Ga door naar hoofdcontent
ArtikelenKristel Lammers directeur Nationaal Programma RES
'Informatie en data zijn noodzakelijk om afwegingen te maken en consequenties van keuzes in kaart te brengen'

Kristel Lammers directeur Nationaal Programma RES

Donderdag 1 oktober 2020Afbeelding Kristel Lammers directeur Nationaal Programma RES

De CO2-uitstoot met de helft terugbrengen in 2030. Dat is het centrale doel van het klimaatakkoord uit 2019. Het opstellen van de Regionale Energie Strategieën (RES) is één van de 600 afspraken daarin én een belangrijke. In 30 RES-regio’s onderzoeken overheden samen met maatschappelijke partners, netbeheerders en het bedrijfsleven wat er mogelijk is om over te stappen op duurzame energiebronnen. In dit proces worden inwoners zo veel mogelijk betrokken. Een complexe opgave waarin de vraag waar duurzame opwek plaats kan vinden van groot belang is. Geo-Info spreekt met de directeur van het Nationaal Programma RES Kristel Lammers over de energietransitie. En het belang van geo-informatie daarin.

Dertig Regionale Energie Strategieën die samen invulling geven aan de afspraken uit het Klimaatakkoord. Kun je vertellen wat een RES nu eigenlijk is en wat de regio’s moeten opleveren?

“De RES is een uitwerking van een aantal afspraken in het Klimaatakkoord, in het bijzonder de afspraken die zijn gemaakt aan de sectortafels Elektriciteit en Gebouwde omgeving. De RES beschrijft onder andere waar en hoe duurzame elektriciteit op land opgewekt kan worden, namelijk wind en zon. Ook gaat de RES over de warmtevraag in een regio en het aanbod van bovengemeentelijke warmtebronnen. De RES onderzoekt hoe het opwekken van duurzame energie past in de ruimte. Denk aan vragen als: hoe zorg je dat natuurgebieden behouden worden en wat zijn de effecten op de fysieke leefomgeving? Maar ook: hoe past het op het energienet en is er draagvlak bij inwoners en volksvertegenwoordigers voor de plannen? Om de opgave behapbaar te houden richt de RES zich op elektriciteit en de gebouwde omgeving. Maar sommige regio’s gaan al verder. Zo worden in de RES-regio Zeeland mobiliteit en industrie al meegenomen in de plannen. Wat de regio’s opleveren is een afgewogen en gedragen plan. Het gaat niet alleen om de cijfers.”

De landelijke opgave is 35 TWh duurzame elektriciteit op land. Hebben regio’s targets gekregen?

“Nee, daarvoor is niet gekozen. De bedoeling is dat regio’s zelf onderzoeken wat er mogelijk is. Wat hun bod is, zien we straks in de RES die zij indienen. Mocht de doelstelling niet worden gehaald, dan gaan de koepelorganisaties IPO, VNG en Unie van Waterschappen in gesprek met elkaar over hoe dan wel. Toch blijft het uitgangspunt dat het proces van onderop komt. Op grond van de openbare concept-RES’en zien we dat er veel ambitie is.”

 

Kristel is sinds 1 september 2019 de programmadirecteur van het Nationaal Programma Regionale Energie Strategieën (NP RES). Daarvoor was zij programmamanager Invoering Omgevingswet bij de VNG. Haar achtergrond is bestuurskunde en veranderkunde.

Het is nogal een opgave: ruimte voor duurzame opwek in beeld brengen, ander ruimtegebruik meewegen, netaansluitingen, draagvlak onder bewoners onderzoeken én het moet financieel haalbaar zijn. Wat is volgens jou het lastigste aspect?

“Lastig is dat niemand het geheel kan overzien, daarvoor is het te complex. Zo zien we in een aantal concept-RES’en bijvoorbeeld dat er een verschuiving in de zon-windverhouding is ten faveure van zon. Dit heeft effect op andere elementen zoals het energienet en op de kosten. Dit zal de komende periode in de regio’s één van de onderwerpen van gesprek zijn. Zo ontwikkelen de RES’en zich stapsgewijs. Op grond van nieuwe inzichten worden plannen aangepast. Dat vergt bestuurlijke moed en bereidheid om in gesprek te gaan én blijven over ambities en realiteit. Dat pakken de regio’s goed op.”

‘Er is een blijvende behoefte aan betrouwbare én beschikbare brondata, die eenduidig, vergelijkbaar en optelbaar is’

Welke knelpunten hoor je uit de praktijk bij het opstellen van de RES?

“Bij het opstellen van de RES’en lopen regio’s tegen verschillende knelpunten aan. Bijvoorbeeld beleid van de Rijksoverheid rondom radar of veiligheidscontouren en beschikbaarheid van het energienet. Ook matcht de SDE++ (Stimulering Duurzame Energieproductie, red. [1]) niet altijd met de meer kleinschalige ambities voor zon en wind die vaak vanuit inwoners en wijken afkomstig zijn. Zon op boerendaken is natuurlijk ideaal – groot oppervlak, geen visuele verstoring –, maar in het landelijke gebied is het energienet juist minder uitgebreid. Omdat er dan uitbreiding van het net nodig is, wordt aansluiting in die gebieden kostbaar.”

Wat is dan de rol van het Nationaal Programma RES?

“Ten eerste inventariseren we tegen welke knelpunten regio’s aan lopen. Daarnaast zorgen we ervoor dat et datze bespreekbaar worden gemaakt en waar mogelijk opgelost. Bijvoorbeeld door gesprekken te faciliteren tussen één of meerdere regio’s met de Rijksoverheid over specifieke knelpunten. Ook ondersteunen we met kennisproducten en in de manier van samenwerken. Het is voor iedereen een ontdekkingstocht en ik word blij van de verbindende rol die we als programma spelen. Het lukt om een gevoel van gezamenlijkheid en vertrouwen te creëren om over ingewikkelde onderwerpen te praten en samen stappen te kunnen zetten.”

