoals de USA die hun grondgebied daarmee in kaart brengen.

Verstopt in bovenstaande lijst zit ook de Spatial Data Infrastructure: veel landen blijken te worstelen met de manier waarop ze hun SDI moeten inrichten, waarbij de verantwoordelijkheid voor data-categorieën vaak moeilijk ligt.

Er waren speciale zittingen om te vieren dat Bertin’s Sémiologie graphique vijftig jaar geleden uit was gekomen, er was speciale aandacht voor de Critical Cartography en voor alles wat Hal Moellering, de voorman van de Analytical Cartography en de belangrijkste kartograaf op het gebied van uitwisselingsstandaarden, in de loop van de tijd allemaal heeft gepresteerd.

Een van de leukste en meest inspirerende lezingen was die van Ken Field: Fashionable maps: hoe moeten kaarten eruitzien om bij een bepaalde periode aan te sluiten (Hoe moet bijvoorbeeld een Jugendstil-kaart eruitzien?) door gebruik van een bepaald kleurengamma, en bepaalde schriftsoorten. Een andere highlight was “Mapping Dark Places” van Alexander Kent, over de moeilijke overwegingen bij het ontwerpen van kaarten van plekken als AuschwitzBirkenau en andere “places of horror”.

Vanuit Nederland waren er papers van Menno-Jan Kraak en een aantal ITC studenten, van Ferjan Ormeling (over de nieuwe website van de Bosatlassen), Riemer Reinsma (over taalkundige uitdrukkingen voor ‘overal’), en Haico van der Vegt (over een project waarbij ESRI, CycloMedia, TU Delft en Kadaster samenwerken om een 3D basisbestand van Nederland te produceren, gebruik makend van hoge resolutie luchtfoto’s) – een bescheiden aantal, vergeleken met vorige conferenties. Een van de duidelijkste verhalen was dat van Antony Cooper over de moeilijkheid om volunteered geographical information, citizen science, crowd sourcing en neogeography uit elkaar te houden.

Er was überhaupt veel aandacht voor crowd sourcing en het probleem daarbij de kwaliteit in de hand te houden, en ook allerlei andere “moderne” ontwikkelingen  als virtual en augmented reality, gebruik van Big Data bronnen en kwamen her en der aan bod. Daarnaast lijkt er ook weer toenemende aandacht te zijn voor de theoretische achtergronden, met bijvoorbeeld papers over cognitieve processen, semiologie en de neurologie van kleurwaarneming.

De conferentie was daarmee een mooie mix van oud en nieuw, van theoretisch en practisch, van ouderwets en hip. Zo was er een gedrukt boekje om je programma mee te plannen, maar ook een app om presentaties te zoeken en live van Tweets te voorzien (al werd van dat medium maar relatief beperkt gebruik gemaakt).

De papers van de sprekers zijn helaas momenteel slechts deels terug te vinden: een selectie is gepubliceerd in een Springer boek, en er komen nog special issues van tijdschriften, maar het grootste deel is op moment van schrijven alleen via een web-app met login in te zien. De bedoeling is om ze later ook op de website van de ICA (www.icaci.org) te publiceren.

Auteurs

Afbeelding voor Barend Köbben

Barend Köbben

Volledige biografie
Afbeelding voor Ferjan Ormeling

Ferjan Ormeling

Volledige biografie