Ga door naar hoofdcontent
Artikelen‘Ik ben bezig mét en vóór het aardrijkskundeonderwijs’

‘Ik ben bezig mét en vóór het aardrijkskundeonderwijs’

Maandag 17 september 2018Afbeelding ‘Ik ben bezig mét en vóór het aardrijkskundeonderwijs’

Sinds vorig jaar werkt Anne de Klerk als onderwijscoördinator voor het KNAG, het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap. Namens die organisatie is ze het aanspreekpunt voor alles wat met aardrijkskundeonderwijs te maken heeft. In dit interview vertelt ze over haar werk als netwerker, organisator van de KNAG Onderwijsdag en hoe ze haar functie invult als geograaf.

Deel I: Netwerken en coördineren

Wat is jouw rol bij het KNAG?
Het KNAG is een vereniging waar heel veel geografen samenkomen. Ik coördineer en organiseer als onderwijscoördinator voornamelijk de onderwijsactiviteiten. Er zijn jaarlijks een aantal belangrijke terugkerende aangelegenheden in het aardrijkskundeonderwijs, zoals het centraal examen en de KNAG Onderwijsdag. Mijn taak is om ervoor te zorgen dat de mensen die daarbij betrokken zijn op de juiste plek terechtkomen. Ik organiseer bijvoorbeeld regionale examenbesprekingen in het hele land. Vooraf zorg ik ervoor dat docenten weten waar, wanneer en hoe laat die plaatsvinden. Na het centraal examen moeten de conclusies van de landelijke examenbesprekingen worden gecommuniceerd via de website van het KNAG, zodat docenten ze kunnen gebruiken bij het nakijken van de examens.

Je bent dus eigenlijk een netwerker en een vertegenwoordiger?
Ja, dat klopt. Mijn werk is een combinatie van veel denken en veel doen. Zo zijn we voor curriculum.nu bezig geweest met de toekomstvisie voor het aardrijkskundig onderwijs. Dat is een abstract en langdurig proces waarbij we nadenken over ontwikkelingen voor het aardrijkskundeonderwijs. Aan de andere kant ben ik erg praktisch bezig, bijvoorbeeld met het organiseren van events. Zo organiseer ik binnenkort een bijeenkomst voor pabo-docenten die lesgeven in aardrijkskunde.

Vinden al die bijeenkomsten plaats op jouw initiatief?
Een aantal evenementen keert jaarlijks terug, zoals die dag voor pabo-docenten. Ik probeer ervoor te zorgen dat de docenten jaarlijks terugkeren naar dat evenement. Daarin heb ik wel een rol als aanjager, ik wil graag dat er veel mensen bij aanwezig zijn, maar de bijeenkomsten keren jaarlijks terug.

Wat vind je zo leuk aan je huidige functie?
Ik vind het heel leuk om met zo veel verschillende mensen uit het brede geografische werkveld in contact te komen. Ik spreek docenten, onderzoekers en mensen die actief zijn in het maatschappelijk werkveld. Toen ik net bij het KNAG werkte schreef ik mee aan een visiestuk met onder andere Joop van der Schee (emeritus hoogleraar aardrijkskundeonderwijs, red.), een man van wie ik vele studieteksten heb gelezen en van wie ik veel heb geleerd; echt een grote naam in de wetenschappelijke wereld van onderwijsgeografie. Hij mailde me met de vraag of ik zijn stuk kon redigeren. Dat vond ik toen heel spannend, het was immers niet een tekst van zomaar iemand! Algauw kwam ik erachter dat ik echt iets kon bijdragen en op niveau kon meepraten. Dat was erg gaaf. En Joop bleek ook nog eens een hele aardige man om mee samen te werken, ik heb veel van hem geleerd.

Daarnaast combineer ik in deze baan mijn passie voor onderwijs, én mijn geografische kennis en opleiding. Op deze manier ben ik bezig mét en vóór het aardrijkskundeonderwijs.

