Ga door naar hoofdcontent
ArtikelenVeranderd perspectief in land- en waterbeheer
Subthema 2: Integrated Land & Watermanagement

Veranderd perspectief in land- en waterbeheer

Dinsdag 1 september 2020Afbeelding Veranderd perspectief in land- en waterbeheer

In onze strijd tegen water hebben we in Nederland een lange traditie. Ons hoofddoel was lange tijd om ervoor te zorgen dat onze dijken en waterwerken sterk en hoog genoeg waren om het water tegen te houden. Maar tegenwoordig nemen we een bredere kijk op water- en landbeheer. Sommige van onze waterwerken hebben een negatief effect op de natuur. Steeds vaker willen we meerdere wensen combineren in het beheer van water en land.

Ook klimaatverandering heeft grote invloed op hoe we nu en in de toekomst moeten omgaan met de verschillende functies van land en water. De zeespiegel stijgt, we hebben extremere regenval, droogte en hogere temperaturen. Dit verandert onze kijk op en gebruik van land en water. Het combineren van alle gedeeltelijk tegenstrijdige eisen voor onze omgeving is complex. Naast de vele eisen hebben we ook te maken met veel wetten, statuten, procedures en voorschriften voor ons land- en waterbeheer.

Invoering

Gelegen in de delta van de rivieren Maas en Rijn hebben we een lange traditie in land- en waterbeheer. Vanaf het allereerste begin was het belangrijkste doel om het risico op overstromingen te verminderen en werden dammen en sluizen aangelegd om het waterpeil hoog genoeg te houden voor – grensoverschrijdend – verkeer op de rivieren landinwaarts. Daarnaast werd het natuurlijke verloop van de rivieren en hun meanderende natuur beperkt tot een statische rivierbedding. Omdat in 1995 en 1996 door extreem hoge lozingen in de hoofdriviersystemen de dijken bijna doorbraken en grote gebieden zouden overstromen, veranderde het perspectief op waterbeheer. In plaats van keer op keer de dijken te verhogen, introduceerde het nieuwe perspectief het idee om de rivier meer ruimte te geven. Door de rivierbedding te verbreden en de natuurlijke dynamiek binnen dit bredere riviersysteem opnieuw in te voeren, werd het risico op overstromingen verminderd terwijl de milieuwaarde toenam. Een speciaal planningsprogramma Ruimte voor de rivier werd opgezet om dit idee te verwezenlijken (zie figuur 1). Het iconische ‘ruimtelijk plan Ooievaar’ (H + N + S, 1986, [1]) introduceerde dit nieuwe perspectief voor de uiterwaarden langs de Waal.

Figuur 1 – Maatregelen om de loop van de rivier te vergroten (bron: Rijkswaterstaat).

Een vergelijkbaar veranderend perspectief is te zien met betrekking tot waterbeheer in landelijke gebieden. In eerste instantie werden er ten behoeve van de landbouw drainagesystemen aangelegd en werden de grondwaterstanden in nattere gebieden laag gehouden. Door dergelijke ingrepen werd de periode verlengd waarin het land met machines bewerkbaar of voor vee toegankelijk is. Tegenwoordig wordt het nadeel van deze waterbeheerstrategie echter steeds zichtbaarder. Het permanent verlagen van de grondwaterstanden leidde tot verlies van biodiversiteit, bodemaantasting en bodemdaling in veengebieden. Tel daarbij op de langere periodes van droogte en de stortregens in de zomer en de noodzaak om de strategie op het platteland voor waterbeheer opnieuw te overdenken wordt duidelijk. Tegenwoordig wordt een uitgebreider beeld gegeven van waterbeheer, om alle landgebruikstypen in landelijke gebieden op te vangen. De grondwaterspiegel moet passen bij zowel landbouw- als natuurbeschermingsgebieden. Naast algemene maatregelen om het water gedurende een langere periode in het gebied vast te houden, zoals het meanderen van lokale beekjes, natuurlijke oevers of tijdelijke vijvers, worden er verschillende lokale maatregelen genomen om water op microniveau te beheersen zoals lokale dammen van de landeigenaar zelf. Tegelijkertijd hebben we parallelle waterstromen aangelegd, voor een hogere capaciteit van de rivieren bij hoge afvoer. Leidend principe is het nemen van een samenhangend geheel van maatregelen op stroomgebiedniveau.

