Ga door naar hoofdcontent
ArtikelenAnna Smits, docent op de Universiteit Utrecht

Anna Smits, docent op de Universiteit Utrecht

Vrijdag 15 mei 2020Afbeelding Anna Smits, docent op de Universiteit Utrecht

Meer dan drie jaar geleden stond er op onze website een interview met Anna Smits over haar werk als aardrijkskundedocent in Arnhem. Tot op de dag van vandaag is het nog steeds een van de best gelezen interviews ooit. Inmiddels heeft Anna wat carrièrestappen gemaakt: eerst als freelancer in de communicatie, maar momenteel als junior docent op de Universiteit Utrecht. In dit artikel blikt ze terug op haar vorige interview en vertelt ze over haar carrièrekeuzes en huidige werkzaamheden.

Deel I: Voor de klas

In je vorige interview zei je dat je na je stage in Oss twijfelde wat je moest doen: leraar worden of toch iets anders. Het was niet per definitie je jeugddroom. Je sollicitatie bij een school in Arnhem bleek wel meteen raak. Je hebt er uiteindelijk dik een jaar gewerkt. Hoe ging het je af?
Het was een leuk, leerzaam en vermoeiend jaar. Ik voelde me erg thuis op de school, kwam in een gezellige sectie Aardrijkskunde terecht en heb les mogen geven aan een diverse en leuke club leerlingen.

Wat vond je het leukst en het minst leuk?
Het leukst? Moeilijk kiezen.. Op één denk ik wel de momenten waarop ik leerlingen oprecht zag genieten in de klas. Op de voet gevolgd door momenten waarop ik leerlingen begeleidde bij het doen van onderzoek of dat ik in de klas kon vertellen over mijn eigen reisverhalen. Het minst leuk vond ik de momenten waarop ik van klas nummer drie hetzelfde proefwerk aan het nakijken was of wanneer ik veel tijd kwijt was aan administratieve rompslomp.

Je gaf ook aan dat je je door je jonge leeftijd soms moest wennen aan de autoriteit die je als docent hebt, of zou moeten hebben. Je vond het bijvoorbeeld gek dat ze je ‘mevrouw’ noemden en overwoog ze je bij je voornaam te laten aanspreken. Wende dat, als jonge docent voor een groep pubers staan, hun te blijven boeien én onder controle te houden?
Ik denk dat wennen niet het goede woord is. Wel kan ik, als ik terugkijk, stellen dat ik een flinke groei heb doorgemaakt dat jaar. Onder andere wat betreft het ‘managen’ van de klas. Niet om mijzelf op de schouder te kloppen hoor. Ik denk dat andere beginnende docenten dat wel herkennen: je maakt in korte tijd een steile leercurve door.

“het leukste vond ik de momenten waarop ik leerlingen oprecht zag genieten in de klas.”

Ik weet nog hoe ongelofelijk zenuwachtig ik was, die eerste les voor bijvoorbeeld een vierde klas met 32 leerlingen. Ik had het jaar daarvoor als stagiaire ook mijn eigen klassen gehad, maar daar had ik wel eerst met zijwieltjes gefietst. Daar had ik namelijk een begeleider in de klas. Nu was ik er echt zelf voor aangenomen. Ik begon dus gespannen en ook strenger dan ik idealiter zou willen zijn. We leerden altijd dat je de teugels makkelijker kunt laten vieren dan aantrekken. Gedurende het jaar raakte ik steeds comfortabeler in mijn rol als ‘volwaardige docent’ op die school, maar bouwde ik ook een band op met leerlingen. Niet iedere docent heeft of krijgt autoriteit op dezelfde manier denk ik. In mijn geval merkte ik dat het ook een voordeel was dat ik qua leeftijd zo dicht bij de leerlingen stond. Ze vonden mij toegankelijk, ik sprak hun taal en naarmate ik ‘meer’ mijzelf of eigenlijk gewoon mijzelf was in de rol van docent, werd de autoriteit voor mij, en voor mijn gevoel ook voor hen, steeds vanzelfsprekender. Dus liet ik de teugels vieren en ging het boeien en prikkelen ook steeds beter!

