Ga door naar hoofdcontent
ArtikelenRobuuste basisregistraties en verantwoord datagebruik

Robuuste basisregistraties en verantwoord datagebruik

Zaterdag 1 februari 2020Afbeelding Robuuste basisregistraties en verantwoord datagebruik

Geobuzz is bij uitstek een evenement om vakgenoten te ontmoeten en te spreken. De ideale locatie dus voor een dubbelinterview met twee richtinggevende spelers in het geo-domein die werkzaam zijn op het ministerie van Binnenlandse Zaken. Dat zijn Hans Tijl (directeur Geo en Bijzondere Projecten tot 1 januari 2020) en Noud Hooyman (hoofd cluster Beleid Geo-informatie). Astrid Elemans en Sytske Postma, van de redactie van Geo-Info, spraken met hen over basisregistraties en de ethische code voor datagebruik.

Noud, jij bent een ‘oude rot’ in het geoinformatievak. Wat zie jij als belangrijke verdienste uit het geo-verleden dat van groot belang is geweest voor BV Nederland? En wat boeit jou nog steeds aan het vak?

Noud: ”Het grootste belang is toch wel dat we de basisregistraties hebben neergezet. Samen met alle overheden en met bedrijven hebben we mooie spullen gerealiseerd. Het mooiste voorbeeld daarvan is voor mij de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG). De BAG wordt meer gebruikt in het bedrijfsleven dan bij de overheid. Dat betekent enerzijds dat we, wat betreft gebruik, een beetje strenger naar onszelf moeten worden, maar is anderzijds een groot compliment. Wat me nog steeds boeit in het vak is de volgende stap: een op basisregistraties gestoelde 3D-weergave van Nederland. Nu zijn er al wel bedrijven die iets dergelijks aanbieden, maar ik denk dat het nog een tandje beter kan als we de basisregistraties hier directer bij betrekken. We krijgen dan een digital twin van de fysieke leefomgeving in heel Nederland.”

Hans, jij komt uit het RO-vak. Wat heb jij met geo-informatie? En wat zie jij als opgave of kans voor de ‘geo’ in Nederland?

Hans: “Het is wat mij betreft een heel interessant onderwerp. Ik heb zelfs eerder met geo te maken gehad dan met RO. Ik ben namelijk lid geweest van een stuurgroep in de gemeente Amsterdam die ervoor moest zorgen dat de BAG ingevoerd werd. Het is een fascinerend onderwerp en een fascinerende wereld. Ik houd namelijk van nerds, mensen die verstand hebben van hun vak. Geo in Nederland is een gesloten wereldje. Het is niet goed zichtbaar wat men allemaal te bieden heeft. Soms is het zo goed dat het een vanzelfsprekendheid is geworden. Neem bijvoorbeeld de basisregistraties: dat is normaal geworden voor ons economisch verkeer, het is goed in orde en het geeft rechtszekerheid. Vergelijk het met riolering bijvoorbeeld. Je staat er niet bij stil, maar als het er niet is … De manier van samenwerken tussen de overheid, het bedrijfsleven en de kennisinstellingen is ook heel mooi in de geo-sector (gouden driehoek). Ook in internationaal perspectief doen we het heel goed. We weten elkaar goed te vinden, de belangen verschillen niet zo erg. Ik kom dat ook anders tegen, maar in de geo-wereld gaat de samenwerking vrij natuurlijk. Er wordt open gecommuniceerd.”

Hoe kunnen we de zichtbaarheid verbeteren?

Hans: “Misschien is zichtbaarheid wel het probleem van de overheid. Neem bijvoorbeeld PDOK. Dat is jaren geleden door een aantal partijen opgezet met een idee van een bepaald gebruik. Het gebruik is echter gigantisch toegenomen: inmiddels zijn dat 15 miljard hits per jaar. Het is onmogelijk om hier, wat betreft de financiering, bij de betrokken ministeries op terug te komen. Men weet niet goed wat PDOK is en wat het economisch belang ervan is. En structurele financiering is wel nodig. Het vraagt namelijk wel wat om in de wereld van locatiedata de ontwikkelingen bij te houden. Ik stel bij wijze van spreken weleens voor om de stekker er voor een paar dagen uit te trekken. Er wordt meteen geen woning meer in Nederland verkocht!”

Momenteel speelt er een enorme discussie over stikstof en PFAS in Nederland. Zouden we daar de mogelijkheden van geo-informatie niet prominenter naar voren kunnen schuiven?

