Ga door naar hoofdcontent
ArtikelenLevert GIS energie op voor de energietransitie?

Levert GIS energie op voor de energietransitie?

Donderdag 1 oktober 2020Afbeelding Levert GIS energie op voor de energietransitie?

Om de energietransitie te kunnen realiseren is het gebruik van GIS en geo-informatie belangrijk bij de gemeente Haarlemmermeer. Dit gebruik heeft zich de afgelopen maanden flink ontwikkeld. Van het kunnen raadplegen van ruimtelijke informatie tot aan de meer complexe ruimtelijke vragen. Zoals hoe kunnen we de energietransitie de komende jaren goed kunnen monitoren en bijsturen?

Kort door de bocht is de energietransitie de omschakeling van fossiele brandstoffen (olie, aardgas en steenkolen) naar duurzame energie (zon, wind en aardwarmte). Deze transitie zullen we met z’n allen moeten realiseren. Gemeenten hebben een belangrijke rol binnen de transitie. Ze stimuleren en organiseren in afstemming met vele partners onderdelen van de transitie binnen hun gemeente. Binnen de gemeente Haarlemmermeer is een groot aantal mensen bezig met de energietransitie vanuit een programmatische aanpak. Met team Energietransitie wordt er gewerkt aan: betrokkenheid, lokale productie van duurzame energie, energie infrastructuur, energiegebruik en fossielvrij, de Regionale Energie Strategie, de warmtevisie, Stedelijk Programmeren, communicatie en monitoring.

Niet meer praten over plaatjes

Als gemeente zijn we al aantal jaren bezig met duurzaamheid en de energietransitie. Voordat de energietransitie vanuit de landelijke overheid verplicht werd, hadden we bij de gemeente Haarlemmermeer al Programma Haarlemmermeer Duurzaam 2015-2018. In 2019 is Programma Energietransitie Haarlemmermeer vastgesteld en is het programmateam van start gegaan. In het begin van de energietransitie was het belangrijk om te weten wat de uitgangssituatie is: waar sta je en wat is dus de lokale opgave? Daarvoor is het belangrijk om alle informatie en data in beeld te krijgen en te kunnen raadplegen.

Zo zijn er vele rapporten, studies en GIS-viewers beschikbaar. In eerste instantie allemaal los beschikbaar. Hierdoor ontstond vanuit het team de behoefte om de beschikbare data en informatie centraal beschikbaar te krijgen. En deze vraag ging verder dan alleen alle documenten en data gemeenschappelijk op te slaan in SharePoint. Er is in 2019 veel werk verzet om de energie-gerelateerde gegevens voor het team beschikbaar te maken in de GIS-viewer. Bij de gemeente Haarlemmermeer werd de GIS-viewer Geoweb geïmplementeerd en konden wij als team Energietransitie mooi aansluiten bij deze ontwikkeling. Technisch gezien zijn we daarbij goed ondersteund door de functionele beheerders van de GIS-viewer. Als team Energietransitie hebben we door veel gebruik te maken van de GIS-viewer een mooie ontwikkeling doorgemaakt; want je praat niet meer over kaartjes, maar over data en de geografische presentatie daarvan. Dit is nu goed terug te zien bij het verstrekken van onderzoeksopdrachten. We willen nu niet enkel meer een rapport, maar ook de onderliggende (geografische) data, zodat we de resultaten beschikbaar kunnen maken in Geoweb.

Figuur 1 – Energietransitieviewer.

Groei gebruik geo-informatie

Na het beschikbaar maken van de gegevens in een centrale GIS-viewer was het mooi om te zien dat de volgende stap op het gebied van ruimtelijke informatie ook werd gezet: het combineren van al die verschillende onderzoeken en data. Duidelijk een stap van data naar informatie. En dan is het goed om te zien dat het begint met kleine vragen die snel groeien naar complexere vragen. In eerste instantie waren we vooral intern bezig met data beschikbaar maken en visualiseren, maar omdat de energietransitie een opgave is die je met vele partners doet, groeit het gebruik van geoinformatie ook hier.

Zo zijn we met verschillende partners begonnen met Stedelijk Programmeren. Kort gezegd is dat het afstemmen van werkzaamheden en de planningen in de openbare ruimte tussen de verschillende grondroerders zoals de gemeente, het waterleidingbedrijf en de netbeheerder. Partners in dit geval zijn drinkwaterbedrijf PWN, netwerkbeheerder Alliander en waterschap Rijnland. Natuurlijk wordt er al onderling afgestemd, maar we willen dit graag nog beter doen. Met het Stedelijk Programmeren maken we werk met werk en om te komen tot de laagste maatschappelijk kosten voor beheer en onderhoud van gemeenschappelijke assets. Hiervoor wordt er digitaal ruimtelijk informatie met elkaar gedeeld over de (onderhoud) status van de verschillende assets. De planning voor de vervanging van de assets die in de grond liggen is hierbij het belangrijkst. Het mooie is dat er nu met de verschillende partijen goede gesprekken plaatsvinden over bijvoorbeeld: welke wijk kunnen we op proef aardgasvrij maken? Hierbij wordt veel ruimtelijke informatie gebruikt zoals CBS-gegevens, assetgegevens, energielabels, woningbezit, energieverbruik etc. Allemaal gepresenteerd als geo-informatie, waarbij de inhoudelijke deskundigen zich niet bezighouden met GIS, geo-ICT of geo-informatie, maar het zien als data en informatie waarmee ze hun werk (beter) kunnen doen.

