Ga door naar hoofdcontent
ArtikelenVIVET: Verbeteren van informatievoorziening in de Energietransitie
Het belang van geodata

VIVET: Verbeteren van informatievoorziening in de Energietransitie

Donderdag 1 oktober 2020Afbeelding VIVET: Verbeteren van informatievoorziening in de Energietransitie

Omdat steeds meer organisaties en instellingen in de energietransitie participeren, neemt de informatiebehoefte toe, zowel in omvang als in diversiteit. Gemeenten, regio’s, waterschappen en provincies hebben veel en betrouwbare informatie op laag-regionaal niveau (op regio-, gemeente-, wijk- of buurtniveau) nodig om de Regionale Energie Strategieën (RES), Transitie Visies Warmte (TVW) en Wijkuitvoeringsplannen (WUP) te kunnen maken en te monitoren. Netbeheerders hebben informatie nodig om stabiele en toekomstbestendige net-infrastructuur in te richten, modelmakers om verschillende energietransitie-scenario’s te ontwikkelen. De Rijksoverheid heeft informatie nodig om de voortgang van het Klimaatakkoord te monitoren. Informatie is er vaak wel, maar nog niet goed vindbaar én combineerbaar.

De overgang van fossiele energie naar duurzame energie heeft grote impact op de fysieke leefomgeving. Naast algemene vragen als: hoeveel en welke soorten energie verbruiken huishoudens en utiliteitsbouw?, gaat het om specifieke vragen als: welke wijken kunnen als eerste ‘van het aardgas af’? Wat zijn de alternatieven? Zijn er mogelijkheden voor energiebesparing of voor opwek van hernieuwbare energie? Waar kunnen wel of geen windmolenparken of zonneweiden aangelegd worden? Waar liggen elektriciteitsen gasnetten, waar kunnen warmtenetten worden aangelegd?

Het gaat over een veelheid aan gegevens, niet alleen over energievraag en -aanbod, maar ook over gegevens uit andere domeinen: bedrijven, wonen, installaties, milieu, huishoudens en ruimte.

Welke informatie is beschikbaar? Waar vind ik deze, hoe betrouwbaar is ze en zijn verschillende informatiebronnen te combineren? En krijg ik daarmee antwoord op bovenstaande vragen, op de korte, maar ook op de lange termijn?

Verbetering informatievoorziening

Dat informatie op dit moment is versnipperd over verschillende (overheids)lagen en op verschillende manieren is opgeslagen, komt voort uit diverse registraties van wet- en regelgeving en de samenhang. Ook ontbreekt er nog informatie [1]. De ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en Economische Zaken en Klimaat (EZK) hebben daarom vijf partijen – het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Kadaster, Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), Rijkswaterstaat en Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) – gevraagd de informatievoorziening ten aanzien van de energietransitie te verbeteren. Dat wil zeggen: data met betrekking tot de energietransitie afstemmen, op een gebruiksvriendelijke wijze ontsluiten en gezamenlijk werken aan tekortkomingen in de datavoorziening.

Het programma ‘Verbetering van de Informatie Voorziening voor de Energie Transitie’ (VIVET) is eind 2019 gestart en loopt tot medio 2022. Jaarlijks wordt een werkplan opgesteld [2] en [3]. De focus ligt, gezien de urgentie, complexiteit en het grote aantal stakeholders, vooralsnog op de behoefte voor de uitvoeringsplannen van de klimaattafels ‘gebouwde omgeving’ en ‘hernieuwbare elektriciteit’. Databehoeften voor de uitvoeringsplannen van de andere sector- of klimaattafels van het Klimaatakkoord (industrie, landbouw en landgebruik, en mobiliteit) worden (nog) niet in VIVET meegenomen.

VIVET werkt aan het dichten van tekortkomingen in de informatievoorziening op zowel de korte als lange termijn. Voor de korte termijn leveren we concrete datasets, tabellen, dashboards of rapporten, die nodig zijn om beleidsplannen te ontwikkelen, i.h.b. de RES en TVW. Daarnaast werkt VIVET aan structurele, lange-termijn oplossingen, aan de meer ‘onzichtbare’ randvoorwaarden, zoals zo veel mogelijk wegnemen van juridische belemmeringen, harmoniseren van datastandaarden en informatiemodellen, koppelingen aanbrengen tussen relevante datasets en zorgen dat deze koppelingen beschikbaar en actueel blijven.