Heb je zelf ook lesgegeven?
Ja, ik heb mijn eerstegraads bevoegdheid en ik heb voor de klas gestaan. Ik mag dus lesgeven tot en met vwo 6. Soms mis ik het lesgeven ook wel, vooral de leerlingen. Ik ben dol op pubers. Maar ik denk dat mijn huidige functie heel goed bij me past, omdat ik het organisatorische deel heel leuk vind en graag met veel met mensen uit verschillende werkvelden werk.

Hoe ben je uiteindelijk bij het KNAG terechtgekomen?
Na mijn master ben ik via een stage bij een adviesbureau – SME Advies – binnengerold. Daar heb ik een paar jaar gewerkt. Het was leerzaam, maar de commerciële kant paste minder goed bij mij. Toen ben ik me af gaan vragen waar ik écht gelukkig van word. Bij SME Advies was dat vooral het project Eco Schools, het VN-keurmerk van duurzame scholen. Ik coördineerde dat in Nederland. Toen kwam ik erachter dat ik graag met en voor leerlingen bezig ben.

Vervolgens besloot ik alsnog mijn lesbevoegdheid te halen. Het was een lastige keuze en ik dacht bij mezelf: ‘Ga ik dan echt weer anderhalf jaar in de schoolbanken zitten?’ Uiteindelijk heb ik toch besloten om er voor te gaan en dat is een goede beslissing geweest. Ik kom uit een onderwijsgezin en toen ik vijftien was dacht ik: ‘Dat ga ik dus echt nooit doen.’ Later vond ik dat ik het toch moest overwegen als dat hetgeen is waar ik echt gelukkig van zou worden. Toch wilde ik niet twintig jaar lang lesgeven. Die spin-in-het-web-rol past me heel goed, dat vond ik ook heel leuk bij SME Advies. Dat doe ik nu ook, maar dan niet bij een commerciële organisatie.

Na mijn zwangerschap ben ik opnieuw vacatures gaan bekijken en zag ik mijn huidige functie voorbijkomen. Coördineren, aardrijkskunde en onderwijs kwamen daarin allemaal aan bod. Dat was echt precies de baan waar ik naar op zoek was.

In deze baan combineer ik mijn passie voor onderwijs, én mijn geografische kennis en opleiding. Op deze manier ben ik bezig mét en vóór het aardrijkskundeonderwijs.”

Hoe pak je een functie – waarin een netwerk zo belangrijk is – goed op als je net begint?
De werkoverdracht was erg belangrijk. In het begin heb ik vaak gevraagd aan collega’s wie ik waarvoor zou kunnen benaderen. En ik heb gebruik gemaakt van een aantal bestaande netwerken van mijn collega’s en voorgangers. Ik heb geprobeerd te laten zien dat ik er ben, gewoon door rond te mailen. Het is belangrijk om te laten zien dat je er bent, dat mensen je kunnen benaderen als ze je nodig hebben en andersom. En zo rolt dat netwerk zich steeds verder uit. Het is een kwestie van stap voor stap bouwen en vaak je gezicht laten zien.

Wat in jouw ogen de belangrijkste eigenschappen die je nodig hebt voor jouw functie?
Je moet sowieso goed het overzicht kunnen bewaren. Je bent vaak met veel projecten tegelijk bezig, dat moet je kunnen scheiden. Het is ook wel belangrijk dat je een beetje een sociaal dier bent, omdat je met veel mensen samenwerkt. Daarnaast moet je goed uit de voeten kunnen met tekst. Het KNAG heeft een actieve Facebook-pagina en social media zijn een handige tool om geïnteresseerden op de hoogte te stellen van aardrijkskundig nieuws. Het schrijven voor een breed publiek heb ik ook wel meegenomen uit mijn master Geo-communicatie.