Noud: “Wij werken aan de geo-infrastructuur. Dat is een programma met een lange investerings- en uitvoeringstermijn. PFAS in de basisregistratie ondergrond (BRO) opnemen kan gewoon niet 1-2-3. Maar we zouden wel duidelijker kunnen zeggen: er is al veel informatie en dat kunnen we gebruiken en combineren. Nu weet ik dat onze collega’s bij BZK wel degelijk kaartjes maken en gebruiken bij de discussie over stikstofdepositie en Natura 2000.

De makke van de geo-informatie-infrastructuur is dus dat het meer op de lange termijn gericht is. Ik heb niet de illusie dat we alle beleidsuitdagingen heel snel van de passende informatie kunnen voorzien. Maar als iedereen op de hoogte is van de bestaande mogelijkheden dan kunnen anderen dat wel. Dat spel proberen we te spelen. Gek genoeg hebben we veel bereikt, omdat we in de luwte zitten. We krijgen van de politiek de tijd om voor de opbouw van een basisregistratie jaren uit te trekken. Dat betaalt zich uit op de lange termijn. Op de korte termijn zegt iedereen: snel, doe er maar wat extra’s bij, maar dat kan niet. We hebben bij dit soort ICT-projecten te maken met de spelregels zoals die opgesteld zijn naar aanleiding van het rapport Elias (het rapport ‘Naar grip op ICT – Parlementair onderzoek naar ICT-projecten bij de overheid’ uit 2014 over falende ICT-projecten van de overheid, red.).

Hans: “PFAS in de BRO. Dan reageer ik daar meteen zeer kritisch op. Het zou betekenen dat we de spelregels doorbreken. We hebben voor de BRO de inhoud en financiering in de kamer vastgesteld. Zomaar een scopeverbreding doen we niet, want we willen niet dat de ICT-projecten uit de pas lopen en over de kop gaan. Het moet helaas wel ordentelijk, daar wil ik streng in zijn. Als het er eenmaal staat dan kun je wel de discussie met elkaar aan om te zien of een toevoeging mogelijk is.”

Noud: ”We proberen wel op de actualiteit in te spelen, door bijvoorbeeld de volgorde van ontwikkeling van de basisregistratie aan te passen. Gemeenten maken bijvoorbeeld bodemkwaliteitskaarten, die zou men wel in de BRO willen. Maar die bodemkwaliteitskaarten zijn niet landelijk gestandaardiseerd. Gegevens in een basisregistratie wel. Dan hebben we met het opnemen in de BRO wel een uitdaging met elkaar.”

BZK zet sterk in op de Doorontwikkeling in Samenhang (DiS) [1] . Dit bestaat uit een aantal onderdelen zoals de objectenregistratie, de basisvoorziening beeldmateriaal of de basisvoorziening coördinaten. Waarom zet BZK sterk in op DiS (geo)? Wat is de noodzaak?

Noud: “De doorontwikkeling van de basisregistraties is de logische volgende stap voor bijvoorbeeld samenhangende inwinning en gebruik. Het gaat om de modernisering van de infrastructuur, zoals we dat ook kennen uit de telecomsector. Daarmee kunnen we ook de stap naar 3D zetten en dat is van belang voor een toegankelijke en gelijkwaardige informatiepositie voor iedereen.”

Welk onderdeel van DiS heeft wat jullie betreft het meeste effect op de Nederlandse geo-informatie-situatie/ structuur over 5 jaar of verder?

Hans en Noud: “3D!”

Hans: “Wat we met locatiedata doen, dat raakt een bredere maatschappelijke discussie. Hoe willen we de data delen en van wie is de data, welke spelregels horen erbij en wat is de moraliteit? Deze vraagstukken staan nog in de kinderschoenen, maar het betreft wel de discussie van de komende tijd. We komen langzamerhand achter de voordeuren van mensen, dus erg dichtbij. Het 3D-model kan deze discussie ondersteunen. Via eenvoudige en begrijpelijke toegang kunnen burgers hiermee regie gaan voeren over de data in hun eigen fysieke leefomgeving.” Noud: “Daarbij helpt het dat (locatie)data over de fysieke leefomgeving minder privacygevoelig zijn.”

Figuur 1 – Scope DiS

Wat zijn de belangrijkste partners voor de Doorontwikkeling in Samenhang?

Noud: “Dat zijn in ieder geval de bronhouders, met als grootste partij de gemeenten, maar natuurlijk ook provincies, andere departementen, ProRail, waterschappen, RWS, Kadaster, enzovoort. Voor de basisregistraties geldt echt: we moeten het samen doen! Tot nu toe was dit het domein van de overheid. Echter, bij de BRO, de meest recente basisregistratie, is er ook een belangrijke rol weggelegd voor het bedrijfsleven. Veel van de data uit bodem- en grondonderzoeken die de BRO opneemt, worden namelijk door het bedrijfsleven gegenereerd. Daar zit dus ook veel kennis. Daarbij zijn er ook al standaarden voor bodemonderzoek met het werkveld ontwikkeld [2]. Dat kan betekenen dat er bij de keuze voor het opnemen van bijvoorbeeld data over bodemkwaliteit, sprake kan zijn van standaarden die niet per se vanuit de overheid komen, maar die aansluiten bij wat al gebruikelijk is in het maatschappelijk verkeer.”