Belang van geodata

‘Alles gebeurt ergens’, is een veel gebruikte slogan in de geo-wereld. Voor de energietransitie gaat dat misschien wel dubbel op. De opgave om van aardgas over te stappen naar alternatieve warmtevoorzieningen heeft een enorme ruimtelijke impact. Zo moet de gehele vastgoedvoorraad verduurzaamd worden en moet er meer ruimte gecreëerd worden voor decentrale opwek van energie. De ruimtelijke inpassing van deze veranderingen heeft in de eerste plaats invloed op het landschap en de leefbaarheid, zowel binnen als buiten de bebouwde kom. In de tweede plaats heeft de energietransitie grote impact op de ondergrond. De energieinfrastructuur moet worden aangepast en we willen inzicht in geothermie (aardwarmte uit de ondergrond) als mogelijke warmtebron. En met een veelheid aan kabels en leidingen in de ondergrond is het daar vaak al erg druk. Om de ruimtelijke inpassing van de energietransitie, zowel boven de grond als daaronder, op een goede manier te kunnen realiseren zijn goede, betrouwbare en actuele geodata essentieel.

Voor decentrale opwek van energie moeten de RES-regio’s potentiële locaties voor winden zon-energie op land aanwijzen. Om daarin goede keuzes te maken is het in de eerste plaats van belang in beeld te brengen waar dat wel en niet kan. Zijn er restrictiegebieden? Is er voldoende afstand tot de bebouwde kom? Is er capaciteit op het elektriciteitsnet voor terug-levering? Vervolgens zijn er meer en minder wenselijke locaties. Wat is de opbrengst van landbouwgrond? Welke gronden zijn in bezit van overheden? Hetzelfde geldt ook voor gemeenten die hun TVW op moeten stellen. Is er ruimte voor een warmtenet? Hoeveel vermogen kan deze wijk terugleveren aan elektriciteit? Waar bevinden zich warmtebronnen? Mag er geboord worden voor warmte-koudeopslag of is dit bijvoorbeeld een drinkwaterwingebied? Allemaal vragen waarbij geografische data nodig zijn om ze te beantwoorden en zodoende noodzakelijk zijn om realistische plannen te maken. Zowel geodata als GIS -experts zijn onmisbaar bij de energietransitie.

Een deel van de bovengenoemde vragen kan beantwoord worden vanuit reeds beschikbare datasets, een ander deel komt op termijn beschikbaar als resultaat van VIVET. Beschikbare resultaten [4] zijn op de verschillende organisatie-websites gepubliceerd. Hieronder lichten we er een aantal uit.

Informatiebehoefte op korte termijn

Figuur 1 – Voorbeeld van ligginggegevens zoals die beschikbaar gaan komen.

Het voornaamste doel van VIVET is om de gebruikers -veelal beleidsmakers bij gemeenten en de RES-regio’s- van goede informatie te voorzien, die zij kunnen toepassen binnen de energietransitie. Deze data- en informatieproducten kunnen gemeenten bijvoorbeeld helpen hun TVW en straks hun WUP te kunnen maken. Veel van deze informatiebehoefte op het lage regionale schaalniveau is nieuw en moet sneller beschikbaar komen (de TVW moeten eind 2021 gereed zijn, de WUP vanaf 2022). De data moeten dus op korte termijn toepasbaar zijn. VIVET organiseert daarvoor netwerkbijeenkomsten om de stakeholders die op heel verschillende wijzen betrokken zijn bij de energietransitie bij elkaar te brengen, zodat partijen elkaar kunnen vinden en afspraken met elkaar kunnen maken. Hieruit kunnen (multidisciplinaire) kennisnetwerken ontstaan. Wat betreft data die al beschikbaar zijn, maar vaak lastig te vinden of te ontsluiten, werkt VIVET aan verschillende projecten om vraag en aanbod dichter bij elkaar te brengen. Zo zijn er overzichten van:

  • Warmtebronnen in Nederland (de WarmteAtlas). De WarmteAtlas is een digitale, geografische kaart waarop warmteaanbod en -vraag in ons land zijn aangegeven.
  • Het huidige informatielandschap met (rijks) portalen voor energie- en klimaatinformatie, aangevuld met enkele voorstellen om de versnippering in dit landschap tegen te gaan. Het ministerie van EZK werkt deze voorstellen verder uit.

