Ga door naar hoofdcontent
ArtikelenDiS Geo: een samenhangend fundament van geodata
De doorontwikkeling van de geo-basisregistraties in samenhang

DiS Geo: een samenhangend fundament van geodata

Dinsdag 1 september 2020Afbeelding DiS Geo: een samenhangend fundament van geodata

De moderne samenleving kan niet zonder actuele en betrouwbare data. Data over locaties worden daarbij steeds belangrijker. Het fundament ligt er: de geobasisregistraties. DiS Geo, een initiatief van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, wil dat iedereen gebruik kan (blijven) maken van actuele en betrouwbare geodata. Daarom ontwikkelen we door naar één samenhangend beeld van de fysieke werkelijkheid.

Afbeelding 1 – De doorontwikkeling van de geo-basisregistraties in samenhang: van losse eilandjes naar één samenhangend geheel.

Doorontwikkelen dus. Maar dan wel in samenhang. De geo-basisregistraties zijn de afgelopen jaren vanuit verschillende behoeften ontstaan en los van elkaar tot stand gekomen. Een gebouw, bijvoorbeeld, wordt nu als het ware uit elkaar getrokken in verschillende basisregistraties. Een contour en het bouwjaar staan in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG), maar je vindt een andere contour van hetzelfde gebouw in de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT). Gegevens over eigendomsrechten vind je vervolgens op de kadastrale kaart (BRK) en informatie over de waarde van het gebouw in de basisregistratie waardering onroerende zaken (WOZ). Informatie over hetzelfde object, in dit geval een gebouw, is dus op meerdere plekken geregistreerd.

Het is nu een bouwpakket, dat de gebruiker zelf in elkaar moet zetten

Digital Twin

In de praktijk is juist vaker behoefte aan het complete, samenhangende, plaatje. Bij maatschappelijke uitdagingen, zoals de energietransitie of de stikstofcrisis, kan gecombineerde geodata een belangrijke rol spelen. Ook bij de uitvoering van wettelijke taken, denk aan de implementatie van de omgevingswet is behoefte aan samenhangende geodata. Maar omdat gegevens versnipperd zijn, moet je een GIS-specialist zijn om informatie uit verschillende basisregistraties aan elkaar te knopen en conclusies te trekken. Het is een bouwpakket dat de gebruiker eerst zelf in elkaar moet zetten.

Ook aan de productiekant zorgt de versnippering van informatie voor problemen. Neem nu het bovenstaande voorbeeld van een gebouw. We hebben gezien dat ditzelfde gebouw in meerdere registraties bestaat. Er zijn als het ware meerdere parallelle werkelijkheden. Stel dat er iets verandert in de fysieke situatie: het gebouw wordt bijvoorbeeld gesloopt. Dan moet dit dus ook in meerdere basisregistraties worden aangepast. De sloopmelding komt binnen bij de gemeente en wordt geaccordeerd. Op dat moment is er nog niets gewijzigd in de basisregistraties. Wanneer het gebouw een aantal weken later daadwerkelijk is gesloopt wijzigt een BAGmedewerker van dezelfde gemeente de status van het pand in de BAG. Op een ander moment wordt de verandering van de fysieke situatie door een BGTmedewerker opgemerkt op een luchtfoto. Deze medewerker registreert deze wijziging in de BGT. Weer een ander persoon (soms zelfs van een andere organisatie) doet dit voor de WOZ, enzovoort. Samenhang in de organisatie van geodata levert winst op aan zowel de kant van de gebruiker, die niet eerst zelf data aan elkaar hoeft te knopen, als aan de kant van de bronhouder, die de sloop van het gebouw in het voorbeeld nog maar één keer hoeft door te voeren. Verschillende basisregistraties lopen niet meer uiteen en data is altijd up-to-date. Eén toegankelijke en samenhangende digitale weergave van de werkelijkheid: een Digital Twin, zoals Noud Hooyman (Ministerie van BZK, hoofd cluster Beleid Geo-informatie) dat in de januari-editie van Geo-Info al noemde.

Van losse eilandjes naar een samenhangend geheel

DiS Geo staat voor de Dooronwikkeling in Samenhang van de Geo-basisregistraties. Geleidelijk beweegt de geo-wereld van geo-basisregistraties als losse eilanden naar een meer samenhangend gegevenslandschap. De afgelopen jaren is er al gewerkt aan het maken van verbindingen tussen de eilanden. Beetje bij beetje zorgen we voor steeds meer samenhang.

