Ga door naar hoofdcontent
ArtikelenRichting een verbeterde evaluatie van subnationale initiatieven die tropische ontbossing verminderen

Richting een verbeterde evaluatie van subnationale initiatieven die tropische ontbossing verminderen

Woensdag 1 april 2020Afbeelding Richting een verbeterde evaluatie van subnationale initiatieven die tropische ontbossing verminderen

Oorspronkelijke titel van de PhD Thesis: ‘Towards performance assessment of subnational forestbased climate change mitigation initiatives.’ Verdedigd op 17 januari 2020, Wageningen University.

Bossen spelen een centrale rol in het beperken van klimaatverandering. De afgelopen tien jaar zijn er honderden initiatieven gestart om tropische ontbossing en bosdegradatie (vermindering van de boskwaliteit) tegen te gaan met als doel meer koolstof (CO2) te kunnen opslaan en daarmee andere emissies (uitstoot) te compenseren. Een gezond bos vormt daarmee een belangrijke koolstofvoorraad. Dit principe heet in het Engels: ‘Reducing Emissions from Deforestation and Forest Degradation and Enhancing Carbon Stocks’, afgekort REDD+ en is onderdeel van het klimaatakkoord van Parijs. Deze REDD+ initiatieven bestaan uit belemmerende maatregelen (verbod op ontbossing en de handhaving daarvan), positieve prikkels (aanbieden van alternatieve vormen van inkomsten) en faciliterende maatregelen (milieu-educatie, verbeterde landrechten).

Om te weten of deze initiatieven ook succesvol zijn is het belangrijk om de koolstofemissies en veranderingen daarin te meten. Om tot de uiteindelijke schattingen van koolstofemissies te komen, is het nodig om te weten hoe groot het bosareaal is en in hoeverre dit gebied is toe- of afgenomen sinds de implementatie van REDD+. Hier zijn verschillende meetmethoden voor die ik in mijn promotieonderzoek toepaste op 23 REDD+ initiatieven in Brazilië, Peru, Kameroen, Tanzania, Indonesië en Vietnam. Met behulp van satellietdata werd de vermindering van de kroonbedekking (bladerbovenaanzicht) van de bomen gemeten in de jaren voor en na de start van het REDD+ initiatief. Vervolgens werden deze trends vergeleken met die van een controlegebied waar REDD+ niet is toegepast. Deze ‘Before-After-Control-Intervention’ methode in het Engels, afgekort BACI, blijkt vooral lokaal goed te werken. Innovaties op het gebied van aardobservatie en bosmonitoring kunnen voor een grotere nauwkeurigheid in de ramingen van koolstofemissies zorgen.

Ook de oorzaken van ontbossing kunnen (gedeeltelijk) uit satellietdata achterhaald worden. Deze ontbossingsoorzaken bleken te verschillen tussen en zelfs binnen de verschillende studiegebieden. Het voorkomen van ontbossing en bosdegradatie in de toekomst vraagt daarom om een lokaal-specifieke aanpak van REDD+ waarvoor ruimtelijke data nodig zijn. Tenslotte heb ik ook aandacht besteed aan de invloed van REDD+ initiatieven op de lokale, sociaal-economische situatie van huishoudens die in deze gebieden leven. Ontbossing vindt namelijk vaak plaats om de lokale leefsituatie te verbeteren (houtverkoop, meer landbouwgrond). Voor een effectieve én duurzame vermindering van ontbossing is het dus van belang dat zo’n REDD+ initiatief de lokale bevolking niet benadeelt, maar hen idealiter juist ook voordelen biedt.