Deel II: Het onderwijs en de KNAG Onderwijsdag

Een belangrijk deel van je werk is het organiseren van de KNAG Onderwijsdag. Wat is dat precies?
De KNAG Onderwijsdag is een jaarlijks terugkerend congres voor aardrijkskundedocenten uit het hele land. Er is een plenair deel met een aantal hoofdsprekers. Daarnaast proberen we altijd een thema te bedenken dat voor iedereen interessant is, waar je zowel fysisch als sociaal geografische onderwerpen aan kunt hangen. Dit jaar is het thema On the move. Aardplaten zijn in beweging, je hebt transport, globalisering, de aarde is constant in beweging. Na het plenaire deel zijn er deelsessies waar men zich vooraf voor kan inschrijven. Dat zijn bijvoorbeeld interactieve lezingen. Tot slot is er een informatiemarkt waar verschillende uitgevers, universiteiten en ander instellingen een stand hebben.

Wat voor deelsessies zijn er dit jaar bijvoorbeeld?
Er is onderscheid gemaakt in drie soorten sessies: vakinhoudelijke sessies, onderwijssessies en sessies van methoden en uitgevers. De vakinhoudelijke sessies hebben aardrijkskundige inhoud, waarbij de aanwezigen echt iets nieuws leren over een geografisch onderwerp. Dit jaar zijn er bijvoorbeeld sessies over de gevolgen van de Brexit voor Noord-Ierland en over de migratie van etnische minderheden in China. De onderwijssessies zijn meer pedagogisch en didactisch van aard, ze zijn gericht op wat je zelf in de klas kunt doen en praktisch gericht, zoals de Geo Future School of een geografische escaperoom die docenten zelf in de klas kunnen organiseren. De sessies van methoden en uitgevers worden georganiseerd door de uitgevers zelf. Er is bijvoorbeeld een sessie over de digitale Bosatlas en een over de nieuwe atlas van Alcarta die vorig jaar werd uitgebracht.

Het programmaboekje voor de KNAG Onderwijsdag in november. Dit jaar is het thema ‘On the move’.

Wie komen daar op af?
Vorig jaar waren er 940 aanmeldingen, voor dit jaar loopt de inschrijvingsperiode nog. Ik denk dat 95 procent van de aanwezigen aardrijkskundedocent is. Het publiek dat eropaf komt wordt steeds jonger. Pakweg tien jaar geleden had de KNAG Onderwijsdag een beetje een stoffig imago, dat is totaal veranderd. Het is echt een plek geworden waar mensen elkaar ontmoeten en waar je het eerste hoort van nieuwe materialen, geografisch nieuws en onderwijsmethoden.

En jij neemt de organisatie op je?
Voor het grootste deel wel, ja. Het begint in januari al met het zoeken van een locatie. Ik bedenk het thema van de dag, stel een programma op, organiseer alle deelsessies en benader ik sprekers die daaraan een invulling zouden kunnen geven. Ik zorg er ook voor dat er een programmaboekje komt en dat alle praktische zaken goed verlopen. Voor een dag waar bijna duizend mensen op afkomen is dat soms best een uitdaging, maar wel een hele leuke. Daarnaast neemt een collega het voorbereiden van de informatiemarkt op zich en is er op de dag zelf een groep studenten die als vrijwilligers helpen om de dag soepel te laten verlopen.

Waarom is aardrijkskundeonderwijs zo belangrijk?
Ik denk dat aardrijkskunde een belangrijk onderdeel omdat leerlingen hiermee een wereldbeeld ontwikkelen. Aardrijkskunde gaat over echte gebieden en echte mensen, het gaat over je verwonderen over (natuur)verschijnselen en laat leerlingen nadenken over de schoonheid en verschillen op de wereld. Er zijn zo veel mogelijkheden om te oefenen met vaardigheden die leerlingen nodig hebben om de wereld te ontdekken. Met de inhoudelijke kennis leren ze de aarde en haar bewoners beter te begrijpen. Aardrijkskunde gaat niet alleen over de wereld zoals die nu is, maar ook over de wereld zoals die zou kunnen worden. Zo komt bijvoorbeeld aan bod hoe processen en gebieden elkaar beïnvloeden en hoe je kunt omgaan met verschillende belangen en knelpunten bij het inrichten van gebieden.

