Ga door naar hoofdcontent
ArtikelenDiplomatiek belang van de BAN-lijst in Nederland en de EU-instellingen

Diplomatiek belang van de BAN-lijst in Nederland en de EU-instellingen

Zaterdag 1 februari 2020Afbeelding Diplomatiek belang van de BAN-lijst in Nederland en de EU-instellingen

Hoe moet ‘Noord Macedonië’ gespeld worden? Met of zonder streepje? Deze vraag werd aan de Werkgroep Buitenlandse Aardrijkskundige Namen van de Nederlandse Taalunie gesteld door het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken. De definitieve benaming van de staat in kwestie, die voorlopig ‘Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië’ werd genoemd, had geleid tot een jarenlange strijd met Griekenland en die strijd had belangrijke internationale consequenties. Het conflict blokkeerde de toetreding van de staat tot de NAVO en de Europese Unie.

Op 25 januari 2019 stemde het Griekse parlement in met de nieuwe naam, waarna op 6 februari, zoals gepland, de ondertekening kon plaatsvinden van het ‘Protocol bij het Noord-Atlantisch Verdrag betreffende de toetreding van de Republiek Noord-Macedonië’. Met de ondertekening van het Protocol was voor de NAVO-partners de nieuwe naam al een feit, nog voordat hij op 12 februari officieel werd. Noord-Macedonië heeft vervolgens diplomatieke nota’s verstuurd, met name aan de Verenigde Naties, waarin niet alleen de naam van de staat was opgenomen, maar ook de woorden die van de naam zijn afgeleid. Zo werd onder andere aangegeven dat officieel gesproken moet worden van ‘Macedonian/ citizen of the Republic of North Macedonia’ en niet van een ‘North Macedonian’. Blijkbaar was ook die benaming onderdeel van het politieke compromis tussen NoordMacedonië en Griekenland. Naar aanleiding van de Engelse diplomatieke nota van Noord-Macedonië betreffende de naamswijziging heeft de werkgroep de lijst Buitenlandse Aardrijkskundige Namen (kortweg “BAN-lijst”) aangepast, die naast de korte en de officiële naam van een land ook de hoofdstad, het bijvoeglijk naamwoord en de inwoneraanduiding vermeldt.

Internationale organisatie

De vraag van het ministerie illustreert de band die bestaat tussen de Nederlandse Taalunie en de regeringen van België en Nederland. De Taalunie is een internationale organisatie die opgericht is bij het ‘Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België inzake de Nederlandse Taalunie’ [1]. Er is een Comité van Ministers dat, aldus artikel 7 van het verdrag, het beleid van de organisatie bepaalt. De keuzes die in het kader van de BAN-lijst worden gemaakt, zoals het vastleggen van de naam ‘Noord-Macedonië’, de omschrijving van betwiste gebieden, zoals de Westelijke Sahara, of de vermelding van de als hoofdstad te beschouwen stad, zoals Tel Aviv, zullen dan ook de officiële standpunten van de regeringen van de beide landen weergeven, eventueel naast andere zienswijzen. Voor elke regeringsambtenaar, en ook burger, is daarmee de diplomatieke koers duidelijk.

BAN-lijst van groot praktisch nut

De BAN-lijst speelt in diplomatieke context vooral een rol bij verdragen, die door staten, als subject van volkenrecht, gesloten kunnen worden [2]. Verdragen kunnen, in Nederland, burgers rechtstreeks verplichtingen opleggen en ook rechten toekennen [3]. De teksten van verdragen, waarover meestal in het Engels wordt onderhandeld, moeten dan ook in het Nederlands beschikbaar zijn voor de burger. Vaak beginnen de vertaalproblemen al bij de titel van een verdrag: wat is de Nederlandse naam van het land dat in het Frans ‘Principauté de Monaco’ heet? Is het ‘Prinsdom Monaco’ of ‘Vorstendom Monaco’? Gelukkig hoeven vertalers, die vrijwel altijd onder tijdsdruk werken, geen uren opzoekwerk te doen, want de BAN-lijst geeft uitsluitsel: het is ‘Vorstendom Monaco’. Wanneer de vertaler aan het eind van een mogelijk zeer technische tekst is gekomen, wacht hem nog de formule ‘Done at’, gevolgd door een plaatsnaam. Ook daar kan het misgaan: ‘Done at Manila’ is in het Nederlands niet ‘Gedaan te Manila’, maar ‘Gedaan te Manilla’. Ook dat vertaalprobleem is aan de hand van de BAN-lijst in een oogwenk opgelost. De vertaalafdeling van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken volgt de BAN-lijst en ook de voor de eindredactie van verdragsvertalingen verantwoordelijke Afdeling Verdragen van datzelfde ministerie hanteert de lijst, bijvoorbeeld in de Verdragenbank [4].

