Ga door naar hoofdcontent
ArtikelenJansoniuslezing 2020: het Explokart wandkaartenproject

Jansoniuslezing 2020: het Explokart wandkaartenproject

Woensdag 1 april 2020Afbeelding Jansoniuslezing 2020: het Explokart wandkaartenproject

Op 17 januari 2020 werd in de Singelkerk in Amsterdam de jaarlijkse Jansoniuslezing gehouden, ditmaal door Paula van Gestel van het Explokart team. Zij doet samen met emeritus professor Günter Schilder onderzoek naar de Nederlandse wandkaartenproductie. Ze gaf 200 toehoorders een inblik in de manier waarop dit inventariserende onderzoeksproject is opgezet.

Allereerst moet vastgesteld worden wat nu een wandkaart is: wanneer noem je twee of meer met kaarten bedrukte, al of niet aan elkaar (of aan stokken) geplakte vellen papier een wandkaart? Het Explokart-team onderzoekt en inventariseert oude Nederlandse kaarten, maar waar leg je de grens in de tijd? En wat doe je met specifieke categorieën als rivierkaarten, polderkaarten, panorama’s of oorlogskaarten die ook op meerdere bladen gedrukt kunnen zijn en aan elkaar geplakt? Er werd gekozen voor algemene, ‘geografische’ wandkaarten, vervaardigd in ons land vóór 1850, waardoor de schoolwandkaarten die vanaf dat moment opkomen er buiten vallen. Er zit geen beperking in het afgebeelde gebied of in de schaal (stadskaarten zijn niet meegenomen): het kunnen wereldkaarten zijn, kaarten van continenten, van de Nederlanden of van Nederlandse provincies. En er kunnen al of niet decoratieve randen omheen zijn geplakt: allegorische voorstellingen of stadsgezichten.

Wandkaarten zijn stiefkinderen

Paula van Gestel (foto Reinder Storm).

Dan het inventariseren: het is de bedoeling dat van alle uitgegeven wandkaarten, beschrijvingen en afbeeldingen worden opgenomen in de inventaris. Maar van sommige wandkaarten weten we alleen, uit uitgeverscatalogi, boedelinventarissen of oude correspondentie, dat een bepaalde wandkaart heeft bestaan, en dat die inmiddels verloren moet zijn gegaan. Want – en dat blijkt ook altijd nog bij de huidige kaartverzamelingen – wandkaarten zijn de stiefkinderen van elke collectie omdat ze zo moeilijk zijn op te bergen. En als ze ergens uitgerold hangen, hebben ze te lijden van licht, rook en vocht, verkleuren en vervuilen ze, en worden dan maar al te makkelijk weggegooid. Het grootste deel van de in ons land vervaardigde wandkaarten bevindt zich nu in het buitenland, waar de omstandigheden voor het bewaren van dit materiaal blijkbaar beter waren. En een aantal wandkaarten is alleen bewaard gebleven omdat ze – al of niet in delen – in atlassen werden ingebonden. Twee bloeiperiodes Om het in het buitenland geconserveerde materiaal en de afbeeldingen te krijgen, vergt goede contacten en een grote administratieve vasthoudendheid dan wel reisbereidheid. Op het ogenblik staat er een ‘expeditie’ naar een Portugees kasteel op stapel, waar een aantal zeldzame Nederlandse wandkaarten is opgeslagen. Uit het onderzoek blijkt tot nu toe dat er in de wandkaartenproductie twee bloeiperiodes te onderscheiden zijn: de periode van 1590-1610 (met Willem Blaeu en Jodocus Hondius als belangrijkste kartografen) en die van 1660- 1700, van het uitgevershuis van Frederik de Wit. Tussen die twee periodes zijn er al opvallende verschillen: wandkaarten van na 1660 ogen zakelijker, hebben minder versieringen. Terwijl die uit de vroegere periode nog getuigen van de verwondering over de door de ontdekkingsreizen nieuw verworven kennis van de aarde; verbonden aan allerlei bijbelse of antieke voorstellingen. Geplakte sierranden Paula van Gestel ging tenslotte ook nog in op de productiewijze, het graveren van en het drukken vanaf de koperplaten, de montage, al dan niet op linnen. En de sierranden die er – op bestelling – omheen geplakt konden worden. Alleen de wijze van vervoer, naar de klanten op Duitse boekenmarkten of in Zuid-Europa, is nog niet duidelijk. De Jansoniuslezing vormt de jaarlijkse toogdag waarmee het Explokart-team zich aan de buitenwereld presenteert, vanuit het Allard Pierson, de nieuwe naam van de Bijzondere collecties van de Universiteit van Amsterdam. De middag werd dan ook geopend door dr. Marike van Roon, hoofdconservator van het Allard Pierson, dagvoorzitter was kaartenconservator Reinder Storm. Studenten van prof. Vannieuwenhuyze, hoogleraar historische kartografie, lieten zien hoe ze informatie over objecten uit de kaart van Amsterdam van Cornelis Anthonisz uit 1544 in een historisch GIS onderbrachten, ten behoeve van de digitale analyse.

Overzicht van de Nederlandse productie van wandkaarten van de wereld en de werelddelen (© Schilder en Van Gestel). De invloed van de hervatting van de vijandelijkheden na het 12-jarig bestand en na 1672 is duidelijk te zien.