Ga door naar hoofdcontent
BlogsDe uitdaging: een nieuwe generatie GIS voor nieuwe vraagstukken

De uitdaging: een nieuwe generatie GIS voor nieuwe vraagstukken

Zondag 1 december 2019Afbeelding De uitdaging: een nieuwe generatie GIS voor nieuwe vraagstukken

Er worden al jaren kaarten en kaartproducten gemaakt. Dat doen we voor een brede doelgroep: van technisch specialisten tot belangstellende inwoners en van bestuurders tot ambtenaren. Met verschillende lagen en toelichtingen, applicaties en ook al gecombineerd met andere media. Maar onze vraagstukken worden steeds complexer en de groep met mensen die daar wat van willen vinden wordt steeds groter.

We houden rekening met wat de kijker begrijpt: een technisch specialist heeft een detailbeeld nodig en wil kunnen spelen met verschillende parameters, een inwoner wil juist een eenvoudig beeld met taalgebruik dat hij herkent. Als we een besluit nemen moeten we duidelijk zijn wat wel en niet is afgewogen in de kaart. Deze kaarten en kaartproducten hebben echter één ding gemeen: ze laten meestal alleen ‘de bovenkant van Nederland’ zien in een stilstaand beeld. De ‘onderkant’ (ofwel de ondergrond) van Nederland wordt steeds belangrijker. Functies als energie, watervoorziening, klimaataanpassingen, infrastructuur en mobiliteit hebben allemaal een stukje ruimte nodig in de bodem en ondergrond. Daarbij speelt ook dat we niet alles weten en ook nog niet alles kunnen overzien in de tijd. Eén van die vraagstukken houdt me dagelijks bezig: hoe passen we winning van energie uit onze bodem en ondergrond ruimtelijk goed in? En houden we grip op de effecten zodat het veilig en verantwoord blijft? We zijn namelijk op zoek naar warmte uit diep (en dus heet) grondwater dat we kunnen gebruiken voor onze woningen, kassen en fabrieken – en als het kan – willen we ook warmte die we in de zomer niet nodig hebben een tijdje opslaan. Technieken zoals aardwarmte (geothermie) en warmteopslagsystemen kunnen daar een antwoord op geven.

Kan dat ook overal? Redeneren dat we simpelweg in de gebouwde omgeving, tussen de kassen of bij de fabriek, een diep gat of wat dan ook in de grond maken en dat we dan klaar zijn is te kort door de bocht. Want lang niet overal is de ondergrond in staat om de warmte daadwerkelijk te leveren: uit een te slecht doorlatende laag kun je immers geen heet water oppompen. Of om de warmte op te slaan: een harde stroming van grondwater drijft in korte tijd de zorgvuldig opgeslagen warmtebel meters uiteen. Of er zijn andere belangen, zoals drinkwater, archeologie of natuur, die boringen in de weg staan. We kunnen onszelf de vraag stellen: willen we overal gaten boren of moeten we slim gaan clusteren en opschalen?

Dat zorgt al voor een 3D-puzzeltje op onze kaarten en om het nog moeilijker te maken weten we van de diepe ondergrond al helemaal weinig. Beneden de 2 kilometer zit misschien de warmte die we kunnen gebruiken voor oudere (energielabel C en slechter) woonwijken en zit misschien warmte op 4-5 kilometer voor de industrie. Thermogis.nl laat zien hoe dat in Gelderland zit. Als we naar mijn provincie kijken, dan zien we al dat onze grote steden als Arnhem, Nijmegen en Apeldoorn in een gebied liggen waar weinig over bekend is. Deze steden weten dus de komende jaren helemaal nog niet of het gaat lukken met aardwarmtewinning.

Mag dat overal? Daarnaast zijn we ook aan zet met schoon drinkwater en een veilige en gezonde leefomgeving. Je kunt niet zo maar midden in een drinkwaterbeschermingsgebied een simpele geothermieput boren (of vlak naast een ziekenhuis). Daarmee sluiten we ook alweer wat plekken uit. Er zijn risico’s die we nog niet voor 100% kunnen uitsluiten.

En een antwoord op onze vraag? Energiebeheer Nederland doet de komende jaren onderzoek in het veld naar de opbouw van de diepe ondergrond via de Seismische Campagne Aardwarmte Nederland. We krijgen hopelijk ‘een kaart met aardwarmte potentie’ en één met ‘potentiële warmteopslagkansen’. Daarnaast hebben we een goed actueel inzicht in onze kwetsbare locaties en gebouwen, grondwaterbeschermingsgebieden en nog 50 lagen waar ik nog niet aan heb gedacht nodig – en dat ook bijna allemaal in 3D. Kortom: een zoekplaatje. Of losse puzzelstukjes. Wie gaat de puzzel leggen? Nu ben ik een beleidsmedewerker met enige kennis van GIS, dus ik kom er hopelijk nog wel uit. Ik klik een aantal lagen aan in een kaart, haal er weer één uit, speel met de transparantie, zoom in en uit en gebruik scenario’s en kennis uit rapporten die we nog niet in een kaart hebben kunnen verwerken. Helaas is het voor onze bestuurders en inwoners een stuk moeilijker te interpreteren. Bovendien kunnen we de beelden niet oneindig fixeren voor elk scenario. We moeten kunnen uitleggen wat we doen en waarom we keuzes maken en waar we soms ook flexibel willen blijven.

Ik zie kansen in de Proeftuinen van de Basisregistratie Ondergrond, waar Marjan Bevelander in het vorige nummer al over schreef. De verbinding met andere creatieve sectoren zoals de ontwerpers of de gamers (Minecraft) kan zorgen voor inspiratie en ‘out of the map’-denken. Kijk bijvoorbeeld eens naar Onderland [1], waarin een interactieve video de onzichtbare ondergrond bij een fascinerend stuk natuur – wat bijna niemand kent- in beeld brengt. Het brengt de Peelrandbreuk, de vegetatie, alle bovengrondse kenmerken, maar ook alles wat onder de grond gebeurt op een hele andere manier tot leven.

Kortom: ik ben benieuwd wat de geo/GIS-sector me gaat bieden. Is er ook wat anders dan de ‘viewer met laagjes, plaatjes en een infohandje’ of de traditionele infographic in playmobil-beeldtaal? Ik daag jullie uit om met een stuk creativiteit eens uit het platte vlak te komen en laat me graag verrassen! Is er nog meer nodig? Wat heeft de geosector nodig om uitgedaagd te worden?

Referenties

Afbeelding voor Carla Nikkels

Carla Nikkels