Daar waar de data nog niet beschikbaar is – denk aan informatie over de energie-infrastructuur, installaties en de energievoorziening op laag-regionaal niveau, vullen de VIVET-partijen deze datalacunes en ontwikkelen we nieuwe data-producten. Voorbeelden hiervan zijn:

  • Een, met gebruikers afgestemd, dataproduct van de ondergrondse energie-infrastructuur: ligging, capaciteit en investeringen in de elektriciteits-, gas- en warmtenetten, zie figuur 1 voor een voorbeeld.
  • Dashboards met informatie over het energieverbruik (gas- en elektriciteitslevering van het openbare net) van utiliteitsbouw (onder meer onderwijsvastgoed, retailsector en de groothandel) op laag-regionaal niveau.
  • Een tabel met informatie per RES-regio over opgewekte zonnestroom door bedrijven en particuliere woningen.
Figuur 2 – Informatie over energie-installaties gaat over het type product, het type energieproces en kent een aantal basisgegevens: ruimte, tijd en eigendom.

Lange termijn: verbeteren datadelen en ontsluiten

Datadelen is niet zonder belemmeringen. Denk aan wettelijke obstakels voor het delen van data, semantische verschillen of weergave in verschillende eenheden in registers (basisregistraties, registraties van de netbeheerders en elders beschikbare registers over wonen, werken en leefomgeving). Omdat de energietransitie een zaak van lange adem is en er steeds nieuwe informatiebehoefte ontstaat, richt VIVET zich ook op die belemmeringen.

Juridische belemmeringen

Het delen van informatie is onderhevig aan wet- en regelgeving om bijvoorbeeld de privacy of bedrijfsgevoelige informatie te beschermen. In de praktijk lopen partijen nu aan tegen (mogelijke) juridische obstakels die het delen van informatie belemmeren. Er gelden bijvoorbeeld beperkingen op beschikbaarstelling van netbeheerdersdata in de Elektriciteits- en Gaswet. Ook ontsluiting van data op basis van de AVG, WIBON of het Activiteitenbesluit is vooralsnog niet mogelijk voor energietransitie-doeleinden. Naast juridische belemmeringen, zijn er ook belemmeringen met het oog op de nationale veiligheid. Zo mag bijvoorbeeld geen laag-regionale informatie over ligging van gasnetten worden gedeeld i.v.m. risico op terrorisme. Partijen beschikken niet altijd over de juiste kennis om juridische obstakels weg te nemen of alternatieven aan te reiken en beschikbare kennis wordt niet altijd gedeeld. VIVET is hiervoor een project gestart.

Technische belemmeringen: koppelen van datasets

Voor de Regionale Energiestrategieën (RES’en) en daarmee ook de laag-regionale aansturing op de energietransitie is het van belang dat op regioniveau de gehele energiehuishouding goed in kaart wordt gebracht. Het is niet gemakkelijk om schijnbaar eenvoudige vragen te beantwoorden, zoals: hoeveel woningen of scholen in een bepaalde regio zijn aangesloten op een aardgasnet en hoeveel wordt precies geleverd? en: wat is het totale energieverbruik van een huishouden vanuit eigen energie-opwek, bijvoorbeeld via zonnepanelen, warmtepompen en houtkachels? Hier lopen we aan tegen het koppelen van verschillende databronnen. Bijvoorbeeld: is informatie over de gas-en elektriciteitsaansluiting te koppelen aan de BAG/BGT? Is informatie over het energieverbruik van woningen te koppelen aan informatie over hernieuwbare energie-installaties uit het register van de ‘Investeringssubsidie Duurzame Energie’ (ISDE)? Is het installatieregister van de installatiebranche bruikbaar om beter inzicht te krijgen in geïnstalleerde installaties voor gas, warmte en zon?

VIVET voert verkennende studies uit om te beoordelen of koppelingen van verschillende soorten registraties mogelijk zijn, wat de kwaliteit van het resultaat is en of vervolgens daarmee de vragen ook beantwoord kunnen worden.

Technische belemmeringen: informatietechnisch

Aan de belangrijkste randvoorwaarden voor een efficiënte dataontsluiting wordt nu niet voldaan. Daarom zijn betere afspraken nodig over:

  • Datastandaarden om inhoudelijk kwaliteit en optelbaarheid te borgen. Om informatie (tussen de verschillende sectoren) te laten stromen is overeenstemming nodig over de semantiek (definities, begrippen), relaties en kwaliteit van de belangrijkste kernentiteiten.
  • ICT-architectuur voor technische uitwisselbaarheid van datasets, voor efficiency en om versnippering tegen te gaan.

