Ga door naar hoofdcontent
ArtikelenGeodata, de brandstof voor het behalen van de SDG’s
Subthema 3: Ten years to achieve the SDG’s

Geodata, de brandstof voor het behalen van de SDG’s

Dinsdag 1 september 2020Afbeelding Geodata, de brandstof voor het behalen van de SDG’s

Het zal slechts weinigen in de geosector zijn ontgaan: de Sustainable Development Goals (SDG’s), in 2015 overeengekomen door de 193 lidstaten van de Verenigde Naties (VN), worden steeds vaker omarmd door bedrijven, organisaties en gemeenschappen. De kern van de SDG’s is een einde maken aan extreme armoede, ongelijkheid, onrecht en klimaatverandering in 2030. Geodata speelt de rol van marker én maker bij het behalen van de SDG’s.

Locatie-informatie is in veel gevallen de basis voor het monitoren van de (169!) SDG-targets. Bijbehorende SDG-indicatoren stellen ons in staat de voortgang op het gebied van economische, sociale en ecologische duurzaamheid te meten, te beheren en te bewaken.

De geo-sector speelt een cruciale rol bij het in kaart brengen van de SDG-indicatoren. Bovendien kunnen wij, landmeters en andere geo-professionals, dagelijks een directe bijdrage leveren aan het behalen van de SDG’s. Met nog tien jaar te gaan voor de SDG-ambities, is het tijd om het belang van onze sector voor de SDG’s en de kansen die de SDG’s bieden, te belichten. Ter inspiratie in dit artikel een selectie van SDGgerelateerde thema’s die tijdens de FIG Working Week 2020 gepresenteerd zou worden.

Figuur 1 – FIG & SDG’s.

Capaciteit en educatie

De FIG Working Week heeft als missie: het bieden van een internationaal forum voor discussie en ontmoeting ter bevordering van de kennisuitwisseling tussen partijen in de wereldwijde geo-informatiesector. Met als FIG-visie ‘Surveying is a modern profession acting worldwide for a better infrastructure for our society and planet earth’, is het voor onze sector van evident belang om de aanstormende generaties geo-professionals voor te bereiden op de uitdagingen van nu en van de toekomst. Het belichten van de laatste ontwikkelingen op het gebied van educatie en ‘capacity building’ in algemenere zin loopt dan ook als een rode draad door veel thema’s. De maatschappelijke veranderingen van vandaag en morgen stimuleren zowel de geosector als de onderwijssector zich te ontwikkelen met nieuwe technologieën, innovatieve methoden en grensverleggende werkwijzen. Tijdens diverse FIG Working Week-sessies zou de relatie tussen de veranderingen in onze sector en de ontwikkelingen in het onderwijs aan bod komen. Er wordt hierbij een link gelegd met SDG 4, die zich richt op ’quality education’. Eén van de meest aansprekende voorbeelden is de sessie over ‘Responsible Land Administration Teaching Essentials structured knowledge base’ van Global Land Tool Network (GLTN). Het initiatief geeft inzicht in goede voorbeelden én ontwikkelpunten op het gebied van onderzoeksclusters over landmanagement: praktische ervaringen met de mismatch tussen curricula en beroepspraktijk en de rol van professionele organisaties worden in dit netwerk gedeeld.

Een aansprekend voorbeeld van Nederlandse bodem is de methode ‘Value Creator’ van Windesheim Honours College (WHC). De Zwolse onderwijsinstelling leert deelnemers middels een interactieve workshop hoe belanghebbenden een ruimtelijk-maatschappelijk vraagstuk kunnen bekijken vanuit verschillende perspectieven. De Value Creators is onderdeel van het BBA programma Global Project and Change Management. De methode leidt stakeholders van een (ruimtelijk) duurzaamheidsvraagstuk, vaak met tegenstrijdige belangen, door een individueel en collectief proces in vier stappen. Aan de hand van een 4E-model voor waardecreatie (Explore, Engage, Elaborate, Evaluate) kan de methode worden gebruikt door belanghebbenden die samenwerken aan complexe ruimtelijk-maatschappelijke uitdagingen. De methode biedt inzicht in de internationale duurzaamheidsuitdagingen met lokale impact (en visa versa) en de onderlinge afhankelijkheden van potentiële oplossingen. Het doel van de Value Creator is dan ook studenten en ‘young professionals’ voor te bereiden op complexe samenwerkingen die nodig zijn voor het behalen van de SDGs’s (SDG 17).

Figuur 2 – Public Private Partnerships (bron: Søren Brandt Pedersen).

