Ga door naar hoofdcontent
ArtikelenLandmeetkundige bijhouding BRK

Landmeetkundige bijhouding BRK

Maandag 1 juni 2020Afbeelding Landmeetkundige bijhouding BRK

Het Kadaster is al sinds 1832 een vertrouwd begrip in Nederland. Elke landmeter of geo-professional heeft wel de Handleiding Technische werkzaamheden van het Kadaster, ofwel HTW, in de boekenkast staan. En elke Nederlander kent de kadastrale kaart. Het Kadaster is sinds de officiële oprichting uitgegroeid tot een van de grootste geowerkgevers van Nederland.

Het Kadaster heeft in de loop der jaren, onder meer door de overname van de Topografische Dienst, een zeer breed dienstenaanbod ontwikkeld. Hierbij kun je denken aan het beheer van topografische kaarten, het beheer van vele basisregistraties en landelijke voorzieningen en de informatieverstrekking rond kabels en leidingen. Het voert wat ver om al deze taken nu te behandelen. In dit landmeetkundige nummer van Geo-info wil ik er daarom een hoofdproces uitlichten. Dit zijn de inwinprocessen rond één van de twee basisregistraties waarvoor het Kadaster bronhouder is, namelijk de Basisregistratie Kadaster (BRK).

De BasisRegistratie Kadaster

De BRK wordt bijgehouden door twee afdelingen. Rechtszekerheid, die zich bezighoudt met het inschrijven van akten en het opslaan van de juridische kerngegevens in de kadastrale registratie. En landmeten, die de nieuwe, door splitsing van percelen ontstane grenzen vastleggen in veldwerk en de kadastrale kaart (ook wel BRK-geo genoemd). Hoewel de werkzaamheden van landmeters natuurlijk niet direct juridisch van aard zijn, hebben deze werkzaamheden er wel mee te maken, doordat de BRK een basisregistratie is waar ook rechtszekerheid van eigenaren van onroerend goed in wordt geregeld.

Het Kadastrale landmeetkundige bedrijf is een groot organisatieonderdeel en misschien ook wel de grootste werkgever voor landmeters in Nederland. Dit geldt zeker als je ook de ingenieursbureaus meetelt die meewerken aan het bijhouden van de kadastrale kaart. Het Kadaster zelf heeft ruim 250 landmeters in vaste dienst en ook een eigen meerjarig opleidingsprogramma om landmeters de fijne kneepjes van het kadastrale vak bij te brengen.

Verschillende producten Kadaster

Afbeelding 1 – Uitsnede veldwerk uit de 19e eeuw.

Het Kadaster levert een aantal verschillende producten die verband houden met de kadastrale kaart. De producten waar het meeste landmeetkundige werk mee gemoeid is, zijn splitsingen, verificaties en reconstructies.

Splitsing

Splitsingen worden ook wel ‘splitsingen vooraf’ genoemd, omdat er (nog) geen sprake is van een overdracht ten tijde van de inmeetwerkzaamheden. Een splitsing heeft vaak als doel om het afgesplitste deel los te verkopen. Een veelgehoord voorbeeld is de verkoop van snippergroen van gemeenten aan particulieren. In dit geval is er een belanghebbende die aanwijs kan verrichten, namelijk de eigenaar van het perceel dat gesplitst wordt. Het is bij een splitsing natuurlijk wel handig om als eigenaar de koper van het stuk grond dat je afsplitst, te betrekken. Dit is echter niet verplicht.

Afbeelding 2 – Twee onderdelen BRK.

Verificatie

Bij een verificatiepost gaat het om het inwinnen van nieuwe kadastrale grenzen. Dit proces heet verificatie omdat er, anders dan bij splitsingen, eerst een overdracht plaatsvindt bij de notaris alvorens de percelen door de landmeter worden ingemeten. De landmeter verifieert de door de notaris aangegeven voorlopige grenzen. Daarbij hoeven de nieuw te vormen percelen nog niet de gebruiksgrenzen te weerspiegelen, zolang ze eenduidig gemarkeerd zijn. Bij verificatie is altijd sprake van meerdere belanghebbenden. Dit kan een vervreemder en een verkrijger zijn, maar vaker nog gaat het om een situatie waarbij er geen onderdeel van een perceel bij de oude eigenaar blijft. Je kunt hierbij denken aan nieuwbouwprojecten waarbij agrarische percelen komen te vervallen en particuliere kavels worden gecreëerd. Bij dit soort verificatieposten zijn er zeer veel belanghebbenden die de nieuw te vormen percelen eensluidend moeten aanwijzen.

Reconstructie

Reconstructie is het proces waarbij een bestaande kadastrale grens opnieuw zichtbaar gemaakt wordt in het terrein. Dit is eigenlijk het klassieke ‘rijdende rechter scenario’ waarbij doorgaans een duidelijk vermoeden bestaat dat de gebruiksgrens niet in lijn is met de kadastrale grenzen. Bij een reconstructie wordt er nooit simpelweg uitgegaan van de kadastrale kaart, maar wordt er altijd onderzoek gedaan in de archieven van het Kadaster. Oude veldwerken, meetpunten en vereffeningsresultaten worden gebruikt om een uitzetbestand te creëren dat in lijn is met de inmeting die is verricht tijdens het creëren van de percelen. Als dit onderzoek afgerond is, kan de landmeter de grens eenduidig zichtbaar maken in het terrein en aanwijzen aan de betrokkenen.

