Ga door naar hoofdcontent
ArtikelenHoe ik ineens coronacartograaf werd
Project Coronakaart

Hoe ik ineens coronacartograaf werd

Vrijdag 17 september 2021Afbeelding Hoe ik ineens coronacartograaf werd

Als je mij in 2019 had verteld dat ik anderhalf jaar later bekend zou staan als maker van pandemiekaarten van Nederland en Europa, had ik je voor gek verklaard. Toch overkwam dit mij. Net als voor vele anderen was de voorbije periode een ongekende hallucinante ervaring die nog altijd voortduurt.

Terug naar het begin. Januari vorig jaar. De eerste berichten over een mysterieus longvirus doken op in Wuhan. Dit onderwerp fascineerde me direct. Op dat moment werkte ik als redacteur bij Dagblad Metro, dat toen nog op papier verscheen. Dus ik had alle ruimte om me flink in dit nieuws vast te bijten. De Chinese overheid plaatste op 23 januari een gebied ter grootte van Frankrijk onder een dystopische lockdown. Aanvankelijk werd hier wat laconiek op gereageerd in het Westen. “Dat autoritaire China sluit mensen op ín hun huizen, dat zou hier nooit kunnen gebeuren. Toch?”

Al meteen wilde ik weten waar dat virus zich precies bevond. De John Hopkins Universiteit was een van de eersten met een coronakaart waarin het aantal besmettingen per land werd aangegeven. In februari werd duidelijk dat dit niet alleen een Chinese aangelegenheid zou blijven. Iedere dag toonde de kaart meer rode ‘2019-nCoV’-stippen. Uitbraken volgden in Singapore, Japan, Zuid-Korea, Iran… Toen Italië in de derde week honderden diagnoses meldde met de longziekte – die inmiddels was omgedoopt tot COVID-19 – werd mij duidelijk dat deze crisis Nederland niet zou overslaan. Nog geen maand later waren de ‘Chinese toestanden’ ook hier aan de orde van de dag.

Een man uit Loon op Zand

Na de ontwikkelingen in Italië nam ik direct twee besluiten: ik legde mezelf strikt huisarrest op voor onbepaalde tijd en ik ging de John Hopkins-methode toepassen op de gemeentekaart van Nederland. Een week later werd de eerste ‘officiële besmetting’ in Nederland wereldkundig gemaakt. Project Coronakaart was los. Het allereerste exemplaar van mijn hand verscheen nog geen uur later; gemeente Loon op Zand had een besmetting, vrij simpel. Het eindresultaat plaatste ik op Twitter waar ik meer en meer uitgroeide tot een soort coronadeskundige.

In tegenstelling tot veel data-analisten en cartografen, staat bij mij journalistieke impact en grafisch ontwerp voorop. Hoewel design nooit mijn voornaamste inkomstenbron was, was ik wel thuis in Adobe Illustrator. Bovendien hebben kaarten en atlassen mij al van jongs af aan enorm geboeid. Toch was mijn werk aan het begin allesbehalve efficiënt en hufterproof te noemen. Handmatig inkleuren gaat nog wel bij enkele tientallen gevallen, maar dit veranderde binnen een mum van tijd in een onmogelijke monsterklus vanwege de exponentiële stijging in het aantal besmettingen. Hier moest iets veranderen.

Na wat hulp van mijn volgers en een spoedcursus QGIS met behulp van online tutorials, kon ik medio maart de ruwe RIVM-data in een paar handelingen omzetten in een coronakaart. Snel gepiept! Toch vond ik het eindresultaat vanuit mijn ontwerpersbril absoluut onvoldoende. Het open-sourceprogramma bood wel een aantal mogelijkheden om de kaarten fraaier te maken, maar in Illustrator kon dit veel sneller en mooier. Zo werd de workflow geboren die ook nu nog de basis vormt: data ophalen bij het RIVM, koppelen aan GM-codes in Numbers (de Mac-versie van Excel), importeren in QGIS, finishing touch in Illustrator. En dat iedere dag opnieuw in de eerste twee maanden. De aanvankelijke kritiek dat ik een ‘paniekzaaier’ was en het allemaal wel meeviel, verdween steeds meer naar de achtergrond.

Over grenzen heen kijken

Hoewel de coronakaarten door velen werden geprezen om hun overzichtelijkheid en snelheid, was er ook kritiek vanuit het vakgebied. Omdat ik gemeenten al sinds dag 1 in gekleurde vlakken afbeeldde, overtrad ik blijkbaar een cartografieregel. Bij een pandemie zou gewerkt moeten worden met bollen variërend in grootte. Toch was de grafisch ontwerper in mij het hier allesbehalve mee eens: een kaart met meer dan 300 gemeenten transformeert zo toch direct in een grote confetti-chaos?

Mijn aanpak bleek niet alleen grafisch maar ook praktisch juist te zijn. Absolute aantallen verdwenen meer en meer naar de achtergrond. Eind maart verscheen naar Duits voorbeeld de eerste incidentiekaart met het aantal besmettingen per 100.000 inwoners. De dagmodus werd omgeruild voor nachtmodus omdat ik dit veel strakker vond ogen. Ondertussen begon mijn status als ‘coronakaartenkleier van Nederland’ snel te groeien. Niet alleen via Twitter, maar ook via het Telegramkanaal Coronakaart Nederland. Mijn ontwerpen boden vele volgers een stukje dagelijkse zekerheid in een periode waarin de hele samenleving in een van de pot gerukte dystopie leek te transformeren. Begin 2020 had ik 6.000 volgers en in april waren dit er ruim 13.000.

