Ga door naar hoofdcontent
ArtikelenVerslag bijeenkomst GIN-Noord Waterschap Noorderzijlvest in Groningen

Verslag bijeenkomst GIN-Noord Waterschap Noorderzijlvest in Groningen

Woensdag 1 april 2020Afbeelding Verslag bijeenkomst GIN-Noord Waterschap Noorderzijlvest in Groningen

Het is inmiddels een traditie binnen GIN Noord om op de eerste maandag van februari een bijeenkomst te organiseren. Dit jaar was het op 3 februari bij waterschap Noorderzijlvest in Groningen. Die ook alle faciliteiten gratis ter beschikking stelde. Daarvoor nog onze dank.

Ruim 70 personen hadden zich opgegeven voor de bijeenkomst met de thema’s: Gis bij het KNMI, data-analyse van bodemdaling en de toekomst van Topografie in Nederland en internationaal. We werden welkom geheten door Bert Middel, dijkgraaf van het waterschap Noorderzijlvest. Hij gaf aan wat de taken van het waterschap zijn, welke problematiek in het gebied speelt en hoe men daarbij gebruik maakt van GIS. Hierna gaf Albert Hensema van Gin Noord het woord aan Maarten Plieger, softwareontwikkelaar bij het KNMI. Plieger gaf uitleg over het systeem ADUGUC dat daar wordt gebruikt en welke informatie in het systeem wordt opgenomen om informatie te genereren op basis waarvan met behulp van weermodellen een weersvoorspelling wordt gemaakt.

In figuur 1 staat aangegeven hoe gemeten wordt, hoe de data die acht keer per dag ontvangen wordt, verwerkt wordt en wie de gebruikers van de informatie zijn. Belangrijk bij het meten met 45 automatische weerstations zijn de waarnemingen van 320 vrijwillige waarnemers. Naast de waarnemingen op de ‘grond’ komen veel metingen vanuit de ruimte middels satellieten. in de afbeelding op de rechterpagina (figuur 2), Wetenschap in een baan om de aarde, is er een aantal hiervan weergegeven. Als de ontvangen bestanden van verschillende kwaliteiten zijn, moeten deze aan elkaar worden gekoppeld en over elkaar worden afgebeeld. Dit betekent in de praktijk, dat het systeem alle soorten projecties aan moet kunnen.

Alle waarnemingen worden in computermodellen verwerkt. Deze computermodellen zijn het gereedschap waarmee het KNMI weersverwachtingen en klimaatscenario’s kan opstellen. Plieger gaf in zijn presentatie een groot aantal voorbeelden.

Plieger gaf ook een kijkje in de innovatie waar men mee doende is. Momenteel wordt gewerkt aan GeoWeb. Dit is een web based client systeem dat gebruikt maakt van open standaarden en open source software. Als het gereed is dan gaat volgens nevenstaand schema gewerkt worden. Voor de verdere presentatie wordt verwezen naar de power point presentatie op de GIN website.

Figuur 1 – KNMI in beeld.

Na de presentatie van Plieger kwam een presentatie van ingenieursbureau Antea over data analyse van bodemdaling. De presentatie werd ingeleid door Tonie Speelman die de historische ontwikkelingen van ingenieursbureau Oranjewoud naar het huidige Antea en de momentele en toekomstige activiteiten en aandachtsgebieden beschreef, waarna hij het woord gaf aan Erik Duisterwinkel, ook van Antea. Duisterwinkel ging vervolgens in op Antea en de mijnbouw.

