Ga door naar hoofdcontent
ArtikelenOntstaan hoogtebestanden Nederlandse maaiveld

Ontstaan hoogtebestanden Nederlandse maaiveld

Dinsdag 1 december 2020Afbeelding Ontstaan hoogtebestanden Nederlandse maaiveld

In Geo-Info 2020-2 en Geo-Info 2020-3 verschenen twee artikelen over AHN4 en de voorlopers daarvan: TOPhoogteMD en AHN1. In diezelfde periode kreeg Geodelta de vraag van Rijkwaterstaat om de kwaliteit van AHN4 te onderzoeken. Goede redenen om terug te gaan naar het ontstaan van de hoogtebestanden van het Nederlandse maaiveld. Daarbij past het in de doelstelling van de stichting De Hollandse Cirkel om de geschiedenis vast te leggen. Een goede bron daarvoor is de Rijkswaterstaat-publicatie 59 ‘Uitgemeten en uitgetekend’ [1].

GIN-partner Stichting De Hollandse Cirkel (DHC) heeft een depot met onder andere een grote instrumentencollectie en een dito verzameling boeken aan de Kanaalweg 4 (KW4) in Delft. De Kanaalweg was jarenlang de bakermat van de Geodesie in Nederland. Het gebouw stamt uit 1895 en heeft onder andere als gebruikers gehad: de Rijkscommissie voor de Geodesie, de Rijksdriehoekmeting en het NAP, de faculteit der Geodesie, Techniek Museum, Meetkundige Dienst (MD) van Rijkswaterstaat en de stichting Duwo (studentenhuisvesting).

Jan Muns, chef Hoogtekaart bij MD RWS, achter een tafelstereoscoop.

Recentelijk is de firma Geodelta op de tweede verdieping gekomen. Geodelta ontwikkelt geodetische software en geeft advies op het gebied van geodesie, fotogrammetrie en laserscanning. Zij gaven ons een rondleiding en lieten o.a. zien wat er tegenwoordig met 3D-data allemaal mogelijk is. Directeur Martin Kodde vertelde ons dat zij van Rijkswaterstaat (RWS) opdracht hebben gekregen om de kwaliteit van AHN4 te onderzoeken. Het AHN4 heeft 10 punten per vierkante meter, ofwel zo’n 100.000 punten per ha, terwijl de Hoogtekaart van Nederland in de tweede helft van de 20e eeuw werd opgebouwd in de meeste gebieden met 1 punt per ha, afgerond op dm.

De analoge hoogtekaart

In 1951 werd de Commissie Landbouwwaterhuishouding van Nederland (COLN/TNO) opgericht. Zij inventariseerde de diepte en de beweging van de grondwaterstanden, wat leidde tot twee nieuwe kartografische producten namelijk de Hoogtekaart en de Grondwaterkaart. De bepaling van de hoogte van het maaiveld was van belang om de relatie tussen grondwater en agrarische opbrengst te kunnen analyseren. De Algemene Dienst (AD) van Rijkswaterstaat (RWS) nam voor dit doel de taak op zich om de Hoogtekaart te vervaardigen. In 1952 werden hiervoor door TNO twee tekenaars in dienst genomen, de supervisie bleef bij de AD. De tekenaars gaven voor elke provincie op een (topografische) kaart op schaal 1:10.000 aan voor welke gebieden hoogtegegevens aanwezig waren. De inventarisatie werd verder met eigen aantekeningen aangevuld met gebruikmaking van Amerikaanse stafkaarten 1:25.000 als ondergrond. Hiervan werden calques gemaakt op schaal 1:10.000.

De hoogtegegevens waren afkomstig van diverse instanties, waaronder de Topografische Dienst van het ministerie van Defensie. Helaas bleek de kwaliteit erg uiteen te lopen, zowel in nauwkeurigheid als in de dichtheid. Er ontstond uiteindelijk een kaart 1:10.000 waarvoor nog heel veel werkzaamheden moesten worden verricht. Hiervoor werden ingeschakeld de Rijkscultuurconsulent, COLN, deskundigen van de provincies en de Cultuurtechnische Dienst. De uiteindelijke kaartbladen totaal ruim 650, zijn het best te beschouwen als de eerste Landsdekkende Hoogtekaart van Nederland (inclusief de nodige beperkingen qua kwaliteit en dichtheid). De latere versie van de Hoogtekaart kwam tot stand onder leiding van de Topografische Dienst van Defensie en van de Meetkundige Dienst (MD) van de Rijkswaterstaat.

Chef Hoogtekaart

In 1963 werd J. Muns benoemd als chef van de Hoogtekaart van Nederland. De basis was de topografische kaart 1:10.000 en 1 hoogtepunt afgerond op dm per ha. De inwinning geschiedde onder andere door het rayon waterpassing onder leiding van Van der Houven. Het gros van de inwinning gebeurde door vlaktewaterpassing met 1 punt per ha. Indien mogelijk werd gebruik gemaakt van fotogrammetrische opnames in geaccidenteerde gebieden. Op de Veluwe werd gebruik gemaakt van barometrische hoogtemeting, omdat daar fotogrammetrische opname van het maaiveld vanwege de begroeiing niet mogelijk was net zo min als vlaktewaterpassing.