Figuur 1 – Bijgewerkte Bijgewerkte kaart van de Balkan met de nieuwe landnaam Noord-Macedonië
(bron: De Grote Bosatlas).

Europees gebruik BAN-lijst

Ook de instellingen van de Europese Unie verlaten zich op de BAN-lijst. Net zoals voor de nationale regeringen speelt die lijst vooral een rol bij verdragen. In het kader van de Europese eenwording hebben de lidstaten hun bevoegdheid voor een aantal beleidsterreinen overgedragen aan aanvankelijk de EEG en later de EU, waardoor voor die beleidsterreinen de bevoegdheid tot het sluiten van verdragen met derde landen en internationale organisaties nu ook bij de EU berust [5]. Inmiddels heeft de EU met een groot aantal staten bilaterale verdragen gesloten op die beleidsterreinen, zoals de gemeenschappelijke handelspolitiek. De tekst van die verdragen is het resultaat van onderhandelingen met het derde land, die in de meeste gevallen in het Engels of het Frans zijn gevoerd. Omdat de tekst in alle officiële talen van de Europese Unie moet worden bekendgemaakt, moeten dus vertalingen in de andere officiële talen worden gemaakt. Van groot juridisch belang is het feit dat deze verdragen in alle talen gelijkelijk authentiek zijn, wat wil zeggen dat alle verdragsteksten voor een rechter dezelfde juridische waarde hebben. Aan de kwaliteit van de vertalingen moet dus de grootste zorg worden besteed. Door zijn lange bestaan heeft de BAN-lijst gezorgd voor consequent gebruik van de juiste Nederlandse landnamen en is hij aldus de kwaliteit van de vertalingen ten goede gekomen.

De BAN-lijst heeft niet alleen een positief effect in de tijd. Hij is ook een instrument van harmonisatie tussen de EU-instellingen onderling. Volgens de interne rechtsregels van de EU wordt een conceptverdrag namelijk vertaald door de Europese Commissie, waarna het met het oog op de ondertekening en de latere ratificatie (de EU gebruikt in dit verband de term ‘sluiting’) wordt voorgelegd aan de Raad van de Europese Unie. De Raad neemt de verdragstekst dan op in een eigen rechtsbesluit, waarvoor hij uiteraard ook de verantwoordelijkheid draagt. Wanneer twee instellingen zo nauw moeten samenwerken, is het bestaan van een instrument als de BAN-lijst van groot praktisch nut.

Het komt ook voor dat er ten aanzien van verdragen sprake is van een ‘gemengde’ bevoegdheid van de EU en de lidstaten. De Klimaatovereenkomst van Parijs bijvoorbeeld valt voor een deel onder de bevoegdheid van de EU en voor een deel onder die van de lidstaten. De EU en de lidstaten hebben de overeenkomst ondertekend en vervolgens, na goedkeuring door het EU-parlement c.q. de nationale parlementen, geratificeerd. Dit bracht mee dat zowel de EU als Nederland (en België) een Nederlandse tekst van de Klimaatovereenkomst nodig hadden. In zulke gevallen van gemengde bevoegdheid wordt de vertaling afgestemd tussen de Nederlandse vertaalafdelingen van de Commissie en de Raad van de EU enerzijds en de Afdeling Verdragen van het ministerie van Buitenlandse Zaken anderzijds. En ook dan vormt de BAN-lijst het ijkpunt wanneer onduidelijk is welke spelling van een buitenlandse aardrijkskundige naam gehanteerd moet worden. Zo draagt de lijst ook bij aan de harmonisatie van het Nederlands dat gebruikt wordt door de EU en Nederland, en ook België.

Waardevol werkinstrument

De Nederlandse Taalunie is gestoeld op de diplomatieke betrekkingen tussen Nederland en België, en de BAN-lijst weerspiegelt, als product van de Taalunie, niet alleen de wetenschappelijke bevindingen van de experts van de werkgroep maar ook het buitenlandbeleid van de staten die de Taalunie hebben opgericht. Tegelijkertijd vormt de lijst een leidraad voor de regeringen van de beide landen en de EU-instanties, waardoor hij is uitgegroeid tot een waardevol werkinstrument voor de nationale en de internationale Nederlandstalige overheden.

Referenties

  1. Tractatenblad 1980, 147.
  2. Artikel 2, lid 1a, van het Verdrag van Wenen inzake het Verdragenrecht, Tractatenblad 1972, 51.
  3. Artikel 93 Grondwet.
  4. Verdragenbank.overheid.nl/nl
  5. Artikel 216 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.