Ga door naar hoofdcontent
ArtikelenHet karteren van asielzoekers

Het karteren van asielzoekers

Donderdag 1 oktober 2020Afbeelding Het karteren van asielzoekers

Iedere kaart is een ‘social construct’, een maatschappelijk product dat ontstaat onder invloed van opvattingen die in een samenleving heersen, vakbekwaamheid en intenties van een auteur/kartograaf en door de technische mogelijkheden. Eén van de manco’s van ons aardrijkskunde-onderwijs is dat men de leerlingen daar onvoldoende van doordringt. Wanneer je een x-aantal kartografen vraagt bepaalde informatie te visualiseren zal dat tot x verschillende kaarten leiden. We beoordelen die kaarten op basis van het succes van de informatieoverdracht: zijn de kaartgebruikers in staat er de oorspronkelijke informatie uit af te lezen?

Wanneer je wilt weten hoeveel asielzoekers er in een bepaald jaar naar Europa trokken en vanwaar ze kwamen, dan is een kaart met proportionele symbolen die de aantallen aangeven per herkomstland de meest efficiënte methode van informatieoverdracht. Als je bovendien wilt weten langs welke route deze mensen reisden, dan voeg je pijlsymbolen aan de kaart toe. Die kunnen zowel gebruikt worden om het globale verloop als om de exacte reisroute aan te geven. De dikte van de pijlen kan men proportioneel maken met de betreffende aantallen, maar dan mag je de routes niet verlengen, omdat de symbolen anders qua visuele impact niet meer proportioneel zijn.

In het Cartographic Journal van 2019 (Van Houtum en Bueno-Lacy) [1] en in De Correspondent (Vermeulen e.a. 2020) [2] zijn artikelen verschenen van professor Van Houtum en zijn collega’s over het feit dat kaarten van de vluchtelingenstromen naar Europa tendentieus zijn en de werkelijkheid vertekenen, in de zin dat ze de kaartgebruikers voorschotelen dat er sprake is van een invasie. De kritiek van de auteurs van deze artikelen spitst zich toe op kaarten die de EU-organisatie Frontex opneemt in de door haar gepubliceerde jaarverslagen (zie figuur 1). In De Correspondent schrijven ze daarover: ‘De migratiekaart van Frontex geeft kortom het gevoel dat we overspoeld worden door een gigantische hoeveelheid anonieme vijanden, die massaal en vanuit alle hoeken van de wereld onze orde komen verstoren.’

Figuur 1 – Kaart van de illegale grenspassages in Europa in 2018, met herkomstlanden en aanreisroutes. Uit het Frontex report: Risk analysis for 2019. (Bron: Frontex, the European Border and Coast Guard Agency).

Modus operandi

Hoe onderbouwen de auteurs deze opvatting? In het artikel in De Correspondent ontdoen ze de Frontex-kaart eerst van de herkomstgegevens en vergroten de pijlen in lengte en breedte, om vervolgens deze ‘originele migratiekaart’, dit gemodificeerde kaartbeeld (zie figuur 2), te bekritiseren. Ze komen met voorstellen voor verbetering die echter nog onvoldoende blijken te werken, waarna ze zich afvragen of kaarten überhaupt wel een geschikt medium zijn om dit verschijnsel af te beelden. De structuur van het artikel in het Cartographic Journal is vergelijkbaar (eerst commentaar op aspecten van de Frontexkaart, waarna alternatieve kaarten worden getoond), alleen is het taalgebruik wat extremer: ‘We have shown how the current mapping of undocumented migration amounts to blatant cartographic malpractice, tendentious science and ruinous policymaking for the EU.’

Gewraakte aspecten van de Frontex-kaart

De bezwaren van de auteurs tegen de Frontexkaart betreffen de gekozen ondergrond met staatsgrenzen, het gebruik van pijlen, het feit dat er een omsingeling wordt gesuggereerd, de kaartuitsnede en het taalgebruik. Het intekenen van de staatsgrenzen zou de xenofobische vooroordelen voeden: ‘Frontex’s map offers a visual normalisation and essentialisation of a self-made European border in which those who cross it are pictured as unforeseen and abnormal lawbreakers and a danger to the ‘natural‘ order of the EU’ Maar er wordt niet duidelijk gemaakt welke hulp voor de oriëntatie wél op de kaart gebruikt zou moeten worden. Dan de pijlen: hoewel kaarten met proportionele pijlsymbolen vooral in de transportgeografie worden gebruikt, wordt in het artikel in het Cartographical Journal de Frontex-kaart naast een kaart van de Duitse invasie in Nederland geplaatst. Daarmee wordt elke kaart met pijlen geframed als een kaart van gewelddadige verovering, een offshoot van fascistische propaganda: het gaat volgens de auteurs om ‘invasion cartography’.