“Pakweg tien jaar geleden had de KNAG Onderwijsdag een beetje een stoffig imago, dat is totaal veranderd. Het is echt een plek geworden waar mensen elkaar ontmoeten en waar je het eerste hoort van nieuwe materialen, geografisch nieuws en onderwijsmethoden.”

En natuurlijk, iedere vakdocent vindt zijn eigen vak het belangrijkste. Maar ik denk het heel waardevol is om te leren over het benaderen van een probleem vanuit verschillende perspectieven en te kijken hoe er samenhang bestaat tussen verschillende gebieden. Daarvoor is inzicht nodig in ruimtelijke vraagstukken, de oorzaken en de gevolgen daarvan. Denk aan klimaatverandering, watermanagement en duurzame energie, maar ook aan migratie, voedselongelijkheid, verstedelijking en grensconflicten. Aardrijkskunde geeft inzicht in samenlevingsvraagstukken die voor iedereen van belang zijn: hoe houden we droge voeten, waar halen we onze energie vandaan en hoe richten we onze omgeving zo in dat deze voor iedereen leefbaar en veilig is? Alles wat we hier doen, bijvoorbeeld waar jij je spijkerbroek koopt of waar juist niet, heeft effect op andere delen van de wereld. Ik vind het belangrijk dat kinderen dat meekrijgen.

Onlangs werd bekend dat de atlas vanaf 2020/2021 wordt afgeschaft als hulpmiddel bij het centraal examen. Wat vind je daarvan als onderwijscoördinator?
Dat is natuurlijk heel erg jammer. Voor heel veel docenten kwam het misschien als donderslag bij heldere hemel, maar het speelt al langer. Dit is de conclusie van een onderzoek dat CvTE (College voor Toetsen en Examens, red.) in januari is gestart, en waarvan wij wisten dat ze dat gingen doen. Sinds er een tweede atlas naast de Grote Bosatlas bestaat (Alcarta, red.), is het lastig om het atlasgebruik bij de examens in stand te houden. Beide atlassen voldoen aan de gestelde normen, terwijl er tegelijkertijd te veel detailverschillen bestaan om scholen zelf te laten kiezen welke atlas ze gebruiken. Het CvTE wil niet dat bij het maken van een examen een leerling met de ene atlas in het voor- of nadeel is ten opzichte van de andere atlas. Begrijpelijk, maar voor het aardrijkskundeonderwijs wel heel teleurstellend.

Desondanks is het laatste woord hier nog niet over gesproken. Het is afwachten wat er nu gaat gebeuren. Met het KNAG gaan we een plan bedenken wat we nu gaan doen. Waarschijnlijk komt er een kaartenbijlage bij het examen met daarin kaarten uit beide atlassen. Atlasvaardigheden worden hiermee een groter en belangrijker onderdeel van het schoolexamen, daar moeten we als KNAG op inspelen. We moeten duidelijk maken aan docenten en schoolleiding dat atlassen in de school en les extra belangrijk worden. En toch maken situaties als deze het werk juist ook leuk, je zit vaak dichtbij het vuur.

Wat zou je studenten willen meegeven?
Ga iets doen wat je echt leuk vindt en wat goed bij je past. Je eerste baan hoeft niet gelijk een droombaan voor de rest van je leven te zijn, als je er maar genoeg leert. Bedenk goed van welke onderdelen van je huidige werk je gelukkig wordt, waar je energie van krijgt en waarvan juist niet en bouw voort op die kennis . Je werk is een belangrijk onderdeel van je leven. Als je fulltime werkt breng je meer tijd door met je collega’s dan met je geliefde, vrienden en familie. Ik heb inmiddels verschillende leidinggevenden gehad met wisselende ervaringen. Op dit moment ben ik heel blij mijn huidige collega’s en baas. Dat je de ruimte krijgt om je werk te doen op een manier die bij je past, in een omgeving waar jij tot je recht komt, dat is denk ik heel belangrijk.

Reacties

    Plaats een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.