Ga door naar hoofdcontent
ArtikelenIntegraal dashboard voor energiemanagement cruciaal in geslaagde energietransitie

Integraal dashboard voor energiemanagement cruciaal in geslaagde energietransitie

Donderdag 1 oktober 2020Afbeelding Integraal dashboard voor energiemanagement cruciaal in geslaagde energietransitie

Overheden zijn er maar druk mee, de grote ontwikkelingen die top-down gestuurd worden. Ooit was daar de grootschalige woningbouw zoals de VINEXlocaties. Heel recent nog de stresstesten in het kader van klimaatadaptatie. Nu zitten we middenin in de energietransitie. Op rijks-, regionaal en gemeentelijk niveau wordt aan deze opgave gewerkt. Hoe grijpen deze niveaus op elkaar in en wat kunnen we leren van eerdere grote opgaven?

Het rijk is druk doende met de doelstellingen en afspraken zoals die gemaakt zijn in Parijs en Brussel. De RES’en (Regionale Energiestrategie) zijn op hun beurt bezig met inmiddels hun bod 1.0 en op het zelfde niveau bevinden zich de regionale structuurvisies warmte. Op gemeentelijk niveau wordt hard aan de weg getimmerd aan transitievisies warmte (TVW’s). Veel gemeenten hebben deze al (in concept) gereed, maar gemeenten met een hoge ambitie of beperkte organisatie zoeken nog naar de beste route.

Dat we in een wijk of buurt de issues integraal moeten benaderen en aanpakken is niets nieuws maar de komst van wijkuitvoeringsplannen maakt dit nog eens expliciet.

Vier schaalniveaus maken de opgave complex

Nu zijn er dus al vier niveaus benoemd. Rijk, regio’s, gemeenten en wijken. Maar we weten allemaal dat het draait om de eindgebruiker. In dit geval de bewoner van een woning of de gebruikers van een bedrijfs- of kantoorpand. Om de doelen te halen rondom de energietransitie, waarbij de focus nu vooral ligt op het aardgasvrij maken van woonwijken, haken de verschillende schaalniveaus stevig in elkaar. Prioriteiten voor wijken komen uit de TVW. De TVW moet passen in de vraag aanbod binnen de RES. De RES‘en moeten op landelijk niveau weer in balans zijn met vraag en aanbod. Kortom het is nogal complex en dat terwijl de eindgebruiker letterlijk aan de knoppen zit.

Complexiteit zorgt voor in ieder geval veel aandacht vanuit de markt. Zo zijn wij zelf actief op het niveau van de RES als regisseur in de regio Arnhem-Nijmegen. Tevens op gemeentelijk niveau met data als het gaat over de aanvraag van subsidies. Ook de startanalyse van het Planbureau Leefomgeving passen we toe op gemeentelijk niveau. Omdat dit binnen één organisatie zit, hebben we de expertise op het gebied van data kunnen gebruiken op het niveau van de RES. En dat helpt!

Wat wij zelf zien, maar wat ook elders in de markt wordt opgemerkt, is dat er vooral oplossingen zijn op één schaalniveau. Terwijl het zo interessant kan zijn die schaalniveaus te koppelen. Je zou zeggen dat dat vrij makkelijk te doen is met onze (open)geodata in Nederland.

Figuur 1 – Dashboard op wijkniveau.

Twee werelden

Stelt u zich nu eens voor: aan de ene kant een wereld van mensen, politiek, belangen, ambities en macht en aan de andere kant een werkelijkheid die wordt opgebouwd vanuit beschikbare data, metingen, monitoring en rekenmodellen. Hoe verhoudt dat zich dan tot elkaar en vooral, hoe versterken beide werelden elkaar in de analyse, planvorming, besluitvorming, realisatie en beheerfase? Ik weet dat er per schaalniveau en per fase veel tools en aanpakken zijn, maar juist het verbinden van die zaken, daar ligt de uitdaging. We maken het verschil als mensen verbinding zoeken met elkaar: bewoners, gebiedsmanagers, projectleiders, RES-regisseurs, bestuurders en bezig zijn om doelen te halen.

Wij zien dat bij ons op de vloer ook en wat het mooie is van op meerdere schaalniveaus werken is dat we relaties zien en leggen tussen die schaalniveaus. Mensen doen dat, dat hoort bij het werk en de benodigde competenties, maar dit kan bij uitstek ook met geodata. Hier ligt duidelijk de uitdaging.

Figuur 2 – Proces opstellen wijkuitvoeringsplan.

Landelijk dashboard

Stel dat er een (landelijk) dashboard is, niet met coronabesmettingen maar met de vraag aanbodverhouding van energie, zie het voorbeeld hiernaast.. Een dashboard waarin we de status van regio’s kunnen zien qua vraag en aanbod, maar ook de verschillen tussen de regio’s tussen tijdsloten. Hoe nuttig zou dat zijn, een landelijk energiemanagement systeem ter ondersteuning van besluitvorming door de schaalniveaus heen.

We staan dus voor de uitdaging om de gegevens van de eindgebruikers op woningniveau beschikbaar te hebben op wijk, gemeente, regio en rijksniveau. Feitelijk is een optelsom van alle verbruikers in Nederland te maken. Het probleem zit hem in de beschikbaarheid van de gegevens op woningniveau. En juist hier ligt zoals eerder genoemd de opgave. Stel: ik gebruik thuis 2500 kW elektra en 850 m3 gas. Mijn buren verbruiken bijna het dubbele en ja, ze zitten in dezelfde levensfase met een vergelijkbare huishouding. De cijfers zoals die er nu zijn op buurt of wijkniveau zijn dus grotendeels gestoeld op gemiddelden. Terwijl ze wel doortellen naar de vraag/aanbodrelatie op hogere niveaus. Ter illustratie, figuur 3 waarin de schaalniveaus verbeeld staan, hun relaties en een greep uit de beschikbare databronnen. Uiteindelijk is diezelfde data op elk schaalniveau ook weer van belang om de relaties met andere projecten, ontwikkelingen, beheeropgaven etc. te leggen, en daarmee meekoppelkansen, te identificeren. Door werk met werk te maken, bijvoorbeeld aanleg van energie-infrastructuur combineren met rioleringswerkzaamheden kan overlast worden beperkt.

