Ga door naar hoofdcontent
ArtikelenDutch Cycling Intelligence: veel meer dan een digitale kijkdoos

Dutch Cycling Intelligence: veel meer dan een digitale kijkdoos

Vrijdag 17 december 2021Afbeelding Dutch Cycling Intelligence: veel meer dan een digitale kijkdoos

Als we alles wat in de krant staat moeten geloven, dan is de zogenaamde Digital Twin het nieuwe antwoord voor alle beleidsdomeinen. De ene technologische oplossing is nog mooier dan de andere. Soms is het nog wel zoeken naar het maatschappelijk probleem, of de vraag waar inzicht in gevonden moet worden. Veel overheden zien datagedreven werken als dé nieuwe manier van werken, al is het regelmatig nog zoeken naar de balans. Wat doen overheden zelf, en wat doen ze samen met ‘de markt’? In een tijd waarin universiteiten en hogescholen door de overheid gedwongen worden om meer ondernemend te gaan werken – en waarin de overheid een nieuwe speler is op diezelfde markt – is het zoeken naar de balans in samenwerkingsvormen, datagedreven aanpak op maatschappelijke vraagstukken, en inhoudelijke ontwikkeling en innovatie.

Door een unieke samenwerking tussen overheid, marktpartijen en kennisinstellingen is het concept achter de Dutch Cycling Intelligence (DCI) ontwikkeld. Dat wordt uiteindelijk gevisualiseerd in de Digital Twin DCI-module. Daarmee heeft Nederland een aansprekend uithangbord voor veel informatiegedreven beleidsinnovaties op het gebied van de fiets. Tegelijkertijd geeft die module richting aan de landelijke zoektocht naar de nieuwe vorm van triple helix samenwerking, waarin de Digital Twin een prominente en verbindende rol vervult.

Jeroen Steenbakker en Joost de Kruijf tonen een van hun producten.

Plaatjes zeggen meer dan 1.000 woorden

De kracht van de Digital Twin zit met name in de visualisatie van informatie. Voor de onderzoeker is de visualisatie vaak het eindresultaat van een vertaling van data naar informatie. Voor de beleidsmakers is die visualisatie vaak de start van een beleidsproces. Zo ontwikkelde de Breda University of Applied Sciences (BUAS) in haar fietskennis-innovatieprogramma, kennis over het omzetten van GPS-data naar beleidsrelevante inzichten.

Met GPS-data als basis werd het voor beleidsmakers direct inzichtelijk waar, wanneer, met welke snelheid, en via welke routes inwoners van stad naar dorp fietsen. Omdat deze informatie direct aansluit bij de Nederlandse duurzaamheidsopgaven en de gewenste mobiliteitstransitie, waarin de (elektrische) fiets wordt gezien als het alternatief voor de auto op afstanden tot 15-20 kilometer in het dagelijkse woon-werkverkeer, was de link tussen toegepast wetenschappelijk onderzoek en praktijk snel gelegd.

Ondersteuning van het beleidsproces vraagt andere kwaliteiten van ‘de markt’ dan onderzoekers over het algemeen kunnen leveren. Door de DCI-inhoud centraal te blijven stellen, wordt voorkomen dat het proces zich te veel gaat richten op vragen rondom governance en eigendom. De DCI-gedachte is simpel: alle kennis die door een bepaalde overheid is gefinancierd en ontwikkeld, komt direct ten goede aan andere overheden. Zo is bijvoorbeeld veel van de door provincie Noord-Brabant ontwikkelde fietskennis, inmiddels beschikbaar op landelijk niveau.

15 minuten fietsbereikbaarheid vanaf treinstations in Nederland.
Aantal inwoners per isochroon (Metro Amsterdam).

Van kijkdoos naar beleidsinstrument

De term Digital Twin is momenteel ook populair onder young professionals. Uit pure nieuwsgierigheid deed begin 2021 een BUAS-student onderzoek naar de toepasbaarheid van Digital Twins. Al snel kwam naar voren dat dit een containerbegrip is, in veel gevallen heeft het een veredelde kijkdoosfunctie. Bestuurders willen een Digital Twin om te laten zien dat ze in het datagedreven tijdperk actief meebewegen. De inhoud volgt vaak pas later.

Naast het geven van inzicht in historische data en realtime informatie, is binnen de DCI-module gewerkt aan het creëren van handelingsperspectief, zodat de Digital Twin ook daadwerkelijk als beleidsinstrument ingezet kan worden in de beleidsketen. Waar de provincies Zuid-Holland, Noord-Brabant en Limburg vragen hadden over de ontwikkeling van het hoogwaardig fietsnetwerk, concentreert de provincie Utrecht zich op fietsbereikbaarheid en de koppeling met het openbaar vervoer. Doordat beide vragen binnen het DCI-programma samenkomen, is een landelijke analyse uitgewerkt waarin de fietsbereikbaarheid en -bereidheid van alle OV-halten inzichtelijk gemaakt is. In plaats van een statisch plaatje zijn de onderzoeksresultaten via de DCI-module gedeeld, waarbij de gebruiker via een interactief dashboard zelf keuzen kan maken in de visualisatie.

