Ga door naar hoofdcontent
ArtikelenAmsterdam Time Machine

Amsterdam Time Machine

Dinsdag 1 oktober 2019Afbeelding Amsterdam Time Machine

Het is de droom van iedereen met belangstelling voor het verleden: kunnen reizen door de tijd. En dan het liefst zo levensecht mogelijk, zoals we inmiddels de hele wereld al virtueel kunnen verkennen met behulp van Google Earth in 3D. Dat zou alleen nog verrijkt moeten worden met de dimensie tijd, zodat je kunt rondlopen in je eigen straat zoals die er 100 jaar geleden uitzag. Dat is ook de ambitie van het consortium dat momenteel bouwt aan de Amsterdam Time Machine: een infrastructuur voor het ruimtelijk verkennen van historisch Amsterdam.

Geïnspireerd door het voorbeeld van de Venice Time Machine, een initiatief van de Ecole Polytechnique Fédérale de Lausanne en Ca’ Foscari universiteit in Venetië, namen de onderzoekers van het Creative Amsterdamproject van de Universiteit van Amsterdam in 2017 het initiatief om een Amsterdamse tijdmachine te realiseren. Hiervoor wordt samengewerkt met een groot aantal partners uit het veld van onderzoek, erfgoed en creatieve industrie, alsmede met maatschappelijke partners [1]. Het doel is alle digitale data over de geschiedenis van de stad en haar inwoners met elkaar te verbinden en te koppelen aan historische kaarten en 3D-modellen. Op die manier kunnen personen, objecten en gebeurtenissen die bepalend zijn geweest voor de geschiedenis van Amsterdam worden onderzocht en geduid via de locaties waar ze aan gerelateerd zijn. Zo wordt de informatie, die ligt opgeslagen in de talloze bronnen van de Amsterdamse erfgoedinstellingen, beschikbaar in de context waar ze betrekking op heeft (zie figuur 1).

De architectuur van de Amsterdam Time Machine

De kern van de architectuur van de tijdmachine wordt gevormd door de Amsterdam Linked Data Cloud (ALiDa): een netwerk van alle digitale datasets die beschikbaar zijn zoals linked open data (zie figuur 2). Mede dankzij de inspanningen van de Amsterdamse erfgoedinstellingen (onder meer het beschikbaar stellen van de catalogus als linked open data door het Amsterdam Museum en Rijksmuseum) en grote infrastructuurprojecten (zoals het door het NWO gefinancierde Golden Agents-project [2], dat geleid wordt door het Huygens ING waarbij onder meer informatie uit de door het Stadsarchief gedigitaliseerde drie eeuwen Amsterdamse akten beschikbaar komt) komen steeds meer historische data beschikbaar in het linked dataformaat. Daarmee worden ze koppelbaar met andere linked datasets, zoals Wikidata (de database die ten grondslag ligt aan Wikipedia) en kan iedereen die dat wil ze gebruiken om er toepassingen mee te maken (zoals websites of andere applicaties).

Die linked open data worden vervolgens verbonden met een geografisch-temporele infrastructuur. Dit vereist het op uniforme wijze georefereren en vectoriseren van de historische kaarten van Amsterdam, om deze vervolgens als ‘tiles’ en ‘linked data’ beschikbaar te stellen [3]. Op deze manier ontstaan de historische basiskaarten waaraan de data kunnen worden gekoppeld. Om dat mogelijk te maken moeten in de datasets zelf tevens de verwijzingen naar buurten, straten, gebouwen, historische geografische namen en personen worden geïdentificeerd.

Figuur 1 – Visualisatie Amsterdam Time Machine, Weixuan Li (Huygens ING), Virtual Interiors project.

Tenslotte is het de ambitie om de historische stad na te bouwen in 3D, eveneens op een manier die de transformaties door de tijd heen zichtbaar maakt en dus is verrijkt met de vierde dimensie tijd. Hiertoe wordt er samengewerkt met de gemeente Amsterdam, waar wordt gewerkt aan een 3D-basismodel, dat momenteel gebouwd wordt in Unity en open beschikbaar komt voor alle toepassingen voor stadsontwikkeling waarbij 3D een toegevoegde waarde biedt.

Wat is er tot nu toe gerealiseerd?

Belangrijke input voor de data store is de afgelopen twee jaar geleverd vanuit het AdamLinkproject van AdamNet, de stichting waarin de bibliotheken van de Amsterdamse erfgoedinstellingen samenwerken. Doel van het project, dat deels werd gesubsidieerd door de stichting Pica, was het verbinden van de Amsterdamse collecties en deze als linked open data beschikbaar te maken. Hiertoe werden in de metadata van de diverse collecties personen, buurten, straten, gebouwen en historische geografische aanduidingen geïdentificeerd en voorzien van unieke identifiers (URI’s) voor alle bekende personen, gebouwen, straten en buurten. Waar mogelijk werden deze data eveneens gekoppeld aan bestaande identifiers (van onder meer de Basisregistratie Adressen en Gebouwen, RKD Artists en Wikidata), om de uitwisselbaarheid verder te vergroten. De data zijn vervolgens beschikbaar gesteld in RDFformaat, zodat ze kunnen worden verbonden met elke andere linked dataset [4].