Figuur 2 – Schematisch beeld Digitaal Stelsel Omgevingswet.

Geo-informatie en de Omgevingswet

In de loop van de tijd veranderde het wetgevingskader voor milieu en ruimtelijke planning in een complex systeem van meer dan 40 wetten, 120 algemene administratieve bevelen en honderden verordeningen. Omgaan met deze overload aan regelgeving kost veel moeite en is tijdrovend. Om alle wetgeving op het terrein te vereenvoudigen en op elkaar af te stemmen, voegt de Omgevingswet bestaande wetten samen tot één wet. Vanuit het perspectief van een planner zijn twee principes leidend: 1) enkele gegevensverzameling, meervoudig gebruik, en 2) alle belanghebbenden moeten toegang hebben tot deze informatie, zodat partijen op dezelfde manier worden geïnformeerd.

De Omgevingswet combineert wettelijke regels, bedrijfsregels en geometrie in een systeem van softwarecomponenten en diensten. Concreet betekent dit dat de gebruikers (overheid, burger en bedrijf) middels een one-stop vergunningaanvraag kunnen opvragen en zien welke regels en beleid gelden voor een locatie. Zo kan men met één klik op de kaart zien of voorgenomen activiteiten zijn toegestaan.

In de Omgevingswet is de verplichting opgenomen dat alle besluiten voor de fysieke leefomgeving digitaal beschikbaar zijn en worden gekoppeld aan zogenaamde locatiegegevens. Standaardisatie levert betere informatie op, maar de (administratieve) werkprocessen zijn soms nog van vroeger en gebruiken of registreren nog geen geografische coördinaten: een uitdaging voor veel publieke organisaties.

Om vragen te stellen en antwoorden te verzamelen heeft het systeem input (feiten) nodig, zoals een locatie met de beoogde activiteiten die zijn vastgelegd in de Omgevingswet. De locatie kan een adres, een punt op een kaart of zelfs een veelhoek zijn. De ambitie is om informatie zoveel mogelijk op maat te maken door gebruik te maken van standaarden. Dit heeft impact op de geo-informatie. Het moet tijdig, betrouwbaar en compleet zijn. Dit kan mensen die werken op geo-afdelingen een boost geven om weer topof- mind te zijn in hun organisatie.

Noodzaak hoogwaardige geodata

De Nederlandse overheid en geo-sector hebben de afgelopen decennia flink ingezet op de beschikbaarheid van geodata. Tijdens de voortdurende vraag, met name voor gegevens van hoge kwaliteit, die essentieel zijn voor het nemen van weloverwogen beslissingen, hebben we het digitaal platform PDOK [2] geïntroduceerd, dat een enorme steun bleek te zijn bij al onze ruimtelijke projecten.

Figuur 3 – DiS-Geo.

Het ontwikkelen, onderhouden en verbeteren van deze verzameling geodata gaat nog steeds door: tegenwoordig hebben we een programma SOR (Samenhangende Object Registratie), waarbij het de bedoeling is om alle basisregistraties te verenigen en te standaardiseren, zodat het gebruik van deze collectie kan zelfs verbreden. Daarom leveren alle grote bedrijven en overheidsorganisaties kennis aan het DiS Geo-project (Doorontwikkeling in Samenhang.). De inhoudelijke en technische verdere ontwikkeling die dit vereist, levert meer maatschappelijk rendement op en kan efficiënter worden gerealiseerd als dit in samenhang gebeurt. Een belangrijke ontwikkeling waarmee DiS Geo is begonnen, is de ontwikkeling van een samenhangende objectregistratie. Een coherente objectregistratie is één centraal georganiseerde uniforme registratie met basisinformatie over objecten in de fysieke werkelijkheid. De basisregistraties zijn onafhankelijk van elkaar ontwikkeld en vormen daarom nog geen coherente entiteit. Dit belemmert de synergie in controle, financiering, collectie, kwaliteitsmanagement en gebruik, en de bijbehorende kostenvoordelen. Eenmaal coherent zal het gebruik maken van de geo-component voor b.v. de ‘Omgevingswet’ gemakkelijker zijn.

Referenties

Auteurs

Roel Luis ,
Marije Louwsma ,
Roelof Keppel ,
Rik Wouters