Veelzijdigheid van gebruik geo-informatie

En dat is erg belangrijk voor het gebruik van GIS en geo-informatie. Door het team Energietransitie te ontzorgen op het gebied van datagebruik en (geo-)informatie zie je de ontwikkeling van statisch rapport, naar analoge kaart, naar GIS-viewer, naar GIS-analyse. Een ontwikkeling die snel gaat. Dit zonder cursussen, opleidingen of webinars. Geen verplichting maar vanuit intrinsieke motivatie. Bij het realiseren van alle plannen is de communicatie met bedrijven en inwoners een belangrijke activiteit. Hoe krijg je ze mee in de transitie? Naast de zogenoemde participatieavonden maken we ook gebruik van geo-informatie.

Een onderzoeksbureau heeft namelijk gekeken naar de meest voorkomende type huishoudens/ persoonlijkheden per wijk. Denk hierbij aan de early adopters, (slimme) volgers, doe-het-zelvers en ontzorgden. Middels een statisch ruimtelijk model berekenen ze dus wat voor type mensen er in een wijk wonen. Als gemeente kunnen we daarmee rekening houden. Bijvoorbeeld met de warmtevisie. Een wijk met voornamelijk slimme volgers als eerste doen, is misschien niet het handigste. Of hoe en op welke manier je communiceert over de plannen voor de energietransitie. Eveneens kun je nadenken in hoeverre mensen wel of niet graag geheel ontzorgd worden bij het aardgasvrij maken van woningen.

Ik merkte bij sommige collega’s wel enige scepsis. Of dit komt omdat het onduidelijk is welke data er allemaal ten grondslag ligt aan de analyse, welke aannames er gedaan zijn of dat het niet hun eigen voorkeurstijl is en ze daarmee uit hun comfortzone komen, is me nog niet helemaal duidelijk. Ik vond het in ieder geval erg waardevol om op deze manier het gesprek met elkaar te voeren. Uitgaande van ruimtelijke informatie, gebaseerd op data is het toch anders praten dan enkel op onderbuikgevoel.

Wat zijn nu de uitdagingen voor de komende tijd?

Zoals ik al schreef zie ik een aantal vragen van de collega’s bij het Energietransitie team groeien. Daarbij worden de vragen ook steeds complexer en komt er steeds meer data beschikbaar voor de energietransitie.

Het resultaat is dat we dus van data verzamelen nu steeds meer in gesprek gaan over databeheer. Zijn onderzoeksgegevens nog actueel? Kunnen we actuelere en nauwkeurige gegevens krijgen? Kunnen we analyses automatiseren zodat we regelmatig updates krijgen? Dit zijn zomaar een paar vragen die afgelopen maanden gesteld zijn. Ook wordt het nu wenselijk om het datalandschap met betrekking tot de data van de energietransitie goed in beeld te gaan brengen en er met elkaar afspraken over te gaan maken als team. En als we regelmatig data-updates krijgen dan is het natuurlijk een kleine stap naar monitoring. Tijdens Haarlemmermeer Duurzaam zijn we al druk geweest met monitoring. Met de energietransitie en de beschikbaarheid van steeds meer (geografische) data zijn we weer extra inzet aan het doen op het gebied van monitoring. We willen weten wat de ontwikkelingen zijn en ook of er gebeurt wat we verwachten en gepland hebben. Naast de vraag wat je dan precies wil monitoren komt dan ook de vraag hoe je dat dan wilt monitoren en presenteren. En dit geeft ons de mogelijkheid om straks echt data gedreven te gaan werken en te gaan bijsturen waar nodig aan de hand van actuele betrouwbare geografische gegevens.

Bij de gemeente Haarlemmermeer wordt op dit moment de GIS-omgeving flink geüpdatet. De verwachting is dat we komende maanden echt een GIS-platform ontwikkelen waarbij geo-informatie beschikbaar komt in de GIS-viewer, maar ook dat medewerkers uitgebreide GIS-analyses kunnen gaan doen met de gegevens in ArcGIS. Tegelijk met de update kunnen we beveiligde webservices gaan ontvangen en serveren. Dit maakt het mogelijk dat we nog beter kunnen gaan samenwerken met onze partners door het automatisch uitwisselen van data. Daarbij biedt dit ook mogelijkheid om nog beter met de inwoners te gaan communiceren over wat de plannen zijn.

Wel merk ik dat het niet enkel gaat om het technisch mogelijk maken. Bij deze ontwikkelingen zie je dat er ook veel tijd en aandacht gaat naar het maken van afspraken over gebruik van elkaars data. Denk hierbij aan vertrouwelijkheid en veiligheid. Niet alle gegevens zijn geschikt voor open data en soms speelt het gevoel van het niet hebben van controle bij het automatisch uitwisselen van gegevens ook mee. Het eenmalig bewust uitwisselen geeft bij sommigen een zekerder gevoel. Hier ligt voor ons als GIS-specialisten ook zeker een uitdaging om mensen die niet werkzaam zijn in het (geo-ICT) vakgebied mee te nemen in ontwikkelingen en mogelijkheden. Al met al merk ik dat het werken met geo-informatie mij en mijn collega’s veel energie oplevert om de energietransitie tot een succes te maken.

Afbeelding voor Marco Boogaard

Marco Boogaard

Volledige biografie