API’s als een stopcontact voor gegevens

Hoewel DiS Geo een initiatief is van het Ministerie van Binnenlandse Zaken, doen – en kunnen – we dit niet alleen. DiS Geo wil partijen die iets te maken hebben met de doorontwikkeling van de geo-basisregistraties samenbrengen. Hiervoor werkt het Ministerie van BZK samen met andere ministeries, de provincies, waterschappen en gemeentes. Met name het Kadaster, Geonovum en VNG-Realisatie zijn nauw betrokken om samen tot de producten te komen die door en voor al deze partijen werken. Op deze manier zorgen we er samen voor dat alle stappen die gezet worden in de doorontwikkeling van de geo-basisregistraties in ieder geval in samenhang gebeuren. En dat de ontwikkelingen rondom de basisregistraties in ieder geval niet uit elkaar lopen. Om dit toekomstbeeld te bereiken werken we op meerdere fronten aan samenhang. Twee belangrijke ontwikkelingen worden hieronder toegelicht: de samenhangende objectenregistratie en een architectuurschets voor ICT-voorzieningen.

Samenhangende objectenregistratie

Op het gebied van inhoud wordt de samenhang tussen de geo-basisregistraties vergroot door het bij elkaar brengen van een aantal geogerelateerde registraties in één samenhangende objectenregistratie. Informatie over onze fysieke omgeving is daarmee niet langer verdeeld over losse basisregistraties. Niet langer een bouwpakket dus, waarbij informatie uit verschillende registraties los verzameld en aan elkaar geknoopt moeten worden.

Afbeelding 2 – De scope van de objectenregistratie: de lagen vormen de nieuwe indeling van de informatie, rechts de huidige basisregistraties en andere voorzieningen die daarin opgaan.

In deze objectenregistratie zullen de basisregistraties BAG, BGT, BRT, (een deel van de) WOZ, (een deel van) het Nationaal Wegenbestand (NWB) en de bestuurlijke grenzen uit de BRK opgaan (zie afbeelding 2). Hierdoor ontstaat een basisregistratie met een bredere en meer samenhangende inhoud.

Omdat een toekomstige objectenregistratie alle huidige gebruikers en bronhouders van de geobasisregistraties aangaat, wordt aan het ontwerp gewerkt in cocreatie. Al deze partijen moeten immers met een toekomstige objectenregistratie uit de voeten kunnen. Daarom is gestart met een uitgebreide verkenning van de eisen en wensen aan een toekomstige objectenregistratie vanuit vier thema’s: natuur en landschap, wegen, water en bouwwerken. Vanuit dit vertrekpunt wordt het ontwerp in steeds meer detail uitgewerkt. Een belangrijk ontwerpprincipe hierbij is dat de objectenregistratie een basis biedt waar gebruikers uit verschillende sectoren voor hen relevante thema-informatie aan kunnen koppelen. Een voorbeeld kan dit verduidelijken. Op het niveau van de objectenregistratie brengen we de wegen in beeld met informatie die voor een brede gebruikersgroep relevant is. De beheerder van de weg kan hier eigen informatie aan koppelen. Bijvoorbeeld over de staat van onderhoud of gebruikte materialen. Vanuit verkeersregeling kan aan hetzelfde basisobject informatie gekoppeld worden over tijdelijke afsluitingen of actuele files. Een belangrijke vraag in het ontwerp van de objectenregistratie is dus waar de grens ligt tussen wat de gemeenschappelijke basis wordt en wat domein-specifieke informatie is die gebruikers zelf aan de basis moeten kunnen koppelen. Omdat er veel verschillende gebruikers zijn, die allemaal met een andere bril naar deze vraag kijken is het antwoord niet 1 ,2, 3 te geven.

Meerwaarde uit de nu al rijke schat van geodata

Eén ding is wel duidelijk: het antwoord op de vraag is geen statisch gegeven. Doordat de maatschappelijke opgaven veranderen, verandert onze informatiebehoefte. De objectenregistratie zal daarom mee moeten veranderen in de tijd en aanpasbaar worden opgezet. Vandaag willen we immers elektrische laadpalen als basisgegeven opnemen, morgen heeft elk gebouw naast een brievenbus misschien ook wel een drone-platform voor de vliegensvlugge bezorging van goederen.

Geodata als stroom uit het stopcontact

Naast samenhang op inhoud wordt ook gewerkt aan meer samenhang in ICT-voorzieningen. Een denktank met deelnemers vanuit ministeries, provincies, waterschappen, gemeentes, Geonovum, VNG en Kadaster, heeft de afgelopen maanden gewerkt aan een houtskoolschets van de architectuur van deze voorzieningen (zie afbeelding 3).