Duurzame steden

Nauwkeurige en toegankelijke geo-informatie vormt de kern van inclusieve besluitvorming voor duurzame stedelijke ontwikkeling zoals aangegeven SDG 11. Om steden toekomstbestendig te maken, moet aan verschillende voorwaarden worden voldaan. Betaalbare woningen, toegang tot groene ruimtes en openbaar vervoer, een goed stedelijk klimaat, energieopwekking uit hernieuwbare energiebronnen (SDG 7) zijn voorbeelden van stedelijke behoeften. Met de voorspelling dat in 2030 vijf miljard mensen in steden wonen en de ecologische, maatschappelijke en economische uitdagingen die daarmee gepaard gaan, is een duurzaam beheer van stedelijk land nodig, waarin samenwerking en participatie centraal staan. Het proces van ontwerpen van duurzame steden vereist samenwerking tussen overheden en particuliere instellingen op elk niveau (SDG 17), ondersteund door inzichten op basis van geoinformatie. Een heel mooi voorbeeld hiervan is de Kennis Data Hub Gezond Stedelijk Leven Utrecht [1].

Voor de gezondheid en het welzijn van de mensen in de stad, is het ontwikkelen en behouden van een gezonde leefomgeving van cruciaal belang. Een gezonde stedelijke leefomgeving levert bovendien een bijdrage aan actuele maatschappelijke vraagstukken, zoals de energietransitie en een veilige en duurzame voedselketen. Uitgangspunt van het Utrechtse onafhankelijke en open platform van publieke en private organisaties, is dat datagedreven (evidence based) kennis essentieel is bij het ontwikkelen van grensverleggende stedelijke concepten. De organisaties binnen de hub brengen beleidsinstrumenten, innovatieve technologieën, data, infrastructurele planvorming en kennis over gedrag en gezondheid, bijeen. Voorbeelden van Utrechtse initiatieven zijn Digital Twin, luchtkwaliteitsmetingen, en realtime omgevingsbeleid.

Publiek-Private samenwerking

Samenwerken komt als overkoepelend thema (SDG 17) terug als voorwaarde voor het bevorderen van duurzame ontwikkeling. Veel geplande bijdragen aan de FIG2020 delen ervaringen over zogenaamde ‘partnerships’, variërend in context, vorm en met een breed scala aan actoren. Eens te meer wordt duidelijk dat door gebruik te maken van elkaars sterke punten, je sneller kan bijdragen aan landrechten voor iedereen en het behalen van de SDGs. Eén van de meest aansprekende internationale voorbeelden is het Multi-Sided Platform van GLTN. Hier worden verbindingen gelegd en wordt kennis uitgewisseld op strategisch en operationeel niveau met zowel top-down en bottom-up initiatieven. Dit is van cruciaal belang om de wereldwijde agenda over landgerelateerde thema’s te sturen. Terwijl dit voorbeeld op het internationale FIG-podium gezien wordt gezien als een inspirerende Publiek-Private Partnership (PPP), hoeven we dichterbij huis ook niet ver te zoeken om inspirerende samenwerkingen in de geo-sector te vinden. Een Nederlands voorbeeld is Stichting Climate Campus.

Climate Campus

Deltaland Nederland staat voor grote ruimtelijke opgaven zoals klimaatadaptatie. Stichting Climate Campus Zwolle [2] verbindt (netwerk) partners, ideeën, projecten en budgetten op basis van gemeenschappelijke doelen en gedeelde belangen om innovatie en implementatiekracht te versterken. De ontwikkeling van nieuwe oplossingen en talent maakt klimaatadaptatie betaalbaar en genereert een nieuwe economie. Nog belangrijker is het verbinden van de professionals met lokale gemeenschappen. Ze kunnen voor elkaar van groot belang zijn. Het verzamelen en gebruiken van gegevens gaat hand in hand met het betrekken van gemeenschappen bij klimaatadaptatie. In demonstratiedelta IJssel-Vecht implementeert de Campus citizen science in verschillende projecten. Het is het begin van een nieuwe aanpak om samen te werken met lokale gemeenschappen.

Figuur 3 – Climate Campus netwerk (bron: Renate Postma en Liesbeth Rijsdijk).

Zijn we klaar voor de toekomst?

Nog tien jaar om de ambities van de SDG’s in gang te zetten. De geo-informatiesector speelt een belangrijke rol in het behalen van de doelen. Nu is het tijd om vooruit te kijken en ons beleid, onze samenwerkingen en ons handelen af te stemmen op het behalen van de SDG’s. Dit vraagt om bewust nadenken, handelen, delen en visualiseren hoe ons dagelijks werk, op lokaal, nationaal en mondiaal niveau, kan bijdragen aan een duurzamere wereld.

Referenties

Auteurs

Simone Emens ,
Paula Dijkstra ,
Chrit Lemmen