Figuur 2 – Visualisatie AliDa (Amsterdam Linked Data Cloud), Menno den Engelse (Islands of Meaning).

Het resultaat van deze inspanning is te zien op de AdamLink-website [5], waar verschillende toepassingen gepresenteerd worden die een indruk geven van wat je met deze geografische infrastructuur kunt doen. Zo kun je met de Straatbeelden-applicatie zoeken naar een straat in Amsterdam, waarna je al het beeldmateriaal te zien krijgt dat er over jouw straat in de Amsterdamse bibliotheken en archieven beschikbaar is. Of je bekijkt via de Portretten per beroep-app, waar de personen uit de Amsterdamse collecties verbonden zijn met de informatie achter hun Wikipedia pagina’s, wat hun beroepen zijn qua informatie en wat hun beroepen zijn (en dan blijken daar, naast kunstschilders, schrijvers en politici, ook anarchisten, Bijbelvertalers en juridisch dichters tussen te zitten).

Voor de fijnmaziger geografische referenties kon worden voortgebouwd op de basis die Hans Mol aan de Fryske Akademy heeft gelegd onder de naam ‘HisGIS’, met de ontsluiting op het perceel van het oudste kadaster (1832) en de koppeling op adresniveau daaraan van het bevolkingsregister van 1851, het kiesregister van 1853 en het adresboek van 1855. In een door de nationale infrastructuur voor digitale geesteswetenschappen CLARIAH gefinancierd project werd deze geo-infrastructuur het afgelopen jaar binnen de generieke CLARIAH-infrastructuur van het Humanities Cluster van de KNAW beschikbaar gemaakt als linked open data. Daarmee komen deze data en tools niet alleen ter beschikking voor onderzoek naar Amsterdam, maar ook voor digitaal geesteswetenschappelijk onderzoek in het algemeen. Daarnaast omvatte het project drie inhoudelijke studies (in de taalkunde, sociale & economische geschiedenis en mediastudies) die de mogelijkheden van deze geografische infrastructuur demonstreren voor historisch onderzoek.

Figuur 3a – ‘t Paradijs, Madelon Simons en Loes Opgenhaffen (Universiteit van Amsterdam).
Figuur 3b – Woonhuis en winkel Dirck Barendsz (Warmoesstraat 138), Madelon Simons en Wouter van Elburg (Universiteit van Amsterdam).
Figuur 3c – Cinema Parisien, Julia Noordegraaf, Loes Opgenhaffen, Norbert Bakker, Ivan Kisjes (Universiteit van Amsterdam).

Voor de historische 3D-modellen van de stad wordt momenteel geïnventariseerd welke data beschikbaar zijn over de kavels en gevelhoogtes. Het plan is om op basis van de beschikbare data met City Engine een schetsmodel te maken in grijstinten, waarin de mate van zekerheid over de gemodelleerde omgeving zal worden aangegeven met nader te bepalen visualisatietechnieken. Deze historische schetsmodellen kunnen functioneren als ‘kapstok’ voor de bijpassende stadsgezichten en voor de in detail uitgewerkte 3D-modellen die voortkomen uit de diverse onderzoeksprojecten en die toegang geven tot de interieurs. Bij de Universiteit van Amsterdam zijn in de context van het CREATE-project en in samenwerking met het 4D Research Lab al modellen gemaakt van ‘t Paradijs, de residentie van de vroeg zestiende-eeuwse notabele Pompejus Occo aan de Kalverstraat, van het woonhuis en de winkel van de zestiende-eeuwse schilder Dirck Barendsz in de Warmoesstraat en van een van de eerste vaste bioscopen in vroeg twintigste-eeuws Amsterdam, de Cinema Parisien aan de Nieuwendijk (zie figuur 3).

Toepassingen in onderzoek, onderwijs en stadsontwikkeling

De temporeel-geografische infrastructuur van de tijdmachine biedt niet alleen mooie toepassingen voor iedereen met historische belangstelling voor de stad. Het biedt ook een nieuw instrument waarmee stadshistorici en andere wetenschappers onderzoek kunnen doen naar de stedelijke ruimte als verbindende factor voor sociale en culturele processen. De socioloog en historicus Charles Tilly beschreef de stad in zijn boek Explaining Social Processes als ‘privileged site for study of the interaction between large social processes and routines of local life’ (2015, p. 161). De Amsterdam Time Machine biedt een onderzoeksinstrument om de stedelijke geschiedenis van de stad te onderzoeken op een schaal die varieert van het microniveau van een perceel, persoon of gebeurtenis tot het macroniveau van bredere sociale processen in de stad als geheel – een microscoop en telescoop ineen. Een dergelijke onderzoeksomgeving, waarin de ruimte als invalshoek wordt gekozen, biedt een ongekende mogelijkheid om de relatie tussen de fysieke en sociale ruimte te onderzoeken in relatie tot hoe deze door de tijd heen werd ervaren.

Figuur 4a – Boedelinventarisdata op de kaart, HisGIS en Amsterdam Time Machine.