Deel II: Als freelancer in de communicatie

Je werkt er nu niet meer. Wat was het moment waarop je besloot de school gedag te zeggen en ander werk te gaan doen?
Het was niet echt een moment, de aanloop naar het definitieve besluit ging geleidelijk. Ik realiseerde me steeds meer dat ondanks dat er veel was waar ik energie uit haalde en plezier van had, ik ook wat miste. Ik kreeg steeds meer het idee dat dit het zelf ontdekken, onderzoeken en bijleren binnen de sociale geografie was. Niet dat ik daar tijdens dat jaar helemaal niet mee bezig was, maar ik had eigenlijk wel gewoon mijn handen vol aan het ontwikkelen en bijleren op het gebied van pedagogiek en didactiek. Ook al was dat vaak gerelateerd aan (sociaal) geografische onderwerpen in de les.

“Ik merkte dat het ook een voordeel was dat ik qua leeftijd zo dicht bij de leerlingen stond.”

Daarnaast merkte ik dat zaken als het begeleiden van een profielwerkstuk, leerlingen leren hoe ze een goede onderzoeksvraag formuleren of vierdeklassers helpen bij hun praktische opdracht me echt energie van een ander soort niveau gaven. Ik wist dus vrij zeker dat ik bij het onderwijs paste en dat het onderwijs bij mij paste, maar zag ook in dat ik dit misschien op een andere manier wilde invullen. Daarnaast begon ik ook het idee te krijgen dat het ‘gemis’ van zelf onderzoek doen het verder uitzoeken waard was. Ik had immers ook met veel plezier voor mijn bachelor- en masterscriptie veldwerk in het buitenland gedaan. Naast het langzaamaan vormen van deze inzichten, maakte ik op persoonlijk gebied wat voor mij ingrijpends mee. Ik wilde mijzelf de tijd gunnen om een pas op de plaats te doen en daarnaast mijzelf alle ruimte geven om te bekijken wat ik dan daarna uit wilde proberen. Dus maakte ik het schooljaar af en stopte ik een tijdje met werken.

Ik zie dat je na die ‘pauze’ aan de slag bent gegaan in de online communicatie, als freelancer. Kun je daar wat meer over vertellen? Wat voor klussen deed je?
Toen ik een poos aan mezelf gewerkt had, vatte ik het plan op om – nu ik toch niet gebonden was aan een huis of een baan – nog een keer voor lange tijd op reis te gaan. Daarvoor moest natuurlijk wel gespaard worden en per toeval kwam ik uit bij een bedrijf waarvoor ik als freelancer een opdracht in de communicatie kon gaan doen. Dit ging bijna volledig op afstand, wat betekende dat ik naast sparen voor mijn reis hierdoor ook de vertrekdatum al naar voren kon halen. Ik nam mijn laptop mee en kluste in het begin van mijn reis nog bij. Ik deed dingen als beheer van de mailbox, zoekwoordenonderzoek of het bijwerken van verouderde pagina’s op de site. Toen ik terugkwam van mijn reis ben ik voor andere opdrachtgevers aan de slag gegaan, waarbij ik bijvoorbeeld voor een leuk bedrijf aan de slag ging met het vergroten van hun bereik op LinkedIn.

Hoe beviel het freelancen?
Het tofste aan deze periode was dat ik totaal nieuwe vaardigheden ontwikkelde door zelf het internet af te speuren en ook gewoon dingen uit te proberen. Daarnaast leerde ik veel van het samenwerken met de opdrachtgevers. Ook was freelancen voor mij nieuw en begaf ik mij meer buiten mijn comfortzone dan daarbinnen: onderhandelen over tarieven en het binnenhalen van nieuwe opdrachten zou ik nog steeds heel spannend vinden, maar ik heb veel geleerd van wat ik destijds voor elkaar gekregen heb.

Deel III: Werken voor de universiteit

Inmiddels werk je dik een jaar als junior docent op de Universiteit Utrecht. Dus toch weer voor de klas. Miste je het onderwijs?
Nou, ik miste in de eerste plaats het ontdekken en leren binnen de sociale geografie. Ook bedacht ik me steeds vaker dat ik ook zelf weer met onderzoek bezig zou willen zijn. Onderwijs miste ik ook wel, maar ik was vooral benieuwd naar hoe het zou zijn om het overdragen van kennis veel meer te baseren op datgene waar ik zelf echt expert in ben. Als aardrijkskundedocent ben je wat dat betreft ook soms een allrounder. Ik droomde daarom stiekem van een onderzoeksplek waarbij ik les zou kunnen geven over het onderzoek dat ik zelf deed en natuurlijk over het doen van onderzoek an sich. Via via en vrij onverwacht kreeg ik toen een kans te solliciteren voor de functie als junior docent bij de bachelor Sociale Geografie en Planologie aan de UU en toen dacht ik meteen: ja, dit voelt als een goede vervolgstap!

