Ga door naar hoofdcontent
BlogsMijn geo-driehoek

Mijn geo-driehoek

Maandag 1 juni 2020Afbeelding Mijn geo-driehoek

Sinds ik in november 2019 voorzitter ben geworden van GIN, heb ik inmiddels een aantal keren samengewerkt met het bestuur. Mijn eerste observatie is een mooie en evenwichtige vertegenwoordiging van professionals uit de geo-community, die ons verbindt in de vorm van GeoSamen: Wetenschap, Overheid en Bedrijfsleven.

Zoom ik specifiek in op het geodetisch vakgebied, dan heb ik zelf mijn eigen GeoSamen gedefinieerd als een geo-driehoek: geodata, het verzamelen en uitzetten van geo-gerelateerde data; geo-informatie, het vertalen van geodata naar relevante en bruikbare informatie ter ondersteuning van geo-gerelateerde (maatschappelijke) vraagstukken en geo-ICT, het optimaliseren van geo-processen en het ontsluiten van geo-informatie.

Soms loop ik als geodeet wel eens te dagdromen welke kant het opgaat met de landmeetkunde, het vakgebied dat zich hoofdzakelijk toelegt op het verzamelen en uitzetten van geodata. De sensortechnologie neemt een enorme vlucht en data-inwinning lijkt steeds eenvoudiger en toegankelijker te worden. Vele gegevens worden met hoge snelheid en in grote hoeveelheden verzameld. Daarnaast meten steeds meer sensoren volautomatisch 24 uur per dag en 7 dagen in de week en worden de gegevens online én vaak real time beschikbaar gesteld. Interessant is ook, dat sommige technologieën achterhaald lijken door de introductie van een nieuwe sensor en dan toch weer nieuw leven ingeblazen worden. In dat kader is digitale fotogrammetrie een mooi voorbeeld bij de opkomst van lidar. Wie had gedacht, dat we nu ook uit digitale beelden een 3D-puntenwolk kunnen berekenen?

Deze snelle technologische vooruitgang vraagt om een hoge mate van aanpassingsvermogen en ook andere vaardigheden van de huidige en toekomstige landmeetkundigen, omdat producten steeds meer worden opgebouwd vanuit een combinatie van inwinningstechnieken. Het in staat zijn om met verschillende inwinningstechnieken en brondata om te gaan, het gebruik van verschillende software applicaties, 3D-modelleren en het beoordelen van geometrische kwaliteit uit grote datasets, vraagt in mijn optiek nog steeds uitgebreide kennis van het geodetische vak.

Echter, uitsluitend kennis hebben van het geodetisch vak in het huidige maatschappelijke speelveld is niet meer toereikend. Vraagstukken worden complexer en onderlinge samenwerking vanuit verschillende vakdisciplines wordt steeds belangrijker. Begrip van het klantvraagstuk is een steeds belangrijker aspect om uiteindelijk de juiste geo-gerelateerde informatie aan te leveren. Ook dit vraagt nadrukkelijk om aanpassingsvermogen en bereidheid tot samenwerking.

Het produceren van geo-data lijkt steeds meer een vanzelfsprekendheid en landmeetkunde wordt dan ook steeds minder gezien als een vak. Is dit een terechte aanname, want steeds meer organisaties onderkennen het principe van data gedreven werken? De gebruiker wil gericht en op het juiste moment kunnen reageren op vraagstukken aan de hand van beschikbare, correcte informatie. Vergelijk het met water uit de kraan. Goede informatie op basis van juiste data (het water), gefaciliteerd en ontsloten door applicaties (de kraan).

Ik zie ‘mijn’ geo-driehoek uitstekend zijn werk doen binnen het bestuur. Bij een samenwerking in harmonie binnen de gehele geo-community zijn wij in staat om een nog nadrukkelijker rol te spelen ter ondersteuning van toekomstige maatschappelijke vraagstukken.

Gesponsorde berichten