Hoe onderhouden jullie contact met deze partners en is de samenwerking goed genoeg om de ambities waar te maken?

Hans: “De structuur en governance is op orde. We hebben voldoende georganiseerd om afspraken te maken over wat we met elkaar hebben bedacht. En dan zou dit ook uitvoerbaar moeten zijn.”

Noud: “Het is en blijft wel van belang dat iedereen over zijn muren heen kijkt en – waar nodig – over eigen belangen heen stapt als dit het collectieve doel dient. De doorontwikkeling is een spel van de lange adem. Het heeft per basisregistratie ongeveer 10 jaar geduurd, een dergelijk omvangrijk doorontwikkelingstraject heeft de tijd en inspanningen van alle partners nodig. Basisregistraties moeten in de eerste plaats een stabiele basis van gegevens bieden (rechtszekerheid) met mogelijkheden voor een dynamische datalaag. De overheid heeft anders dan het bedrijfsleven de mogelijkheid om de tijd te nemen voor deze in menig opzicht gecompliceerde doorontwikkelingen of innovaties.”

Figuur 2 – Illustratie uit het Locatiepact waarin beïnvloeding van menselijk gedrag door data-analyse wordt geïllustreerd (bron: Geonovum)

Wat is eind 2020 het meest concrete succes van het programma DiS?

Noud: “Op korte termijn lanceert het Kadaster een 3D-model van Nederland. Een eerste succesje op de weg naar 3D. Daarnaast komen er nieuwe POC’s (proofs of concept, red.) voor de BRO. Dit zorgt ervoor dat we de mogelijkheden van de BRO zichtbaar maken en voor bestuurders verbeelden. Per 1 januari 2020 gaan we bij de BRO aan de slag met de tweede tranche, en zo vult zich opnieuw een basisregistratie.” Hans: “In de Ruimtelijke Ordening (RO) zijn we altijd gericht geweest op groei, wat komt waar. Nu is er meer aandacht voor de effecten van groei. Ook daar kan de BRO zijn nut bewijzen, het is een nieuw element in de afwegingen in het ruimtelijke domein waardoor uitkomsten veranderen. Als voorbeeld een discussie over een gemeentelijk belang, namelijk woningbouw die tegen een provinciaal natuurbelang indruiste. Wat de BRO kon toevoegen in de discussie was het feit dat de ondergrond op die locatie helemaal niet geschikt was voor woningbouw.”

Hans, jij hebt aangegeven dat je graag over het Locatiepact met de ethische code zou willen spreken. Ethiek is een beetje een vreemde eend in de ‘geo-bijt’. Dat hebben wij als redactie ook gemerkt bij het opstellen van het themanummer ‘Privacy’ in 2019. Wat kan jij onze lezers op dit punt meegeven? Waarom is het opstellen van de ethische code zo relevant?

Hans: “Ten eerste raden we de lezers aan de documentaire ‘The Great Hack te bekijken’ (documentaire van Netflix uit 2019 over het schandaal rond het bedrijf Cambridge Analytica, red.). Deze laat goed zien hoe data van mensen verzameld worden om psychologische profielen mee te maken en het gedrag van mensen, ook op internet, te beïnvloeden. Uiteindelijk resulteert dit in de vraag: als dit de ontwikkelingen zijn, hebben we dan nog echt democratische verkiezingen? Het is goed hier over na te denken.

De ethische code probeert de spelregels voor datagebruik af te stemmen. Het initiatief voor een ethische code ligt bij Geonovum. We gaan in gesprek met het bedrijfsleven, de overheid en wetenschap over wat verantwoord datagebruik is. We proberen voorzichtig eerste antwoorden te zoeken. We hebben eerder in dit gesprek gezegd dat privacy bij geodata minder speelt, en dat is zo. Maar de koppeling naar mensen is met enige inspanning toch wel regelmatig te maken. Wij hebben de morele plicht om er in ieder geval goed over na te denken. En dan is de vervolgvraag: kunnen we er ons ook aan houden? En voor Europa: wat willen we zijn ten opzichte van Amerika en aan de andere kant China? Oftewel, genoeg stof tot nadenken!”

Referenties

Meer informatie