Deze toepassing van de tijdmachine wordt momenteel verkend in het door het NWO gefinancierde onderzoeksproject Virtual Interiors, geleid door het Huygens ING en de Universiteit van Amsterdam [6]. Op basis van onder meer de boedelinventarissen van het Stadsarchief worden data verzameld over de productie en verspreiding van kunst en cultuur in het zeventiende-eeuwse Amsterdam. Met behulp van de geografische infrastructuur van de tijdmachine kunnen deze data worden gevisualiseerd op historische kaarten, om patronen in de verspreiding van schilderijen, kaarten, zilver, porselein en andere culturele objecten in de Amsterdamse huishoudens op te sporen (zie figuur 4a).

3D-modellen van enkele Amsterdamse huizen geven vervolgens zicht op de plaats en functie van deze objecten in de concrete omgeving van één huishouden. Via nieuw te ontwikkelen visualisatiemethoden geven we aan hoe zeker we zijn over de onderdelen van de gemaakte reconstructies. Annotaties en koppelingen met de onderliggende brondata vormen een manier voor de onderzoekers om verder in te zoomen op specifieke plaatsen, objecten en gebeurtenissen (zie figuren 4b en 4c).

Een dergelijke methode biedt een ongeëvenaard zicht op de geschiedenis van culturele consumptie van burgers uit allerlei sectoren van de maatschappij, een fenomeen dat voorheen bijzonder moeilijk te vangen was en slechts anekdotisch, via steekproeven, kon worden onderzocht. De Amsterdam Time Machine geeft zo zicht op de geschiedenis ‘van onderaf’, vanuit het perspectief van de bewoners en gebruikers van de stad.

Naast het onderzoek biedt de Amsterdam Time Machine ook nieuwe kansen voor het onderwijs. Momenteel verkennen we samenwerking met de stichting In mijn buurt, die projecten doen op basisscholen waarbij leerlingen uit groep 7 en 8 worden voorbereid op interviews met mensen uit de buurt die vertellen over hun ervaringen met de Tweede Wereldoorlog, migratie of het koloniale verleden van Nederland. De tijdmachine kan helpen om leerlingen voor te bereiden op deze ontmoetingen, door ze virtueel te laten ervaren hoe de buurt er in het verleden uitzag en ze toegang te geven tot de bronnen met informatie over dit lokale verleden.

De Amsterdam Time Machine, met zijn locatiegebonden toegang tot de ‘big data’ van het verleden, biedt toegang tot het lange termijngeheugen van de stad. Daarmee is het ook een belangrijke bron voor effectief stedelijk beleid en stadsontwikkeling, waarbij beslissingen voor de toekomst worden geïnformeerd door lessen en ervaringen uit het verleden. De locatiegebonden toegang tot de historische informatie over de stad en haar bewoners helpt bij beslissingen over de bebouwde omgeving, zoals het verlenen van vergunningen voor monumentale gebouwen of herstelwerkzaamheden aan de kades en andere stedelijke infrastructuur. Tevens biedt de tijdmachine een schat aan informatie om het gebruik en de beleving van de openbare ruimte te reconstrueren, ter lering en inspiratie voor hedendaagse stadsontwikkeling. Daarbij wordt gebruik gemaakt van slimme technologie voor informatie extractie en verwerking (onder meer kunstmatige intelligentie voor het lezen van handschriften en herkennen van plaatsen, personen en gebeurtenissen), maar ook van de kennis en interesse van de burgers zelf, via toepassingen voor crowdsourcing en citizen science.

Figuur 4b – 3D-model in wording van Herengracht 573, Chiara Piccoli (Universiteit van Amsterdam), Virtual Interiors project.
Figuur 4c – 3D-modelinterieur, Chiara Piccoli (Universiteit van Amsterdam), Virtual Interiors project.

Een tijdmachine voor Europa

Het tijdmachineconcept blijkt zeer aanstekelijk: naast Venetië en Amsterdam zijn er inmiddels een kleine twintig andere lokale Time Machines in de maak, waaronder in Nederland die van Limburg (geleid door De Domijnen in Sittard), Utrecht (geleid door de Universiteit Utrecht), Dordrecht (geleid door de Stichting Verborgen Stad) en Friesland (geleid door de Fryske Akademy). Binnen de onlangs opgerichte Time Machine Organization [7] werken inmiddels ruim 400 partners uit 34 landen aan de realisatie van een tijdmachine voor heel Europa, inclusief de dorpen en landschappen. Onlangs ontving dit consortium van de Europese Commissie een miljoen euro om de plannen nader uit te werken. Zo ontstaat op termijn een temporeel-geografische infrastructuur die de droom van het ruimtetijdreizen een stapje dichterbij brengt.

Referenties

  1. amsterdamtimemachine.nl/category/consortium/
  2. www.goldenagents.org/
  3. amsterdamtimemachine.nl/category/data/maps/
  4. adamlink.nl/data [5] lab.adamlink.nl/
  5. virtualinteriorsproject.nl/
  6. www.timemachine.eu/
Afbeelding voor Julia Noordegraaf

Julia Noordegraaf