Ga door naar hoofdcontent
ArtikelenHet nieuwe meten

Het nieuwe meten

Maandag 1 juni 2020Afbeelding Het nieuwe meten

We leven in een wereld waar verandering de enige constante lijkt te zijn. Waar we vroeger met een driepersoons meetploeg aan het meten waren, staan we nu alleen in het veld. Ondersteund door de nieuwste apparatuur zijn de standplaatsberekeningen en het uitvoeren van controles verschoven van kantoor naar het werkveld buiten. Hoe zorg je er nou voor dat je als bedrijf de kernwaarden kennis, kwaliteit en uniformiteit blijft bewaken gedurende deze verschuiving?

Voordat de meetapparaten zich ontwikkelden in kleine computers, bestonden meetploegen uit drie personen. De landmeter bediende de spiegel, een assistent bediende het toestel en een derde schreef de waarnemingen op. Vervolgens gingen alle meetgegevens richting het kantoor waar deze verder berekend en verwerkt werden. In nieuwere toestellen was het mogelijk om de waarnemingen digitaal op te slaan en deze een codering mee te geven in het toestel. Hierdoor reduceerde de meetploeg zich tot twee personen. Wel bleven de gegevens naar het kantoor verstuurd worden voor de verdere berekeningen. Met de komst van de Robotic Total Stations was alleen de landmeter zelf nog over. De veldboeken zijn veranderd in minicomputers waarmee je direct kunt e-mailen en beschikken over moderne functies. Zo kun je standplaatsberekeningen uitvoeren, kaarten inladen en de meting direct in het scherm zien en exporteren als digitale tekening. De landmeetkundige berekeningen worden dus niet meer op het kantoor uitgevoerd. Hierbij gaat de bediening van deze veldboeken steeds meer lijken op een mobiele telefoon. Als je weet welke knoppen je moet drukken, kom je een heel eind.

Weten waar je mee bezig bent

Hier komen we de eerste kernwaarde tegen: kennis. Met alleen drukken op de juiste knoppen kom je er niet bij het vak landmeten. Met de invoering van nieuwe toestellen is er een procesmatige verschuiving opgetreden. Zo is veel kantoorwerk naar buiten gegaan. Het wordt nog belangrijker dat de landmeters weten waar ze mee bezig zijn. Naast de praktische kennis is het theoretische ook belangrijk geworden. Voor veel doorgewinterde landmeters is dit geen probleem. Zij hebben deze theoretische kennis opgedaan tijdens hun opleiding landmeten. Na de opleiding zijn ze begonnen als assistent bij een ervaren landmeter en leerden daar de fijne kneepjes van het vak. Tegenwoordig verdwijnen er steeds meer landmeetkundige opleidingen en daalt het aanbod nieuwe studenten. Toch hebben nieuwe collega’s de theoretische en praktische kennis nodig om goede metingen uit te voeren. Je moet wel weten wat je buiten aan het doen bent op het veldboek. Een mooi voorbeeld is een vraagstuk dat een ervaren collega stelde aan jongere collega’s: “Wat is de afstand tussen het meetpunt en het bekende punt als het toestel een horizontale afwijking van 10 decimilligon (0.0010 gon) op een afstand van 10 meter registreert?” Nu is het antwoord niet zo interessant, maar de vervolgvraag, wat er met die ‘verschuiving’ op een afstand van 100 meter gebeurt, deed toch de ogen openen. Het getal van de horizontale hoek lijkt zo klein, maar op een afstand van 100 meter is de afwijking behoorlijk. Weten waar je mee bezig bent is en blijft zeer belangrijk. Ook als op het ‘knopje drukken’ zo eenvoudig is geworden.

Afbeelding 1 – Je ziet wat je meet.

Meten is controleren

Het uitvoeren van controles beslaat dan ook een groot deel van de werkzaamheden van een landmeter. Meten is controleren. Vraag jezelf constant af of je wel correct bezig bent. Heb ik wel een juiste insnijding? Is mijn toestel niet verplaatst tijdens het meten? Heb ik de juiste spiegelstokhoogte gebruikt? Je hebt kennis nodig om de afwijkingen te kunnen detecteren en te beoordelen. Als je een autocadtekening (.dxf) uitleest vanuit je splinternieuwe toestel, zie je de uitgevoerde controles niet terug in de tekening. De lijnen en punten zien er wel goed uit op het scherm. Maar wat is nou precies de kwaliteit van de meting geweest? Hiermee komen we bij de tweede kernwaarde, kwaliteit.

Met het gebruik van de nieuwe toestellen is de landmeter verantwoordelijker geworden voor het correct toepassen van landmeetkundige principes zoals de standplaatsberekeningen. De kwaliteitscontrole hiervan vindt nu direct buiten plaats. Maar ook binnen op kantoor wil je grip houden op de werkzaamheden van de landmeters. Immers, je wilt uniforme producten leveren aan de klanten waarin de kwaliteit herleidbaar wordt geborgd.