Figuur 2 geeft een voorbeeld van die integrale aanpak waarbij data cruciaal is, weer. Het betreft onze aanpak voor het opstellen van een wijkuitvoeringsplan. Naast de data die beschikbaar zijn vanuit gemeente en de startanalyse maken we ook gebruik van andere data. Open data, maar ook specifieke asset-informatie. Dit stelt ons in staat om naast de eerder genoemde verticale integrale aanpak (op verschillende schaalniveaus), ook een horizontale integrale aanpak in te zetten. Natuurlijk is er voor elk schaalniveau een dergelijke aanpak beschikbaar met specifieke databronnen.

Transitie in stroomversnelling

En nu komt het: het kan zijn dat de energietransitie de besluitvorming over andere thema’s versoepelt, en andersom. Dat gaat ons helpen om deze transitie in een stroomversnelling te brengen en de doelen te halen. Een voorbeeld: in het kader van een onderzoek naar het all electric maken van een wijk is een beeld ontstaan van het netwerk en de capaciteit. In de discussie over waar de laadpalen voor elektrische auto’s moeten komen is deze data ook van belang. Stel dat in de wijken die capaciteit niet aanwezig is dan helpt dat om voor een andere aanpak te kiezen. En diezelfde data is ook van belang in regionale context.

Het verbinden van de datasets en beschikbaar maken van de juiste informatie is daarom van groot belang voor de energietransitie, maar ook voor andere thema’s. Als we echt integraal willen werken hebben we een schreeuwende behoefte aan die data en de beschikbare informatie daarvan. Het stelt ons dan zelfs in staat keuzes op woningniveau af te wegen tegen meer regionale ontwikkelingen en andere thema’s hierin mee te nemen.

Figuur 3 – Verschillende schaalniveaus.

Data organiseren en koppelen

Om dit voor elkaar te krijgen zien we enkele uitdagingen. Het is vooral aan de bronhouders van data om deze data op een juiste manier beschikbaar te stellen. Relevante thema’s zijn dan sowieso privacywetgeving, maar ook kwaliteit en actualiteit. Daarnaast zien we dat het belang van de eindgebruikers nog steeds niet altijd correct wordt onderkend. Een participatiewet of plan gaat dit ook niet verhelpen. Dit is maatwerk, mensenwerk. Maar het gaat helpen als we daarin kunnen aantonen wat het effect is. Hoeveel er bespaard kan worden in euro’s op woningniveau. Als we dat maar op grote schaal doen, zijn de investeringen in ruimte en enorme hoeveelheden middelen minder hard nodig. Om dit meetbaar te maken koppelen we de data aan elkaar door de hele keten. Verticaal tussen de schaalniveaus en horizontaal tussen de verschillende thema’s.

Dat de wereld snel verandert, zeker als we het hebben over data, tools, informatie en de beschikbaarheid daarvan, is evident. Energiescans en vergelijkbare onderzoeken hebben een beperkte houdbaarheid. Niet alleen komt dit door de data, maar ook al die tussenliggende schaalniveaus. Er wordt aan de weg getimmerd.

Een GIS- en data-expert, bezig met de energietransitie in gemeente Den Haag: “In Den Haag is in 2017 een energiescan gedaan, maar zijn die gegevens nog actueel? Een visie of concreet plan ontbreekt vaak nog, vooral bij kleinere gemeenten.”

Dit onderschrijft ook dat er gesegmenteerd onderzoek plaatsvindt, die de verbinding met andere beleidsvelden maar beperkt in zicht heeft. Laat staan de relatie met andere schaalniveaus. Dit past ook in het beeld dat we met elkaar nog te weinig weten en dat er nog veel in ontwikkeling is.

Er is dus werk aan de winkel, maar dat is niets nieuws onder de zon. De focus ligt des te meer op de data, de verantwoordelijkheid daarvan bij bronhouders en de manier hoe we die kunnen inzetten om de energietransitie te ondersteunen. Het aantoonbaar maken van aannames, vertrouwen bij stakeholders, juiste investeringen in middelen en in ons stedelijk en landelijk gebied, want dat staat op het spel. Laten we elkaar opzoeken om door de schaalniveaus heen de beschikbare en benodigde data te organiseren en te koppelen. En ik weet zeker dat organisaties hier goed in zijn om dit te organiseren. Immers ga ik er vanuit dat we geleerd hebben van vorige transities en de slepende data en informatiemusical rondom de Omgevingswet.

Waarom? Omdat als we met elkaar allemaal wat bezuinigen en verduurzamen, er wellicht geen windmolen aan de horizon verschijnt. Hier mag best landelijke regie op zitten. Immers zijn er gebieden die zich veel beter lenen voor dergelijke bouwwerken en die gebieden overschrijden alle lokale en regionale grenzen.

Samen krijgen we de energietransitie onder controle, maar daarbij zijn betrouwbare en actuele gegevens op alle schaalniveaus cruciaal!

Afbeelding voor Alex van Doorn

Alex van Doorn

Volledige biografie