Ga door naar hoofdcontent
ArtikelenKadaster 1832: bron voor HisGIS

Kadaster 1832: bron voor HisGIS

Vrijdag 26 maart 2021Afbeelding Kadaster 1832: bron voor HisGIS

Na mijn pensionering als adviseur geografische informatiesystemen (GIS) ben ik intensiever met mijn hobby geschiedschrijving aan de slag gegaan. Voor het landelijke project HisGIS (Historisch Geografisch Informatiesysteem, [1]) heb ik de eigendomsgegevens van enkele voormalige gemeenten gedigitaliseerd zoals vastgelegd in het Kadaster van 1832. Dit artikel geeft een beknopt beeld van hoe de kadastrale registratie in zijn werk ging en wat het resultaat was.

Om een historisch onderzoek te verrichten is een goede basis belangrijk. De beste basis die we hiervoor hebben zijn de registers van het Kadaster van 1832. Dit oudste kadaster is tot stand gekomen in een tijd dat het landschap nog niet aan voortdurende verandering onderhevig was. Voor 1832 lagen de meeste steden besloten binnen hun grachten en beperkte het land erbuiten zich tot wat in de middeleeuwen en de zeventiende eeuw was ontgonnen. De opname van 1832 omvat gegevens over 3 miljoen percelen en geeft daarom een goed beeld van Nederland voor de grootschalige ingrepen in het landschap. Hij vormt met zijn registergegevens tevens een geschikt vertrekpunt voor speurtochten terug in de tijd en naar het heden.

Belasting

Afbeelding 1. – Landmeter rond 1800. Bron [3]

Napoleon voerde in 1811 in Nederland het Kadaster in om op een uniforme wijze belasting te heffen op het bezit van onroerend goed. Er werd een begin gemaakt met de opmetingen van de eigendommen, maar na de val van Napoleon in 1813 lag het werk stil. Omdat ook onze nieuwe Koning Willem I zo’n belasting wilde heffen werden per koninklijk besluit in 1816 de werkzaamheden hervat. In 1832 werd de minister van Financiën gemachtigd om voor de grondbelasting uit te gaan van een volwaardig kadaster per 1 oktober 1832. In 1838 werd het Burgerlijk Wetboek ingevoerd. Er werden ‘bewaringen van hypotheken’ opgericht. Dit betekende dat alle eigendomsoverdrachten vanaf dat moment bij het kadaster ‘overgeschreven’ zijn. Sindsdien zijn de kadastrale leggers bijgehouden. Iedere eigenaar kreeg per kadastrale gemeente een artikel (nummer), waarop zijn eigendommen genoteerd staan [2].

Gemeente

Afbeelding 2. – Meetinstrument van de landmeter. Bron: [5]

Van 1811 tot 1832 heeft een groot aantal landmeters gewerkt aan het vastleggen van de eigendommen in Nederland. Eerst werd de begrenzing van een gemeente vastgesteld. De landmeter maakte met de burgemeester van de betrokken gemeente en enkele plaatselijke deskundigen een rondgang langs de gemeentegrens. De landmeter maakte daarvan een proces-verbaal op, waarin de loop van de grens werd beschreven. Deze proces-verbalen zijn nog aanwezig in de archieven.

Ten behoeve van het inmeten van de verschillende percelen werd per gemeente eerst een zelfstandig driehoeksnet geconstrueerd, met als nulpunt de belangrijkste kerktoren of een ander hoog punt. De verzamelde gegevens werden opgenomen in de registers van driehoeksmeting. De percelen werden gemeten met een meetketting. Die resultaten werden uitgetekend als minuutplans ofwel kadastrale kaarten. Per gemeente maakte de landmeter een verzamelblad, waarop hij de verdeling in secties aangaf. Elke sectie had een eigen letter en elk perceel kreeg een eigen nummer. Binnen elke volgende sectie begon men weer opnieuw met nummeren.

Percelen

Afbeelding 3. – De meetketting was 20 meter land en bestond uit 40 stukken ijzerdraad van 50 cm lang, die door ringen aan elkaar waren verbonden. Bron: [6].

Met behulp van de minuutplans werd de oppervlakte van de percelen berekend. Voor het vaststellen van de juiste eigenaren werd gebruikgemaakt van een door de gemeenten aangeleverde alfabetische naamlijst van eigenaars, meestal opgesteld aan de hand van verpondingsregisters. Eigenaars werden opgeroepen om hun eigendom te komen aanwijzen. Vervolgens legde de landmeter op volgorde van sectie en perceel een aanwijzend tableau (tabel) aan, waarin per perceel de naam van de eigenaar en de soort bebouwing werd aangegeven. Later werd hierin ook de oppervlakte aangetekend. Vervolgens kreeg iedere eigenaar een lijst van eigendommen thuis. De eigenaar moest deze ondertekend, eventueel voorzien van verbeteringen, weer indienen bij de landmeter. Soms gaf dat aanleiding tot een nieuwe meting. Terechte verbeteringen werden doorgevoerd in de naamlijsten en het tableau. De lijsten van eigendommen werden bewaard en later nog een tweede keer gebruikt ter informatie van de eigenaars, namelijk voor de kennisgeving van de vastgestelde belastingwaarde.