Het programma ondersteunt de RES-regio’s met concrete producten zoals een handreiking voor het opstellen van een RES, analysekaarten en een pool van experts die ingeschakeld kunnen worden. De analysekaarten bieden een basisset open data over energiegebruik, -productie en infrastructuur van o.a. RVO, Klimaatmonitor, CBS en PBL. Hoe is hier gebruik van gemaakt?

“Juist in de beginfase is gretig gebruik gemaakt van de analysekaarten en de data om scenario’s door te rekenen. In de fase waar we nu zitten is naast actualisering van de kaarten en de bijbehorende data een doorontwikkeling nodig voor specifieke thema’s en toepassingen. Denk bijvoorbeeld aan de verdere uitwerking van de zoekgebieden. In de toekomst wil je dit structureel blijven aanbieden en is er in de regio’s een blijvende behoefte aan betrouwbare én beschikbare brondata, die eenduidig, vergelijkbaar en optelbaar is.”

In dit verband is het programma VIVET interessant (zie het artikel op pagina 38). VIVET bundelt krachten en data om gemeenten, RES-regio’s, provincies, netbeheerders en adviesbureaus te voorzien van betrouwbare en eenduidige informatie om goede plannen voor de energietransitie te maken en de uitvoering ervan te monitoren. Werken jullie samen met VIVET?

“Ja, VIVET is ontstaan uit die behoefte aan energiedata. Er is nu al heel veel data beschikbaar, rijp en groen door elkaar. Maar tegelijkertijd blijkt ook dat de energietransitie nieuwe informatiebehoeften met zich mee brengt. We lopen dus ook tegen allerlei lacunes en verbeterpunten aan. Dat kan je als een belemmering zien. Maar je moet ook ergens beginnen. Daarom hebben we voor de analysekaarten gewerkt met wat er beschikbaar is. Die slagen om de arm geven we ook aan. Juist door data te combineren en te gebruiken wordt het gedurende het proces betrouwbaarder en krijgen we steeds beter zicht op de nog ontbrekende schakels.”

Hoe kan de ‘data-wereld’ bijdragen?

“Naar voren stappen. Kennis delen, feedback geven en meedenken over hoe het beter kan. Op het vlak van data kan het altijd beter. De energietransitietrein gaat door. Daarom nodig ik de data- en GIS-specialisten van harte uit om mee te doen. Ook het in beeld brengen van data en scenario’s is van belang in dit traject.”

Waarmee zou je de analysekaarten verder mee willen uitbreiden?

“Naast meer actuele en specifieke data zou ik de zogeheten ‘zachte’ belemmeringen toevoegen vanuit de praktijk. Ik doel daarmee op de belemmeringen, die voortkomen uit specifiek beleid van provincies, gemeenten en waterschappen. En daarnaast bijvoorbeeld meer informatie over de kosten die het met zich meebrengt. Dan wordt het beeld nog completer en nog beter bruikbaar voor de regio’s.”

‘Wat de regio’s opleveren is een afgewogen en gedragen plan. Het gaat niet alleen om de cijfers’

1 oktober moeten de concept-RES’en zijn opgeleverd. De meeste voorlopige concept-RES’en zijn inmiddels al openbaar. Met een regionale aanpak zie je vast verschillen tussen de plannen.

“Je ziet de regionale cultuur duidelijk terug in de RES. Bijvoorbeeld welke waarden worden benoemd, de manier waarop regio’s maatschappelijke organisaties, inwoners en ondernemers hebben betrokken, en of een regio juist landschappelijk of stedelijk is. In de regio Noord- Veluwe zijn veel Natura 2000 gebieden, wat een belemmering kan vormen voor het plaatsen van windmolens en zonnepanelen. In de regio Rotterdam spelen weer heel andere opgaven, zoals woningbouw. Het is dan belangrijk dat kansen worden benut door koppelingen te maken met andere opgaven in dat gebied. Informatie en data zijn noodzakelijk om zulke afwegingen te kunnen maken en de consequenties van keuzes in kaart te brengen. Hier ligt een grote kans voor de geoinformatiesector. Tegelijkertijd, door bestuurders en inwoners te betrekken zullen ook op andere gronden afwegingen gemaakt worden. Maar, inzicht geven in de technische mogelijkheden vormt een onmisbare basis voor het gesprek.”

En dan gaat het PBL doorrekenen.

“Ja, het PBL kijkt naar de rode draden in de RES’en en de samenhang tussen de opgave van 35 TWh, maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak, ruimtelijke inpassing en de inpassing op het energiesysteem. PBL kijkt ook naar mogelijke belemmeringen in de uitvoering en regelgeving. Tenslotte kijken ze naar financiële haalbaarheid en of de ambities in de tijd te realiseren zijn.”

Eén RES voor Nederland?

“We hebben geleerd dat een aanpak voor heel Nederland niet werkt. De top-downaanpak riep weerstand op tegen de plaatsing van windmolenparken. Juist daarom is gekozen voor een regionale aanpak, waarbij je recht kunt doen aan regionale verschillen. Landelijk kunnen we de 30 regio’s ondersteunen, maar uiteindelijk vormen de regio’s samen één groot en robuust netwerk die met elkaar de optelsom voor Nederland zijn.”

Referentie

Meer informatie

Afbeelding voor Sytske Postma

Sytske Postma

Volledige biografie