Gewenst informatiemodel

Eén van de ‘usecases’ is een verkenning van de mogelijkheden voor een centraal register van energie-installaties, met als doel inzicht te krijgen over de manier waarop bestaande informatie over energie-installaties ontsloten kan worden. De informatie over installaties die energie kunnen opwekken, converteren of opslaan is deels niet beschikbaar, deels niet vindbaar, deels niet ontsloten en deels niet koppelbaar. Dat betekent dat optimale besluitvorming voor de RES en TVW, systeemintegratie en de hoofdinfrastructuur energie niet goed mogelijk is.

Voorbeelden van het belang van kwaliteit van data, definities, rekenregels en metadata

  • Voor veel duurzame energie-investeringen zijn subsidies beschikbaar. Eén van deze subsidies is de SDE (Stimulering Duurzame Energieproductie). De SDE dataset is een rijke bron voor verder statistisch onderzoek. Belangrijk is dan wel dat de exacte locatie van de te plaatsen windmolens en zonneparken wordt geregistreerd, en niet alleen het adres van de subsidieaanvrager. Gevolg kan namelijk zijn dat er op basis van deze bron windmolens op de Zuidas in Amsterdam zouden staan.
  • Geef je de hoeveelheid energie weer als verbruik, opwek of vermogen?
  • Welke rekenregels hanteer je bij ‘wind-op-land’ om vanuit vermogen tot daadwerkelijke dan wel te verwachten productie te komen? Welk windsnelheden gebruik je? En gebruik je nationale gemiddelden of regio-specifieke windsnelheden?
  • Op welk niveau aggregeer je? Uniformering is gewenst door onder meer netbeheerders m.b.t. locatie (bv. coördinaat, postcode, buurt), tijd (jaarlijks, maandelijks, week, uur of ieder kwartier) en objectniveau (fysieke aansluiting, administratieve aansluiting, BAG, BGT object, installatie). Op basis van een aantal ‘usecases’ (beschrijvingen van mogelijke systemen vanuit gebruikersperspectief) werkt VIVET aan de ontwikkeling van een informatiemodel.

In deze verkenning [5] is een overzicht gemaakt van programma’s/projecten, afsprakenstelsels en informatietools (denk daarbij aan informatiemodellen, standaarden, classificaties en datasets) uit de verschillende domeinen of sectoren: die van de energiewereld, de bouwsector, de installatiewereld en de relevante landelijke basisregistraties van de overheid (bijvoorbeeld de BAG). Domeinen waarin veel partijen affiniteit hebben met de energietransitie. Vervolgens is bepaald welke kernentiteiten deel uitmaken van welke datasets, en waar de zwaartepunten in informatiemodellen en kernentiteiten zich bevinden. Het realiseren van slimme koppelingen op informatie-technisch gebied is effectiever dan een nieuw fysiek register opzetten. Door de kernentiteiten in kaart te brengen, zijn de relaties tussen de relevante informatiemodellen in kaart gebracht. Bij energie-installaties gaat het over de volgende kernentiteiten: type product (elektriciteit, gas en warmte), type energieproces (productie, consumptie, opslag, conversie, transport) en een aantal basisgegevens: ruimte, tijd en eigendom.

Hieruit is een Start-Informatie Model energieinstallaties ontstaan. Dit startmodel beschrijft de informatie die je over energie-installaties wilt weten en delen, en heeft dus betrekking op informatieverzamelingen uit een cross-sectoraal landschap (bouw, energie, installatie-onderhoud, assetmanagement, basisregistraties). In deze fase is het informatiemodel (zie figuur 2) nog bedoeld als denkraam voor de verdere doorontwikkeling in 2020. In 2020 wordt binnen VIVET verder gewerkt aan een breed gedragen informatiemodel energie(transitie). Als resultaat zien we een totstandkoming van een informatiemodel energie, een thesaurus voor begrippenkader en afstemming met randvoorwaarden zoals de nieuwe energiewet.

Referenties

Auteurs

Marja Exterkate ,
Martin Tillema ,
Jeroen Baltussen