Belastbare opbrengst

Afbeelding 4. – Detail minuutplan Kethel-Dorp sectie A, blad 3. Bron: [8]

Na het opmeten van alle percelen en het vaststellen van de eigenaren volgde een ronde van indeling van de grond en de gebouwen in klassen en de schatting van de belastbare opbrengst per perceel. Met de hieruit verkregen informatie werden de definitieve registers aangelegd, de Oorspronkelijke Aanwijzende Tafels (OAT). Per gemeente, sectie en perceel werden hierin eigenaar, soort gebruik en bebouwing en de belastbare opbrengst aangetekend. De gegevens in de OAT werden officieel vastgesteld naar de toestand op 1 oktober 1832 en mochten daarna niet meer veranderd worden. De OAT was ingericht op sectie en kadastraal perceelnummer.

Kadastrale legger

Daarnaast werd een kadastrale legger aangelegd om in een oogopslag te kunnen zien welke bezittingen een bepaalde persoon binnen een gemeente had en hoeveel belasting hij dus zou moeten betalen. Deze legger wordt, heel verwarrend, ook wel perceelsgewijze legger genoemd, terwijl hij juist niet per perceel maar per eigenaar is geordend. In de kadastrale legger werd voor elke eigenaar een eigen bladzijde met nummer, artikel genaamd, ingericht, waarin per sectie werd aangegeven welke percelen op zijn naam stonden. Een niet meer geldige vermelding werd doorgestreept en nieuwe vermeldingen werden onder de bestaande opsomming op een nieuwe regel ingeschreven. In aparte kolommen werd verwezen naar de OAT en in geval van een verandering, bijvoorbeeld een koop of verkoop, was te zien van welk ander artikelnummer (de vorige eigenaar) het perceel afkomstig was of naar welk nummer het toe was gegaan. De in 1832 bekende eigenaren waren op alfabetische volgorde ingeschreven, maar dat was in de jaren daarna niet meer vol te houden. Voor in de leggers werden daarom alfabetische indexen op naam aangelegd.

Afbeelding 5 – Detail van een Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel (OAT). Bron: [8]

Van de OAT’s, de oorspronkelijke minuutplans en de leggers werden twee exemplaren opgemaakt; één voor het kantoor van de provinciale bewaring en één voor het kantoor van de bijzondere bewaring. Bovendien werden er kopieën ter beschikking gesteld aan de gemeentebesturen.

De originele minuutplans en OAT’s van een kadastrale gemeente zijn online te raadplegen. Kies op https://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/ voor ‘Bekijk alle beelden van: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed’. Zoek daarna op ‘Hoofdcollectie’ en kies de optie ‘Kadastrale kaarten’. De getoonde scans kunnen gedownload worden in JPG-formaat.

Afbeelding 6. Invoering metriek stelsel. Bron: [7]

Metriek stelsel

Van groot belang voor uniform meetwerk was de gebruikte meeteenheid. In de Napoleontische tijd vond de overgang plaats van oude naar nieuwe maten voor lengten (meter), gewichten (kilogram) en volumes (liter). Napoleon had in Frankrijk de meter in 1795 al ingevoerd, maar deze kort daarna weer afgeschaft. Het zou nog tot 1840 duren voor Frankrijk tot invoering overging. Nederland was het eerste land dat de meter definitief invoerde. In 1816 vaardigde Koning Willem I een wet uit waarmee in Nederland het Metriek Stelsel werd ingevoerd. Vanaf 1820 moest iedereen met de nieuwe maten rekenen. De bunder werd gelijk aan 10.000 vierkante meter ofwel een hectare, een vierkante roede werd 10 x 10 = 100 m² ofwel een are en een vierkante el werd 1 x 1 = 1 m² ofwel een centiare. In het nieuwe kadaster werd het metrieke stelsel gelijk ingevoerd, hoewel in de voorgedrukte OAT de afkortingen b., r. en e. nog werden gebruikt.

Referenties

  1. Projecten HisGIS, https://hisgis.nl/projecten/zuid-holland/
  2. https://kwartiervannijmegen.nl/het-kadaster/geschiedenis/
  3. Rosmalla, jrg. 25, 2015 nr.3, p.9
  4. Het Utrechts Archief, inv. 1294, Grondlegging van het kadaster (1812-1832)
  5. Stichting De Hollandse cirkel, https://images.app.goo.gl/TzXbZ2PeEdaUfkGk6
  6. B. Boonman, 2015: Oude maten en gewichten in Zeeland http://oudematenengewichten.nl/inhoud/
  7. Wikipedia, https://commons.wikimedia.org/wiki/

Auteurs

Afbeelding voor Ed Visser

Ed Visser

Ed was adviseur geo-informatie bij de gemeente Den Haag.

Volledige biografie