Moeders stellen soms best intelligente vragen. Zo ook die van mij tijdens de eerste ‘intelligente lockdown’. “Jelmer, op jouw kaarten zie ik best grote verschillen tussen Noord-Brabant en de rest van Nederland. Is dat in andere landen ook zo?” Het antwoord kon ik niet geven. Subnationale data waren wel beschikbaar, maar op de wereldkaarten werden alleen absolute aantallen op nationaal niveau getoond. Toch intrigeerde de vraag me wel. Was het niet mogelijk om deze subnationale cijfers ‘aan elkaar te plakken’ op een Europese provinciekaart? Ja dat kon, al was het allesbehalve eenvoudig. Maar omdat ik door mijn toenmalige kluizenaarsbestaan en gebrek aan klussen toch niet echt veel om handen had, besloot ik het toch te doen. Hoe? Door de data van alle afzonderlijke regeringssites en nieuwsmedia af te plukken.

Corona in Europa

Op 1 mei verscheen de allereerste Europese coronakaart met de data op NUTS2-niveau (Nomenclature des Unités Territoriales Statistiques van Eurostat) uit Nederland, België, Frankrijk, Duitsland, Italië, Oostenrijk, Zwitserland, Spanje, Portugal, Tsjechië, Verenigd Koninkrijk, Ierland, Scandinavië en de Baltische Staten. In de maanden daarop kwam ik niet alleen nationaal, maar ook internationaal op de kaart te staan. Met de hulp van een vijftal trouwe jonge nieuwsnerds werd het mogelijk om iedere week een Europese coronakaart te maken. En om ook nog een artikel te schrijven voor mijn nieuwe coronarubriek op innovatieplatform Innovation Origins. Erkenning kwam allang niet meer alleen via Twitter, mijn naam verscheen eveneens in de Volkskrant, meerdere regionale dagbladen en op de lijst van de Nederlandse Rijksoverheid met coronabronnen.

Aan de fundamentele insteek is nooit iets veranderd. De coronakaarten moesten vooral toegankelijke informatie bieden. Vorm speelde hierin een even grote rol als inhoud. Eigenlijk ging er nauwelijks een week voorbij waarin het ontwerp niet verder werd gepolijst. Om mijn werk interactiever te maken, werden in de zomer zogenaamde schuifkaarten geïntroduceerd waarin je de coronastatus in de huidige week met een sleepbeweging kon vergelijken met de week ervoor. Dit bleef niet onopgemerkt over de grens, zo was te zien aan de commentaren in talen als het Pools, Duits, Frans, Engels, Fins en Bulgaars. Zelfs in Australische nieuwsmedia werden de kaarten van ene Jelmer Visser uit Enschede getoond, een soort wereldreis zonder zelf de deur uit te gaan.

Tot juni 2021 verschenen op Innovation Origins (innovationorigins.com/nl) en de sociale media-kanalen de coronakaarten van Nederland en Europa. Wat mij vooral opviel, is dat pandemieën eigenlijk helemaal niet zo onvoorspelbaar zijn. Op basis van de data uit het verleden kan het heden prima worden verklaard. En als je maar lang genoeg data bijhoudt, heb je een solide basis voor voorspellingen van de nabije toekomst. Omdat de cijfers van tientallen landsdelen met elkaar vergeleken werden, kon je ook vrij duidelijk zien wat het effect was van nieuwe maatregelen, vakanties of versoepelingen.

De zinderende corona-rollercoaster

Omdat ik nog altijd niet beschikte over de vaardigheden om het data verzamelen te automatiseren, ging hier telkens meer tijd in zitten. De reeks werd afgesloten met een set speciale Benelux-kaarten waarin vergelijkingen met Duitsland, Groot-Brittannië en Zuidwest- Europa gemaakt werden. Daarnaast speelde het continent Zuid-Amerika eenmalig de hoofdrol in mijn coronakaartenreis, die ook in het Spaans vertaald is.

Van een gekleurd vlak in Loon op Zand naar cijfers van Vladivostok tot Patagonië. Corona was niet alleen epidemiologisch, maar in mijn geval ook cartografisch uit de hand gelopen. Het was een zinderende, intense en interessante rit waarin ik mezelf verrijkte met een set vaardigheden die mij ook na de pandemie enorm zullen helpen. Volgende keer vraag ik alleen wel direct hulp van iemand die kan programmeren en daadwerkelijk kan werken in QGIS.

Dat deze autodidactische aanpak niet bepaald netjes en efficiënt was, mag de pret niet drukken. Cartografie groeide voor mij uit tot een vorm van artistieke expressie. Uitdagend, maar ook wel lichtelijk verslavend, dat kaarten bouwen.

Uiteindelijk is het net als bij meer dingen: een kwestie van beginnen, kilometers maken en volharding. Niet proberen, maar doen.