Hoe zien je werkzaamheden er als junior docent precies uit?
Die zijn heerlijk divers: je ondersteunt senior docenten bij (uiteenlopende) vakken door bijvoorbeeld werkcolleges te geven, maar ook soms onderwijs te ontwerpen en natuurlijk een deel van het nakijkwerk te doen. Daarnaast begeleid ik studenten bij het schrijven van hun bachelorscriptie, ontferm ik me als mentor over een aantal eerstejaarsstudenten en heb ik ook wat aan onderwijsvernieuwing mogen doen. En zo zijn er nog meer wisselende taken en projecten. De afgelopen maanden heb ik ook een dag in de week mee mogen helpen bij een interessant onderzoek naar aardrijkskunde op de basisschool. Dit was dan wel als uitbreiding naast mijn taken als junior docent, maar die kansen zijn er dus af en toe ook!

Hoe verschillen je werkzaamheden van je tijd op de middelbare school?
Het verschilt zeker van mijn tijd op de middelbare school: zowel op het gebied van de stof waarover je les geeft als op het gebied van hoe je met studenten/leerlingen omgaat. Voor mijn gevoel heb ik nu haast meer een coachende rol: ik heb jongvolwassenen voor mijn neus die vanuit een bepaalde drijfveer bij deze studie uitgekomen zijn. Ik ga heus niet beweren dat ze altijd allemaal super gemotiveerd en in alles even geïnteresseerd zijn, maar je behandelt elkaar wel als volwassenen en dat is een andere relatie dan met middelbare scholieren. Ook heb je veel minder contacturen met de mensen die je begeleidt en verwacht je van hen dus veel meer zelfstandigheid. Een ander groot verschil zit hem in datgene waarover ik zelf leer: voor veel vakken moet ik me ook weer verdiepen in de laatste onderzoeken en inzichten uit het vakgebied. Ook is het begeleiden van een bachelorscriptie natuurlijk toch weer wat anders dan het begeleiden van een profielwerkstuk en krijgen we ook de kans om daar – en over andere zaken – cursussen te volgen.

“Nu heb ik jongvolwassenen voor mijn neus die vanuit een bepaalde drijfveer bij deze studie uitgekomen zijn.”

Helpt je onderwijsmaster en -stage nog bij je werk op de universiteit?
Aan mijn onderwijsmaster, stage in Oss en jaar voor de klas in Arnhem heb ik nu ontzettend veel! Bij alles wat ik toen leerde, leerde ik ook te kijken naar de groep leerlingen die ik voor me had. En dan gaat het er om eenzelfde thema aan te kunnen bieden op verschillende niveaus, maar ook op een manier die past bij de dynamiek van zo’n groep, bij datgene wat nou juist hen prikkelt of aanspreekt en bij wat zij kunnen relateren aan hun eigen leefomgeving. Ik krijg nu dus de kans om de didactische en overige vaardigheden van toen nog verder te ontwikkelen met andere thema’s, andere niveaus en leerlingen/studenten met andere behoeften en voorkeuren. Ik zie het een beetje als uitbreiding van mijn repertoire.

Wat vind je het leukst aan dit werk?
Eigenlijk alles wat ik hiervoor noemde. Ik krijg er energie van om samen met een student te brainstormen over zijn of haar onderzoek, ik vind het erg leuk om studenten gedurende een periode zich op een specifiek gebied te zien ontwikkelen en ik vind het ook tof om van dit alles zelf weer veel te leren en weer hier en daar met onderzoek bezig te zijn. Ook is het erg gaaf betrokken te zijn bij het verbeteren en ontwikkelen van het onderwijs.

Hoe zie je je toekomst voor je?
Ik ben eigenlijk gestopt met ver vooruit te kijken. Wel hoop ik dat ik dat wat ik nu doe, nog lang mag blijven doen en zou ik het erg leuk vinden om in verhouding zelf nog meer met onderzoek bezig te zijn. Of dat dan in mijn ‘oude vertrouwde’ specialisatie ontwikkelingsgeografie zou moeten zijn, of in geografie en educatie of wellicht wel weer wat anders, dat weet ik eigenlijk niet zo goed en hoef ik eerlijk gezegd ook nog niet weten..

Reacties

    Plaats een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.