Afbeelding 3 – Houtskoolschets van de architectuur van samenhangende ICT-voorzieningen: geo-data als stroom uit het stopcontact.

Deze schets omschrijft een gezamenlijke visie op hoe we in de toekomst werken met geodata, de visie luidt: ‘Geodata als stroom uit het stopcontact’. Zowel gebruikers van geodata als bronhouders kunnen altijd en overal inpluggen op het stroomnetwerk. Voorzieningen die hiervoor worden ontwikkeld moeten het mogelijk maken live benodigde basisgegevens op te halen en aan te leveren, zonder vertraging. Dat kan als de basisgegevens via een API (Application Programming Interface) worden ontsloten: een soort stopcontact voor gegevens. API’s maken het mogelijk om gegevens in de registraties te benaderen vanuit eigen applicaties. Op deze manier kan iedereen gebruik maken van dezelfde actuele gegevens. Om dit mogelijk te maken moeten deze API’s worden ingebouwd in (bestaande) gebruikersapplicaties. De API-beschrijving moet zodanig worden gepubliceerd dat er (bijna) automatisch software voor kan worden gemaakt. Zulke beschrijvingen zijn tegenwoordig mogelijk in een Open API Specificatie. Hierdoor wordt aansluiten op gegevens net zo makkelijk als een stekker in een stopcontact steken.

Agile werken

DiS Geo wil dat in de toekomst veranderingen in de inhoud van de basisregistraties en aan voorzieningen makkelijker en sneller doorgevoerd kunnen worden. Nu is dat nog vaak lastig doordat zulke veranderingen aanpassingen vergen aan de ICT-voorzieningen bij heel veel spelers. Daardoor kennen kleine aanpassingen aan de inhoud van de registratie al snel doorlooptijden van jaren. DiS Geo wil dat de basisregistraties beter in kunnen spelen op veranderende behoeften van de gebruikers. Daarvoor moeten we enerzijds goed luisteren naar wat die behoefte is en anderzijds moeten we ook zelf wendbaarder worden. Agile werken dus. Dit vraagt om een aantal ontwikkelstappen aan de voorzieningenkant die eerst gezet moeten worden om de inhoud van de basisregistraties gemakkelijker aan te kunnen passen. Maar, waar dit kan, werkt DiS Geo al op een agile manier. In de ontwerptrajecten van bijvoorbeeld de inhoud van de objectenregistratie en de architectuur van de voorzieningen gebeurt dit al. Ook vindt de doorontwikkeling van de bestaande voorzieningen bij het Kadaster al op deze manier plaats.

Maar niet alles leent zich voor een dergelijke aanpak. Bij complexe veranderingen die heel veel partijen raken moeten we nu nog een andere benadering hanteren. Dan werken we veel meer in fasen met een langere doorlooptijd. Maar het streven is om op den duur meer en meer kort cyclisch te werken.

Mindset gericht op permanente doorontwikkeling

Voor alle ontwikkelingen binnen de doorontwikkeling in samenhang geldt: ze moeten mee kunnen veranderen met de behoeftes van de maatschappij. Doorontwikkeling van ons geo-gegevenslandschap is niet eindig. Door aandacht te hebben voor deze flexibiliteit moet doorontwikkelen in de toekomst makkelijker en vanzelfsprekender zijn. Een samenhangende objectenregistratie en een nieuw ICT-landschap zullen veranderingen moeten ondersteunen en niet blokkeren. Dit geldt voor producten en voorzieningen, maar net zozeer voor de processen en organisaties die met deze voorzieningen werken. Maar het vraagt ook iets van iedereen die te maken heeft met de geo-basisregistraties: een flexibele mindset. Wanneer we dit voor elkaar krijgen wordt het bijhouden en gebruiken van geodata in de toekomst makkelijker voor iedereen. Een Digital Twin van de fysieke werkelijkheid zorgt ervoor dat we meer halen uit de nu al rijke schat van geodata. Iedereen die gebruik maakt van de Nederlandse geodata krijgt te maken met deze doorontwikkeling. Blijf op de hoogte via de website [1] en de nieuwsbrief van DiS Geo [2]. Reageer, geef feedback en praat vooral mee. Doorontwikkelen doen we namelijk samen.

Wij zijn erg benieuwd naar jouw reactie op dit artikel. Mail je reactie naar DISGEO@minbzk.nl.

Referenties

Auteurs

Ruud van Rossem ,
Martijn Odijk ,
Bart-Jan de Leuw