Ga door naar hoofdcontent
BlogsDe nieuwe kaart

De nieuwe kaart

Dinsdag 1 september 2020Afbeelding De nieuwe kaart

Weggaan is een beetje sterven, sterven aan wat men bemint. Je laat iets na van wat je vindt, altijd weer, op alle erven. (Partir c’est mourir un peu)

Nee, dood ga ik nog niet als het aan mij ligt, maar ik ben onmiskenbaar wel op weg naar het einde. Het einde van de kaart. In mijn geval de kaart van de betaalde betrekking, van de loondienst. En wat gebeurt er dan, wat ligt er buiten de rand van die kaart? Terra incognita, dat is het voorlopig nog. Tot nu toe was er dan die zekerheid van de kaart, waarop ik me kon oriënteren, het patroon van wegen en paden via een uitgezette route volgend, of ineens een niet-geplande zijpad inslaan. Houvast gaf het, mogelijkheden om te plannen, volgende etappes alvast te verkennen.

Maar die kaart houdt op. De zekerheid van het dagelijkse werk, de routine, maar ook de improvisatie daarbinnen, die zijn er zo meteen niet meer. Net zomin als de reisgenoten, waarmee ik in wisselende samenstellingen al die jaren door steeds weer andere landschappen heb getrokken. Weemoed bij de gedachten aan alle mooie bestemmingen, alle mooie projecten die we samen hebben gedaan, de expedities die we hebben ondernomen en de vergezichten die we hebben geschilderd. INSPIRE bij provincies op de kaart gezet, veel werk verzet in ProGideon, als eerste overheidspartij alle eigen geodata als open data beschikbaar gesteld, met het provinciaal platform Geo-informatie heel efficiënt provinciale taken ondersteund. Samenwerking over eigen grenzen heen is daarin wel een dominante factor geweest. Ik ben er altijd van overtuigd geweest dat samenwerking uiteindelijk meer oplevert en minder kost. En al die projecten en expedities hebben dat ook laten zien. Aan geografen en geo-informatici hoef je dat doorgaans niet uit te leggen; het wezen van hun vak zit in het over grenzen heen kijken. De ‘mental maps’ kunnen verschillen, waardoor we weleens op verschillende plaatsen dreigen uit te komen, maar dat geeft dan altijd weer aanleiding voor verhelderende discussies.

De procedures, administratie, vergaderingen, die zal ik niet missen. ITIL, Prince2, tijdschrijven of verplichtingennummers evenmin. Ook zonder de flexibele kantoortuin kan ik prima leven. Dat zijn allemaal landschapselementen die op mijn ideale kaart niet voorkomen. De nieuwe kaart is nog blanco, alle mogelijkheden liggen nog open, het is aan mij om die onbekende wereld in kaart te brengen, of beter misschien, om die nog onbekende wereld te ontwerpen. En helemaal onbekend zal die toch ook weer niet zijn. Sommige lijnen van de oude kaart zullen doorlopen, vertrouwde elementen keren terug. Wat ze gemeen hebben is hun algemeen nut beogende instelling, we willen de wereld wel beter blijven maken. Het hoeven geen grootse, opzienbarende daden te zijn, het mag klein en lokaal blijven. Ruimtelijke ordening, energietransitie, of nieuwe vormen van mobiliteit op buurtschaal, ik haal er mijn neus niet voor op.

Ik herinner me een moment tijdens een fysisch-geografisch veldwerk in Luxemburg. Professor Pim Jungerius kwam een halve dag meelopen in mijn veldwerkgebied. We liepen door een statig beukenbos, over een helling bedekt met een dik bladtapijt. De professor bleef plotseling stilstaan en keek naar de grond. “Dat is vreemd”, zei hij. Ik keek ook, maar zag niks bijzonders. “Kijk eens goed, dit klopt niet”, drong hij aan. Ik zag nog steeds niks vreemds. Hij wees vervolgens naar een klein hoopje aarde. “Nou en”, dacht ik. “Die aarde hoort niet op de bladeren te liggen, maar eronder. De oorzaak kan van alles zijn, een worm of ander beest, een eerdere wandelaar, maar het gevolg is dat die aarde nu onbeschermd blootligt en met regen naar beneden zal spoelen. De aarde onder het bladerdek is beschermd tegen erosie, dit hoopje niet. Dit ene hoopje aarde zal het landschap niet veranderen, maar veel van die hoopjes over lange tijd gerekend wel.” Bij landschapsvorming dacht ik tot dat moment aan grootse en meeslepende processen. Gletsjers, rivieren, moessons, vulkaanuitbarstingen, dat werk. Het moment in het beukenbos heeft mij geleerd op kleine details te letten en die belangrijk te vinden. Kleine afwijkingen die uiteindelijk het aanzien van de wereld veranderen.

De nieuwe kaart zal zich dus langzaam gaan vullen met kleine elementen op lokale schaal, die onmiskenbaar gaan bijdragen aan een verandering van de kaart op wereldschaal. Ergens op die kaart hoop ik jullie nog weer tegen te komen.

De dichtregels aan het begin zijn overigens van de Franse dichter Edmond Haraucourt (1856 – 1941), in een vertaling van Ton Oosterhuis.

Auteurs

Afbeelding voor Johan van Arragon

Johan van Arragon

Volledige biografie