Maar Jan Muns ging ook vaak zelf, samen met zijn vrouw, op dienstreis met eigen auto om hoogtegegevens los te praten bij gemeentes, waterschappen en provincies. Toen Muns in 1979 met pensioen ging, was de Hoogtekaart vrijwel gereed en werd deze taak ondergebracht bij de afdeling NAP met Joop te Pas als projectleider. Voor de afronding en bijhouding begin jaren tachtig was veel minder personeel nodig zowel op kantoor als in het veld.

Ondertekening contract digitalisering Hoogtekaart door de hoofdingenieur-directeur van de MD dhr. Olierook en de directeur TDN dhr. Geudeke.

Eerste digitale hoogtekaart

Begin jaren negentig werd in gezamenlijk overleg tussen de Topografische Dienst (TDN) en de Meetkundige Dienst van de Rijkswaterstaat (MD) besloten tot digitalisering van de analoge hoogtekaart, wat ook inhield dat de handmatige bijhouding kon worden afgerond. Deze digitalisering vond plaats bij de afdeling Thematische Cartografie met projectleider Wisse van de Guchte.

Dit besluit tussen de TDN en de MD leidde dus tot de totstandkoming van de eerste digitale landsdekkende hoogtekaart genaamd TOPhoogteMD. Toen het werk al een paar maanden was gestart werd pas in december 1993 het contract tussen de twee overheidsdiensten ondertekend in Den Haag bij de hoofddirectie van Rijkswaterstaat.

Figuur 1 – Afgeleide hoogtekaart uit TOPhoogteMD.

Het eigenlijke digitaliseerwerk werd uitbesteed bij een bedrijf in Hongarije, namelijk de firma Geometria in Boedapest. Met duidelijke afspraken en intensief contact zijn de werkzaamheden daar halverwege 1993 gestart. Ongeveer half 1994 is de registratie van alle hoogtepunten, en wel 1 punt per ha, in x, y en z, afgerond. Het resultaat van die ruim 650 bladen schaal 1:10.000 was een bestand van 3,8 miljoen hoogtepunten. Dat komt dus neer op ongeveer 6.250 punten per hoogtekaartblad dat uitsluitend land bevat. Maar veel kaartbladen bevatten kleine of grote delen van de Noordzee, Waddenzee, IJsselmeer, rivieren en zeearmen en de landsgrenzen met België en Duitsland. Dan kom je op gemiddeld 5.800 punten per kaartblad [2].

Van TOPhoogteMD is een ander bestand afgeleid, te weten TOPhoogteMDkmgrid (een denkbeeldig netwerk van vierkante kilometers). Hierbij is dus een grid c.q. netwerk met een grootte van 1 bij 1 km per cel over Nederland geprojecteerd. Per gridcel zijn de gemiddelde hoogte, minimale en maximale hoogte en het aantal hoogtepunten per gridcel bepaald. Aldus kon een hoogtekaart van Nederland met verschillende hoogteintervallen worden geproduceerd.

TOPhoogteMD werd door RWS-MD als los bestand of samen met het ook landsdekkende Waterstaatkundig Informatie Systeem (WIS) tegen betaling aangeboden. TOPhoogteMD was voor de individuele waterschappen vaak wat minder interessant. Deze beschikten vaak zelf over eigen hoogtegegevens voor dijk- en peilbeheer. Maar voor organisaties die zochten naar een uniform, betrouwbaar en landsdekkend bestand, was TOPhoogteMD wel interessant. Zo waren TNO, Rijkswaterstaat en andere rijksdiensten als bij voorbeeld de Topografische Dienst en nog heel beperkt commerciële partijen afnemers van TOPhoogteMD.

Misschien is dat wel de belangrijkste meerwaarde van TOPhoogteMD en haar voorgangers geweest: het streven naar, centraal beheerde uniforme, landsdekkende en betrouwbare maaiveldhoogte-informatie voor beleid en beheer op gebieden als bodemgebruik, waterhuishouding en bescherming tegen hoog buitenwater. Iets waar nu met AHN4 een nieuw vervolg aan wordt gegeven!

Tweede digitale hoogtekaart, het AHN1

Voortschrijdende technieken maakten het eind jaren negentig mogelijk om hoogtegegevens te verkrijgen uit fotogrammetrische beeldparen. Deze zogenaamde laseraltimetrie werd o.a. ten behoeve van een vernieuwd hoogtebestand toegepast door de MD. Zie hiervoor de reactie van Wilbert Wouters in Geo-Info 2020-3.

Met dank aan Adri den Boer, Joop te Pas en Wilbert Wouters.

Referenties

  1. RWS-publicatie 59 ‘Uitgemeten en uitgetekend’ van H.C. Toussaint, 1998
  2. Kartografisch Tijdschrift 1997-XXIII-1, WIS en TOPhoogteMD, twee landsdekkende bestanden van de Meetkundige Dienst, W. van de Guchte.

Het AHN congres op 8 september is geannuleerd vanwege coronamaatregelen. Het zou deel uit maken van de Waterinfodag, die ook geannuleerd is. Het AHN-congres vindt in 2021 plaats, een datum is nog niet bekend

Afbeelding voor Wim van Beusekom

Wim van Beusekom

Volledige biografie
Afbeelding voor Wisse van de Guchte

Wisse van de Guchte

Volledige biografie