Figuur 2 (l) – Hertekende kaart in De Correspondent.

De Frontex kartografen zouden expres de kleur rood gekozen hebben voor de pijlen (rood geeft, naast het sombere zwart, gewoon het beste contrast), want ‘Red is a colour associated across cultures with abnormality, danger, warning, sexual promiscuity, anger and fear’. De pijlen die Frontex gebruikt, suggereren een rechtstreekse route, in vogelvlucht, terwijl het in de praktijk om soms jaren durende reizen met overal ongewenst oponthoud en ellende kan gaan. Bovendien zouden de pijlen te dik zijn, en daarmee het beeld van de externe bedreiging voor de Europeanen versterken. Maar als je nog op een leesbare manier de migranten wilt weergeven die langs de oostelijke, Zwarte Zee of Albanese route reizen, dan móet je óf de andere pijlen die het tienvoudige aantal asielzoekers aangeven wel zoveel groter maken, óf de mensen langs de oostelijke route weglaten (‘migratiestromen van minder dan 1000 mensen niet weergegeven’). Om van de in hun ogen offensieve pijlen af te komen, stellen de auteurs in De Correspondent een alternatieve kaart voor (zie figuur 3). Dit alternatief is blijkbaar zo goed bevallen dat ook Frontex deze wijze van weergave thans heeft overgenomen, en de weergave van figuur 1 al niet meer gebruikt.

Figuur 3 (r) – Alternatieve vormgeving in De Correspondent die deels aan de bezwaren tegemoet komt. (De Krim is hier al als Russisch aangegeven maar de Russische veroveringen in Georgië nog niet; de Westelijke Sahara is opgedeeld tussen Marokko en de Sahrawis; verder is de Turkse verovering van Noord-Cyprus gemarkeerd).

In de derde plaats de omsingeling: omdat die nog niet zo duidelijk blijkt uit de figuren 1-3 wordt er in het artikel in het Cartographic Journal een kaart uit de Grote Bosatlas bijgehaald, het kaartblad Europa-migratie kaart D, Asielzoekers-bestemming (zie figuur 4). Op die kaart worden herkomst- en bestemmingslanden van asielzoekers die naar Europa trekken met elkaar verbonden met een ‘relationele’ pijl, zonder kwantitatieve betekenis. Die kaart wordt nu door de auteurs weggezet als: ‘this map of the refugee crisis reproduces the political cartography of the Frontex map together with its propagandistic invasion arrows and the effect of civilisational encirclement that they produce’. Het begrip encirclement of Einkreisung komt direct uit de Geopolitik van de jaren ’30, en het gebruik daarvan is dus nog een manier om de kaart te wraken.

Op het betreffende kaartblad over migratie in Europa in de Bosatlas worden de asielzoekers – en dat vermelden Van Houtum c.s. niet – duidelijk in de context van de totale migratie in Europa geplaatst. Dat is het geweldige van een atlas, dat je met een combinatie van vergelijkbare kaarten een verhaal kunt vertellen, door de kaarten aan elkaar te relateren. Dat is de auteurs blijkbaar ontgaan: ze vragen wel om de aantallen asielzoekers in een context te plaatsen maar zijn zelf niet in staat een atlaskaart in zijn context te lezen. Op deze atlaspagina in de Bosatlas wordt zowel per land het percentage van de in het buitenland geboren bevolking aangegeven, het aantal arbeidsmigranten per land, de aantallen asielzoekers naar land van herkomst en van bestemming, als het aantal asielzoekers per 10.000 inwoners; ook de tijdsdimensie wordt nog meegenomen (trend asielzoekers 2000-2013).