Eigen meetmethode

De verschuiving van binnenwerk naar buiten vraagt ook om een andere wijze van verwerken. Om de kwaliteit hoog te houden heeft Geomaat hiervoor een eigen meetmethode ontwikkeld. De basis hiervan is een set met meetafspraken die zijn vastgelegd in algemene instructies. In de meetprotocollen van onze opdrachtgevers staan kwaliteitseisen waaraan (aantoonbaar) voldaan moet worden. Tijdens de uitvoering van projecten zijn meetaanpakken bedacht om aan deze eisen te voldoen. Gedurende de jaren zijn deze meetaanpakken onderdeel van ons standaard werkproces geworden. Als voorbeeld wordt een grondslagpunt altijd drie keer onafhankelijk ingemeten. Na elke waarneming wordt de GPS opnieuw gefixt met een tussenpauze van een minuut. Het uiteindelijke grondslagpunt bestaat uit de middeling van de drie waarnemingen. Zulke algemene instructies vormen de basis om onze meetkwaliteit hoog te houden.

Naast algemene instructies zijn er afspraken gemaakt over de manier waarop de toestellen bediend worden door de landmeters. De ambitie van de meetmethode is om zoveel mogelijk gebruik te maken van de functionaliteiten van de veldboeken zelf. Zo worden de gemeten lijnen buiten, direct in het veldboek zichtbaar getekend. Dit geeft betere controle op juistheid en volledigheid van de metingen. Onze landmeters gebruiken zowel Trimble als Leica meetapparatuur.

Beide merken werken net wat anders en hebben andere functionaliteiten. Belangrijk is dat deze twee merken dezelfde gewenste resultaten leveren. De gemaakte afspraken hebben betrekking op de ingestelde precisie, uitleesformaten en welke functies we wel en niet gebruiken op de veldboeken. Daarnaast is er een generieke objectenbibliotheek vastgesteld. Deze is gelijk voor beide merken en garandeert, samen met de afspraken, dat de derde kernwaarde uniformiteit wordt gewaarborgd.

Afbeelding 2 – Controles in het web-portaal.

Metadata

Afbeelding 3 – Metadata zichtbaar in Autocad.

Om de meetkwaliteit ook herleidbaar vast te leggen worden de ruwe meetbestanden uitgelezen uit de veldboeken. Het grote voordeel van deze bestanden is dat deze barsten van de metadata. Dit gaat zo diep dat van elk meetpunt zichtbaar is hoeveel satellieten er beschikbaar waren tijdens het meten. Daarnaast zijn alle stappen traceerbaar die een landmeter heeft uitgevoerd tijdens de meting. Elke controle die is uitgevoerd zit opgeslagen in het meetbestand. De ruwe meetbestanden worden door de landmeter geüpload in een zelf opgericht web-portaal. Hier wordt gekeken of er ook gemeten is conform de algemene instructies. Een van de controles checkt of elke standplaats minimaal drie oriënteringspunten bevat en of de eindcontrole ook heeft plaatsgevonden. Hierbij worden de afwijkingen ten opzichte van de bekende coördinaten direct weergegeven. Het web-portaal controleert of de meting voldoet aan de kwaliteit- en uniformiteitsafspraken en geeft direct feedback aan de landmeter. Dit draagt weer bij aan een hoger kennisniveau van de landmeters. Nadat een meetbestand volledig gecontroleerd is, wordt deze verder verwerkt tot een eindproduct. Het meetbestand wordt ingelezen in eigen gemaakte verwerkingssoftware. De ruwe meetbestanden van Trimble en Leica verschillen van elkaar. De software gaat in deze bestanden op zoek naar de gemeten punten en lijnen en schrijft deze weg op een generieke manier. Het maakt niet uit of de meting is uitgevoerd met een Trimble of Leica apparaat, het eindresultaat is hetzelfde namelijk een uniforme tekening. De metadata uit de meetbestanden wordt ook toegevoegd aan de tekening. Hiermee is van elk meetpunt de tijd, landmeter, 3D-kwaliteit, standplaats, spiegelstokhoogtes etc. op te vragen tijdens het verwerken. De rol van het kantoorwerk is hierdoor veel meer veranderd naar het controleren en rapporteren van de metingen. Daarnaast is een groot deel van de processen geautomatiseerd wat de efficiëntie, kwaliteit en uniformiteit weer ten goede komt.

Grip op kwaliteit en uniformiteit

In de afgelopen jaren is het vak van landmeter behoorlijk veranderd. Gesteund door de ontwikkelingen in de meetapparatuur zijn kantoorwerkzaamheden van de landmeters verandert. Naast het meten moeten de landmeters nu ook de rol van rekenaar op zich nemen. Landmeters hebben hiervoor theoretisch kennis nodig. Kennis die steeds minder beschikbaar wordt in de vorm van opleidingen op scholen. In het begin van dit artikel heb ik de vraag gesteld hoe kennis, kwaliteit en uniformiteit bewaakt kunnen worden tijdens de verschuiving van binnen naar buiten. Met de ontwikkelde meetmethode denkt Geomaat het antwoord op deze vraag te hebben gevonden. Zoveel mogelijk gebruik maken van de toestellen en toch grip houden op de kwaliteit en uniformiteit. Dit wil natuurlijk niet zeggen dat dit het enige antwoord is. Elk bedrijf heeft een andere cultuur, personeel en ambities. Andere oplossingen zijn hier wellicht beter geschikt. Het vak landmeten is en blijft mensenwerk. Het is aan ieder bedrijf om haar eigen werkprocessen in te richten. Daarnaast blijven de veranderingen doorgaan. Wellicht staan we over vijf jaar wel met een mobiele telefoon metingen te verrichten en moet het roer opnieuw om…