Hij gaf aan dat Antea niet zelf boringen verricht, maar zich wel bezighoudt met boorlocatieontwerp en ontwikkeling, het opstellen van een MER en veiligheidsstudies, het ontmantelen van locaties en monitoring en sensortechnologie. Om bodemdaling als gevolg van mijnbouw, meetplan opgesteld worden. In zo’n meetplan staat de methodiek beschreven, zoals ouderwets waterpassen, GPS/GNSS, ruimtelijke bemonstering en diepte, frequentie, oorzaak-analyse, data-analyse van INSAR metingen, rapportage en communicatie beschreven. Er werden voorbeelden gegeven van een waterpasnet en gebruik van referentiepunten. Bij GPS/GNSS stond Duisterwinkel uitvoerig stil bij wat een bruikbaar signaal is en wat ruis is. Bij data analyse moeten seizoensinvloeden, weersinvloeden en eb en vloed in de beschouwing meegenomen worden. En uiteraard moet een relatie gelegd worden naar de omgeving waar geen daling aan de orde is.

Tenslotte ging Duisterwinkel nog in op het meten van lokale bodemdaling met behulp van een drone waarmee millimeter precisie bereikt kan worden. Na deze presentatie werd een lunch geserveerd die aangeboden werd door het waterschap. Tijdens de lunch konden was er discussie met de sprekers over de presentaties en was er gelegenheid om te netwerken. Na de lunch kwam Richard Witmer van het Kadaster aan het woord over de toekomst van de topografie in Nederland, bij defensie en internationaal. Hij begon met de historische ontwikkeling van de eerste landdekkende kaart van Krayenhoff uit 1815 tot heden. Hierna besprak hij de huidige situatie waarbij de digitale topografische kaart een onderdeel is van het stelsel van Basisregistraties.

Figuur 2 – Wetenschap in een baan om de aarde.

In het stelsel beheert het Kadaster een groot aantal basisregistraties en landelijke voorzieningen (veelal als open data in te zien via www.pdok.nl), zoals:

  • De BRK, basisregistratie Kadaster;
  • BRT, basisregistratie topografie;
  • BAG, basisregistratie adressen en gebouwen;
  • Landelijke voorziening ruimtelijke ordening;
  • Landelijke voorziening waardering onroerende zaken (WOZ);
  • Landelijke voorziening energielabels;
  • KLIC, kabels en leidingen ;
  • Landelijke voorziening beeldmateriaal.

Daarnaast zijn er koppelingen met BRP (basisregistratie personen), RNI (basisregistratie niet-ingezetenen) en het Handelsregister. Witmer wijst op www.topotijdreis.nl. Hier kan de ontwikkeling in de topografie van Nederland vanuit het verleden tot heden gevolgd worden. De site heeft 50 tot 74 miljoen hits per maand.

Ten aanzien van de BRT valt nog op te merken dat er een actualiteitskaart is, een kwaliteitsdashboard en er een mogelijkheid is om mutaties die nog niet op de kaart zijn aangebracht te melden via www.verbeterdekaart.nl. Naast de tweedimensionale bestanden wijst Witmer ook op de ontwikkeling van 3D bestanden die naar verwachting in de toekomst een grote ontwikkeling zal doormaken. Na de basisregistraties zet Witmer zijn presentatie voort over de activiteiten die het Kadaster in opdracht van Defensie en internationaal uitvoert. Het Kadaster is lid van Eurogeographics en vervaardigt in dat verband euro regional maps 1:250.000, euro global maps 1:1000.000 en euro boundary maps 1:100.000. Het Kadaster is regionaal coördinator en doet kwaliteitscontrole van een aantal landen met een speciaal ontwikkelde tool die voor geheel Eurogeographics is overgenomen. Er is intensief contact tussen het Kadaster en allerlei onderdelen van Defensie.

De afspraken tussen Kadaster en Defensie zijn vastgelegd in convenanten. Daarin is ook vastgelegd wat voor soorten bestanden periodiek geleverd worden. Internationaal participeert het Kadaster in het Multinational Geospatial Co-production Program (MGCP). Hier worden zogenaamde cellen geproduceerd van gebieden op aarde waar geen of slechte, niet-actuele kaarten van bestaan.

Na de interessante lezingen sluit Albert Hensema de bijeenkomst af met het bedanken van het waterschap Noorderzijlvest voor de gastvrijheid en de sprekers voor hun bijdrage, waarna zij een bedankje krijgen uitgereikt.