De uitsnede van de Frontex-kaart krijgt vervolgens kritiek van de auteurs omdat Europa maar een klein deel van de totale vluchtelingenstromen op de wereld te verwerken krijgt. Dat is voor een kaart van de vluchtelingen die naar Europa trekken een terechte opmerking, en om daaraan tegemoet te komen zou men in een hoek van die kaart een diagram met de totale en de Europese vluchtelingenaantallen kunnen plaatsen. Maar dat is geen zinnige kritiek op een kaart van Frontex die moet aangeven met hoeveel illegale grensoverschrijdingen ze in de verschillende delen van hun operatiegebied te maken hebben gehad. Tenslotte het taalgebruik: In plaats van ‘detections of illegal border crossings’ stellen de auteurs als kaarttitel voor: ‘Langs deze routes bereiken irreguliere migranten de EU’.

Figuur 4 – Herkomst en Bestemming Asielzoekers, uit de 55e druk van de Grote Bosatlas, 2016. © Noordhoff. De kaarten passen in een kaartserie over migratie in Europa.

Alternatieven

Omdat ook de kaart in figuur 3 volgens de auteurs nog niet voldoet aan hun bezwaren (de kaart geeft bovendien ook lang niet alle informatie weer die de Frontex-kaart wél gaf) en omdat de informatie onvoldoende in context geplaatst is, zoeken ze naar andere wijzen van weergave. Maar door het toevoegen van context gaat men verder dan de oorspronkelijke vraagstelling: ‘Hoeveel asielzoekers uit welke landen trokken er in een bepaald jaar naar Europa langs welke route’. De kaarten zouden volgens de auteurs moeten laten zien dat de ‘EU is part of a system of visas, detention centers and biopolitical border controls that discriminates, dehumanizes, illegalises and willingly endangers undocumented migrants’. Bij de kaart zou ook informatie horen over het aantal verdronken migranten en over het temporele aspect: de migratie is sedert het topjaar 2015 sterk gedaald. Eén in De Correspondent voorgesteld aspect van het in context plaatsen van de informatie verdient zeker overname (zie figuur 5): het relateren aan de totale migratie in de EU, zoals dat ook in de Bosatlas op het kaartblad Europa-migratie is gebeurd.

Figuur 5 – Relevante context-informatie voor de kaart van de irreguliere migranten op weg naar Europa, volgens de Correspondent.

De suggestie om – wanneer de bestaande kaarten niet voldoen – dan maar liever helemaal geen kaarten te gebruiken, lijkt een testimonium paupertatis, c.q. het kind met het badwater weggooien. Er zijn voldoende kundige kartografen in Nederland, al dan niet in opleiding, om een verantwoorde vormgeving, die desgewenst ook de context toont, te realiseren.

Tenslotte

We hebben in de kartografie jarenlang te maken gehad met Arno Peters [3], een Duitse geschiedenisleraar die in de kartografie liefhebberde. Hij meende dat Mercator in 1569 speciaal zijn projectie ontwikkeld had om ontwikkelingslanden te kunnen discrimineren, en door het knap bespelen van de media zadelde hij vele miljoenen schoolkinderen jarenlang op met een karikatuur van een wereldbeeld. Ook de auteurs van de hier besproken artikelen halen de oude koe Mercator weer uit de sloot, en de suggestie dat Westerse geografen in de 19e eeuw de wereldkaart in Mercatorprojectie speciaal kozen om Afrika maar relatief kleiner weer te kunnen geven. Waar het artikel in het Cartographic Journal bol staat van de onterechte en ongefundeerde verwijten stellen de auteurs zich in De Correspondent veel gematigder op (er wordt daar wel naar het andere artikel verwezen) en komen ze met een aantal goede suggesties (zie figuur 5). Bij navraag bij de redactie van de Bosatlas bleek trouwens dat de auteurs geen contact met Noordhoff opgenomen hebben inzake de door hen neergesabelde kaart van de bestemming van asielzoekers – van auteurs die betrokken zijn bij een journalistenmedium als De Correspondent zou men dat toch verwachten.

Referenties

  1. Henk van Houtum & Rodrigo Bueno Lacy – (2019) The migration map trap. On the invasion arrows in the cartography of migration. Cartographic Journal vol. 56, november 2019, pp 196-219
  2. Maite Vermeulen, Leon de Korte en Henk van Houtum (2020), Zo maken kaarten in de media ons onbewust negatiever over migranten. De Correspondent 7 Juli 2020.
  3. en.wikipedia.org/wiki/Arno_Peters
Afbeelding voor Ferjan Ormeling

Ferjan Ormeling

Volledige biografie