Bijkomend resultaat is dat er een directe brug is geslagen met de opgave vanuit het openbaar-vervoerdomein, waar het gaat om de invloedsgebieden en de te bereiken (potentiële) reizigers. Daarmee verbindt de Digital Twin niet alleen onderzoek en praktijk, maar ook specialismen en beleidsdomeinen onderling.

Daarnaast is in de specifieke opgave van de provincie Zuid-Holland een samenwerking ontstaan tussen specialistische adviesbureaus. Het berekenen van mobiliteitsscenario’s vergt een bepaald specialisme, waarbij het resultaat niet alleen bruikbaar is vanuit een bereikbaarheidsopgave, maar ook vanuit ruimtelijke ontwikkeling en leefbaarheid. Door het presenteren van resultaten in specialistische modelsoftware én de Digital Twin, wordt het bereik en daarmee de waarde van de analyses vergroot. Beleidsmakers zijn daardoor niet langer alleen afhankelijk van een onderzoeksrapport, ze hebben ook de beschikking over resultaten in interactieve kaarten.

Van datagedreven werken naar ecosysteem

Nederland heeft met de Dutch Cycling Embassy (DCE) een krachtige netwerkorganisatie, bestaande uit zowel publieke als private partners, die samen de Nederlandse fietskennis vertegenwoordigen op internationaal niveau. Het geheel is daarbij meer dan de som der delen. Zo is het ook met de DCI-kennis. De DCI-module bevat inmiddels kennis van verschillende publieke en private organisaties. Zo hebben alle overheden het commitment om alle historische fiets-teldata op te slaan bij de Nationale Databank Wegverkeersgegevens.

Door het toevoegen van een dataverrijkingsproces dat ontwikkeld is in opdracht van de provincie Drenthe, beschikt de Vervoerregio Amsterdam inmiddels over de impact van seizoens- en weersinvloeden op de hoeveelheid fietsers. Omdat de Radboud Universiteit de handschoen heeft opgepakt om de impact van hoogwaardige regionale fietsroutes te modelleren, kunnen doeltreffendere maatschappelijke kostenbatenanalyses worden uitgewerkt. Door een betere kwantitatieve onderbouwing van de vaak positieve effecten, neemt de politieke bereidheid om te investeren in fietsbeleidsmaatregelen en onderzoek toe. Overheden investeren niet meer in de ontwikkeling van afzonderlijk tools, maar juist in kennisontwikkeling en -innovatie.

Fietsbereikbaarheid Utrecht Centraal.
Fietstijden per gebouw (Tilburg).

Koudwatervrees

De ontwikkelingen die hebben geleid tot de DCIaanpak, lezen bijna als een roman. De praktijk is echter weerbarstig; naast de koplopers als het gaat om inhoudelijk kennisinnovatie en samenwerking, zijn er ook partijen die zoekende zijn naar hun plaats in het geheel. Het vraagt namelijk een andere basishouding en gedrag. Het collectief belang (en de opbrengst) zijn soms groter dan het individuele bedrijfsbelang. Omdat we gewend zijn om vanuit winstmaximalisatie en groei te denken, zal de gewenste en benodigde transformatie niet over een nacht ijs gaan. Het helpt hierbij, dat het ministerie ook het belang van datagedreven werken binnen het fietsdomein heeft omarmd, wat richting geeft voor decentrale overheden om ook in het proces te stappen. Steden als Den Haag en Breda – samen met ambitieuze provincies als Utrecht, Noord-Brabant en Zuid-Holland – hebben het DCI-programma nodig als motor onder de inhoudelijke innovatie. Omdat met de Digital Twin ontwikkelde inzichten kunnen worden gevisualiseerd en geanalyseerd, bieden die inzichten perspectief voor partijen die nog in een verkennende fase zijn.

Bron van inspiratie

Tenslotte is het mooi dat het DCI-gedachtengoed ook op andere domeinen wordt omarmd. Zo zijn veel ontwikkelde inzichten en algoritmen interessant voor bedrijfstakken als de logistiek en de leefbare binnenstad. Door het koppelen van private logistieke data aan publieke data met daarin de functie en het gebruik van panden, ontstaan inzichten in het functioneren van lokale ecosystemen en afhankelijkheden. Vanuit de duurzaamheidsopgaven economische bereikbaarheid, stedelijke laafbaarheid en veiligheid, en het verminderen van de negatieve impact op het milieu, zijn er nog kansen te over. Belangrijkste aandachtspunt blijft daarbij: openheid in de samenwerking en onderling vertrouwen.

Auteurs

Afbeelding voor Joost de Kruijf

Joost de Kruijf

is themaleider Leefbare Stad LCB.

Afbeelding voor Jeroen Steenbakkers

Jeroen Steenbakkers

Jeroen Steenbakkers is directeur van Argaleo.