Afbeelding 3 – Splitsing van een perceel.

Werkproces landmeter

Nu we de producten die met landmeetkundige ondersteuning tot stand komen helder hebben, zoomen we wat verder in op het proces dat de landmeter doorloopt bij de totstandkoming van de producten. Details daargelaten, zijn er maar twee workflows te onderscheiden. Eén workflow betreft de totstandkoming van een nieuw perceel. Deze wordt gebruikt voor splitsingen en verificatieposten. Een tweede workflow is voor reconstructie.

Werkproces bij het ontstaan van een nieuw perceel

Het proces start bij een splitsingsverzoek of een overdracht van een nog niet ingemeten perceel bij een notaris. Het eerste wat een landmeter doet, is de belanghebbenden vragen om aanwijs te geven. Het verschil tussen aanwijs bij een splitsing en bij een verificatie is slechts het aantal belanghebbenden. Bij een splitsing volstaat de eigenaar van het te splitsen perceel, bij een verificatie gaat het om meerdere belanghebbenden. Bij aanwijs is het vooral belangrijk dat alle belanghebbenden eensluidend aangeven waar de nieuw te vormen grens moet komen. Deze moet ook zichtbaar gemaakt worden in het terrein. Nadat de verschillende belanghebbenden de aanwijs eensluidend hebben verzorgd, kan de landmeter gaan inmeten. Het doel van inmeten is te komen tot een geodetische beschrijving van de grens en de omgeving. Het meten valt uiteen in de processtappen inmeten en berekening. Bij het inmeten wordt de aangewezen grens in samenhang met objecten in de omgeving ingemeten. Deze samenhang is belangrijk omdat de grens moet kunnen worden ingewerkt in de BRK, en op een later tijdstip bij bijvoorbeeld een grensconflict reconstrueerbaar moet zijn. Na de inmeting volgt de berekeningsstap. Hierbij gaat het Kadaster uit van de geodetische principes uit de HTW-96. Dit betekent dat elke meting met voldoende redundantie wordt ingewonnen en vereffend volgens de Delftse School.

De resultaten van de aanwijs, de metingen en de berekening worden vastgelegd in het Relaas van Bevindingen (veldwerk). Hier staat alles in wat voor de juridische vastlegging noodzakelijk is, en bevat alle informatie voor een reconstructie in later stadium. De laatste stap die de landmeter doorloopt is die van perceelvorming en groottebepaling. De vereffende resultaten worden uit de meting verwerkt in de kadastrale kaart. De grootte wordt apart vastgesteld en vastgelegd in de BRK. Werkproces bij reconstructie bestaand perceel Als er een verzoek tot reconstructie binnenkomt, zal eerst vooronderzoek gedaan moeten worden naar alle informatie die te vinden is over de te reconstrueren grens. Hierbij is niet de kadastrale kaart, maar het ontstaansveldwerk leidend. Dit veldwerk bevat de originele inmeting van de grens, alsmede enkele topografische objecten die de context van de grens aangeven. Als de omgeving niet teveel veranderd is, kan de landmeter dit ontstaansveldwerk, maar ook andere informatie uit het relaas van bevindingen gebruiken om te komen tot een uitzetbestand waarmee de grens in het veld gereconstrueerd kan worden. De landmeter maakt hierbij gebruik van de kwaliteitsinformatie van de originele metingen die uit het archiefonderzoek naar voren is gekomen.

Afbeelding 4 – Werkproces landmeter.

Met het uitzetbestand in het veldboek heeft de landmeter alle informatie om de reconstructie te uit te voeren. De landmeter gaat naar de locatie van de grens, doet terreinonderzoek en zet de grens uit. De hierop volgende aanwijs is voor opdrachtgevers het spannendste moment. De grens zoals deze ooit is ingewonnen, wordt eenduidig gecommuniceerd. De landmeter heeft hier zowel de rol als bemiddelaar als die van een onafhankelijke expert. Net als bij splitsingen en verificatie wordt het reconstructieproces afgesloten met de stap meten en berekenen. Het zou immers zonde zijn om de nieuwe meting inclusief nieuwe topografische objecten rondom de grens niet op te nemen in de kadastrale archieven. Het relaas van bevindingen bij reconstructie is nog uitgebreider dan bij het vastleggen van een nieuwe grens. Dit is vooral doordat er ook kwaliteitsbeschrijvingen van de voorbereiding en de uitzet opgenomen moeten worden.

Ingewikkeld en boeiend

Het bijhouden van de BRK is een volledig zelfstandig systeem van activiteiten die allemaal zijn ondergebracht bij een en dezelfde organisatie. Dit maakt het werken bij het Kadaster zowel ingewikkeld als boeiend. Binnen dit systeem is de landmeter van oudsher, en nu nog steeds, een kernactor. Het Kadaster is daarmee één van de weinige organisaties waar het landmeten als primaire taak kan worden gezien.

Auteurs